Vogels mijden natuurweiden

WAGENINGEN - De beheersovereenkomsten die boeren en verenigingen voor agrarisch natuurbeheer hebben gesloten met de overheid zijn niet effectief. Langer wachten met maaien en minder bemesten zorgen niet voor meer weidevogels. Tot die conclusie komt een groep Wageningse onderzoekers deze week in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

De onderzoekers vergeleken 39 paren van dicht bij elkaar gelegen weidegebieden, waarvan er steeds één wel en één niet onder een beheersoverenkomst viel. In de gebieden die onder een natuurvriendelijke beheersovereenkomst vielen, bleken juist minder grutto's, kievitten, tureluurs en scholeksters te broeden. In plantenrijkdom werd geen verschil gevonden. Alleen vroeg in het seizoen waren er meer insecten te vinden op de vriendelijk beheerde percelen.

Volgens de eerste auteur van het stuk, de Wageningse onderzoeker David Kleijn van de leerstoelgroep natuurbeheer en plantenecologie, ligt de oorzaak van de lagere vogelaantallen in de mindere bemesting van de vriendelijk beheerde percelen.

,,Echt kritische weidevogelsoorten, zoals kemphaan en watersnip, die afhankelijk zijn van schrale weilanden met veel planten en insecten, die zijn allang gedicimeerd door de moderne landbouw. Wat overblijft zijn de relatief robuuste soorten als grutto en scholekster. Die trekken hier in het voorjaar binnen en zoeken dan de weilanden op met de meeste wurmen. Die wurmen zitten juist in de weilanden die meer worden bemest, en dat zijn dus de weilanden zonder agrarische beheersovereenkomst.''

Een vergelijkbaar positief effect van bemesting op bepaalde weidevogels werd eerder gevonden door onderzoekers van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) in Utrecht, verklaard pleitbezorgers van het agrarisch natuurbeheer. Het CLM keek naar de verschillen tussen agrarisch gebied en natuurreservaten en vond dat in de natuurreservaten, waar niet wordt bemest, onder andere minder scholeksters voorkwamen.

Of die vergelijking ook opgaat voor de subtielere verschillen tussen agrarische gebieden onderling, betwijfelt Adriaan Guldemond van het CLM. ,,Bovendien moet je ook naar de trend kijken. In gebieden die niet onder agrarisch natuurbeheer staan zie je dat de weidevogelstand nog steeds terugloopt, terwijl die in gebieden met een beheersovereenkomst vaker stabiel is.''

In het onderzoek van Kleijn en collega's was dat ook het enige pluspunt dat in de agrarisch natuurbeheersgebieden werd gevonden: ,,De vogels die uiteindelijk wél in deze gebieden broeden, hebben nou eenmaal een betere overlevingskans door het latere maaien'', aldus Kleijn.

De resultaten van het Wageningse onderzoek zijn bepaald geen opsteker voor boeren die aan het agrarisch natuurbeheer meedoen, weet Kleijn. ,,Maar dit zijn de objectieve getallen en die laten zien dat het op deze manier voor de natuur tot niks leidt. Wil agrarisch natuurbeheer ooit zin hebben, dan zal de overheid ook een goede evaluatie aan de subsidie moeten koppelen.'' Voor een deel is daar al voor gezorgd, denkt Adriaan Guldemond van het CLM. ,,Want in het nieuwe programma beheer worden boeren afgerekend op de natuur-resultaten die ze behalen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden