Vogelklauwtjes spoken door de kamer

Marjolijn van Heemstra is theatermaker en schrijver. Ze onderzoekt wat het moderne leven over kersverse ouders uitstort. Reacties naar info@marjolijnvanheemstra.nl

Pas bij de afslag Almere durf ik de chauffeur te vragen hoe zijn dochter is overleden.

Het komt nogal achteloos ter sprake vlak na ons vertrek uit Heerenveen, als we in de zachte Italiaanse stoelen over Friese rotondes zoeven en ik net met het thuisfront heb gebeld om te vragen hoe de avond was. De chauffeur zegt dat het lastig moet zijn, theaterwerk combineren met een kind. Niet lastiger dan taxi rijden, antwoord ik en ik vraag of hij kinderen heeft.

Een zoon, zegt hij, en ik had een dochter.

Ik voel hoe iets zich samenknijpt in mijn maagstreek, de fysieke reactie die de combinatie kind en dood tegenwoordig bij mij oproept.

De chauffeur praat verder over de zoon, ik denk aan de dochter.

Of, eigenlijk, aan de dood van de dochter. Ik wil weten hoe oud ze was, wat er gebeurde, of dat vaker gebeurt. Of, beter gezegd, hoe groot de kans is dat het mijn zoon gebeurt.

Ik wil het weten en niet weten, zoals je wel en niet de korst van een wond wil krabben, opziet tegen het bloeden maar de verleiding niet kan weerstaan.

Toen ik een paar dagen voor de bevalling in alle haast mijn ziekenhuistas moest inpakken, graaide ik zonder nadenken twee boeken mee van de stapel naast mijn bed en zo kwam het dat ik wachtend op de weeën de keuze had tussen een naslagwerk over mystici in de twintigste eeuw en een dichtbundel van Esther Jansma vol huiveringwekkende gedichten over de dood van haar zoontje.

Hij beeft, hij hangt aan de aarde/die zijn handen, grijpmachientjes,/vogelklauwtjes, kneden /uit de takken van lakens.

Nog dagen spookten de vogelklauwtjes door de kamer. Net als later het schaduwkind van Thomése, de doodzieke Anatole over wie vader Mallarmé een bundel volschreef en het vroeggestorven kindje van een moeder uit de sportgroep.

Iemand vertelde me ooit dat ze na haar besluit om zwanger te willen worden een documentaire keek over een moeder die haar kind verloor. Ik wilde niet alleen weten of ik het kon krijgen, zei ze, maar ook of ik het kon verliezen. Ik denk dat ik dat begrijp.

De chauffeur praat nog altijd over zijn zoon en ik vertel over de mijne, over zijn fantastische tand, zijn liefde voor wielen en katten.

Swifterbant. Emmeloord. De donkere polder. Almere.

Na mijn vraag is de chauffeur even stil, zijn blik gefixeerd op de lege weg.

Een auto-immuunziekte antwoordt hij dan.

Voor we er erg in hadden glipte ze weg.

Nog drie kwartier tot Amsterdam.

Het zal vannacht weer spoken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden