Vogels spotten in oorlogstijd

In het oorlogsdagboek van vier Haagse vogelaars staan arrestaties naast natuurnotities. 'Jan in Sachsenhausen; bonte kraaien op het strand.'

Oorlog. 1940-1945. Bombardementen, angst, verzet, en later honger bepalen het dagelijks leven. Ook voor de vier Haagse vogelvrienden Henk Bennink, Dick Eijsbertse, Jan van den Ende en Henk Kortekaas. Ondanks de oorlog of misschien wel juist daarom, trekken ze elk vrij moment de natuur in. In de vakanties en lange weekenden logeren ze bij boer Habold bij de Nieuwkoopse Plassen, net als veel andere leden van de jeugdbond voor natuurstudie. Doordeweeks zijn ze in de Haagse groengebieden Een van hen - Henk Kortekaas - doet nauwgezet en dagelijks verslag van de vogeltochten en de oorlogsperikelen. Nu, zeventig jaar later, worden de dagboeken openbaar, een bijzonder verslag van het oorlogsleven en vooral ook een vogeldocument.

Licht vervreemdend zijn ze wel. Arrestaties, doden, hongersnood en vogelvreugde worden in één adem genoemd. Het viertal lijkt te doen alsof er niets aan de hand is. Alsof er geen oorlog woedt en geen ontberingen worden geleden. Sterker nog: vogels kijken lijkt veel meer hun leven te bepalen dan de oorlogsmisère. Zo staan ze bijna te snotteren bij de aanblik van een dode fuut maar vervoeren ze ijskoud een gevonden bom op de bagagedrager van de fiets.

Niet dat ze naïef zijn, constateert schrijver en vogelkenner Hans Peeters die de oorlogsvogeldagboeken bewerkte. "Zo pleegden twee van de vier mannen verzetsdaden. En een van hen - Jan van den Ende - komt uiteindelijk in Sachsenhausen terecht. Vermoedelijk was het kijken naar vogels voor hen een manier om aan de gruwelijkheden van de oorlog te ontsnappen. Zo voorkwamen ze te worden meegesleurd in de negativiteit."

Het zijn verbazingwekkende belevenissen. Prikkeldraadversperringen worden doodleuk genegeerd op zoek naar kievitsnesten. Boer Habold in Nieuwkoop zit zelf zwaar in het verzet, op zijn boerderij verblijven ook onderduikers, maar Jan en hij weten het niet van elkaar.

Toch worden de vier jongens uiteindelijk 'door de oorlog ingehaald'. Jan van den Ende verblijft jaren in concentratiekampen, de familie van Henk Bennink komt om en Henk Kortekaas duikt onder.

Het einde van de oorlog betekent ook het eind van de gezamenlijke tochten. Het opbouwen van een normaal, nieuw leven kost tijd. Maar vogelkijkers blijven ze. Van den Ende maakt het zelfs tot zijn beroep. Eerst wordt hij 'geheim agent contraspionage' bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), later gevierd natuurfilmer.

Henk Kortekaas en Hans Peeters: 'Geheim vogeldagboek 1940-1945'. 13,50 euro. Vanaf 23 april verkrijgbaar in de winkel van Vogelbescherming Nederland in Zeist of via www.vogelbeschermingshop.nl

Let op de futen, schreef Jan nog uit de gevangenis

Bonte kraaien op het strand, broedende kemphanen in de Haagse binnenstad en geen enkele gans op de Haagse landgoederen. Het is slechts zeventig jaar geleden maar de Haagse en Nieuwkoopse vogelbevolking is sinds de oorlogsjaren danig opgeschud.

De vogellogboeken uit de oorlogsjaren hebben beslist waarde, zegt Hans Peeters, hoofdredacteur van het blad Vogels van Vogelbescherming Nederland. "Ook al zijn ze niet echt wetenschappelijk doordat er niet volgens een gestandaardiseerde telmethode is gewerkt. Ze bewijzen trends die we al vermoedden en tonen opvallende observaties." Peeters bewerkte in zijn vrije tijd de vogeldagboeken tot een leesbaarder resultaat. Hoewel vogelkenner was zelfs Peeters verrast toen hij de logboeken las. "De vier vogelvrienden zien bijvoorbeeld een groot aantal grote burgemeesters en bonte kraaien op het strand van Scheveningen. Aanvankelijk dacht ik dat ze zich wel vergist zouden hebben. Verder lezend moest ik constateren dat ze kenners waren en dat die grote burgemeesters er dus wel degelijk moeten zijn geweest. Nooit geweten!"

Op de futen letten

Ook de schaarsheid van de fuut verbaasde de schrijver. Een van de vier, Jan van den Ende, was zó met die futen bezig dat hij vanuit de gevangenis in Scheveningen, waar hij heen was gebracht in verband met verzetsactiviteiten, nog een briefje wist te smokkelen waarin hij zijn drie vrienden vroeg vooral goed op de futen te letten. De futen waren bijzonder zo'n zestig jaar geleden; weidevogels en zelfs kemphanen midden in de stad waren heel normaal. In Reigersbergen bijvoorbeeld, een landgoed tegen Huis ten Bosch aan, struikelde je over de grutto's terwijl in de Duivenvoortse en Veenzijdse polder kemphaanmannen nog parmantig hun verenkragen showden. De weidevogels van Reigersbergen en de kemphanen van de polder zijn verdwenen. Peeters: "Nu zie je vooral ganzen, zeker in Reigersbergen. Weidevogels en ganzen gaan nou eenmaal niet samen."

Verbaasd was Peeters ook over het schijnbaar ontbreken van ooievaars. Nu is elke paal in de stad wel bezet. "En dan de nachtegalen in Marlot, een landgoed aan de drukke Bezuidenhoutseweg. Dwars tegen de verdrukking in weet hij zich hier al sinds de oorlog te handhaven."

De Haagse vogelbevolking is opgeschud, maar zeker ook de Nieuwkoopse. Zo halveerde het aantal zwarte sterns van 165 broedparen toen naar 78 nu, nam het aantal purperreigers ongekend toe van 5 broedparen toen naar 165 broedparen nu en groeide de kolonie kokmeeuwen explosief tot de 4500 broedparen van nu. "De zwarte sterns hebben te lijden gehad van de teloorgang van krabbenscheer en grote libellen. Broedplek en voedsel gingen daarmee verloren. De kokmeeuwen profiteren juist van het voedselrijkere water."

Woudaapje en tapuit

De opkomst van de purperreiger en de komst van steeds meer lepelaars schrijft Peeters toe aan beschermingswerk al wist dat de enorme achteruitgang van het woudaapje niet te voorkomen. Net zo min als het verdwijnen van tapuit, zomertortel en grauwe klauwier uit Meijendel. De jongens zagen die vogels nog wel. "Het is goed dat er mensen zijn als deze vier vogelvrienden. Ruim 1800 dagen de vogels noteren, houdt ons nu nog bij de les."

2 maart 1942:

Lente in het land. Op Celebes wordt gevochten. Zeventien doden bij bombardement. Machtig mooi biddende buizerd boven Marlot.

31 augustus 1942:

Jan opgepakt. Hij was té vaderlandslievend. Stortregen. Lopend naar de oeverzwaluwkolonie; geen zwaluw te bekennen.

14 februari 1943:

gekeurd voor de Nederlandse Arbeidsdienst. De winterakoniet bloeit in het Zuiderpark. De celgenoot van Jan schrijft dat Jan naar Sachsenhausen is overgebracht.

8 maart 1945:

laatste tulpenbollen opgebakken. De honger is vreselijk. Eerste boerenzwaluw!!!!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden