'Vogelkers raken we nooit kwijt'

Dieren en planten van buiten kunnen een plaag zijn voor Nederlandse soorten, maar soms een uitkomst. Trouw neemt in een serie een aantal onder de loep.

De Amerikaanse vogelkers is een boom. En het kan nog een flink hoge boom worden ook. Dat je hem nu overal en nergens als een soort struik ziet staan, is een teken van de vruchteloze pogingen om deze exoot te bestrijden. "Omzagen is tamelijk zinloos," weet bosecoloog Bart Nyssen, van Bosgroep Zuid-Nederland. "Het enige wat je daarmee bereikt, is dat andere bomen tijdelijk wat voorsprong krijgen, maar de stobbe loopt op verschillende plaatsen gewoon weer uit. Je krijgt dan een soort 'hakhoutbosje' van vogelkers."

Nyssen schreef onlangs samen met Jan den Ouden en Kris Verheyen het boek 'Amerikaanse vogelkers, van bospest tot bosboom' (KNNV uitgeverij). Anders dan veel anderen pleiten zij voor een milde kijk op de 'prunus'. "Het is niet alleen lastig om deze boom te bestrijden, het is in veel gevallen ook niet nodig," zegt Nyssen. "Om te beginnen hebben we het 'probleem' helemaal aan onszelf te danken. In de eerste helft van de vorige eeuw was de Amerikaanse vogelkers nota bene de meest verkochte loofboom bij onze kwekerijen. Hij werd gebruikt in de dennenbossen die massaal werden aangeplant om de zogenaamde woeste gronden, zoals heideterreinen, te bebossen. Op die arme zandgronden was het lastig en ook riskant om een monocultuur van dennen neer te zetten, vanwege het grote risico op branden of het verspreiden van ziekten. Ook verzuurde de bodem snel, dus moest er loofhout tussen de dennen. De Amerikaanse vogelkers was daar als typische pionier heel geschikt voor."

De bosboom werd een bospest toen de dennen voor het eerst werden gekapt. "Dat ging nogal rigoureus," weet Nyssen. "Hele percelen met 40-jarige dennen gingen ineens uit het bos naar de mijnen. Maar door die kaalslag kregen de zaden van de vogelkers weer licht op de bodem en knalden ze overal de grond uit. Ze overwoekerden ook de nieuwe dennetjes die werden neergezet. Vanaf dat moment werd de prunus van een gewaardeerde hulp in de dennenplantages tot een exoot die bestreden moest worden."

Toch kun je ook een hoop lol beleven aan de vogelkers, zo schrijven Nyssen en collega's in hun boek. Niet alleen in thuisland Amerika is het een geliefde boom voor meubelmakers, ook hier is het rode kersenhout meestal afkomstig van de Amerikaanse vogelkers, niet van de inheemse kers. En Cherry Cola? Gemaakt van de vruchten van de black cherry, de Amerikaanse vogelkers dus.

Geduld
Tegenover de negatieve houding ten opzichte van de exotische prunus willen de schrijvers een positief alternatief zetten. "Eén optie is geduld. De vogelkers is een pionier, dus als je voldoende geduld hebt, wordt een prunusbos vanzelf geleidelijk vervangen door andere soorten. Maar dan moet je in Nederland wel heel veel geduld hebben. Een paar honderd jaar," schat Nyssen. "We hebben immers wél prunussen tussen de dennen geplant, maar geen inheemse alternatieven. Een tweede optie is dus, bomen als linde, beuk of esdoorn een duwtje in de rug te geven. Geen prunussen bestrijden, maar andere, inheemse bomen planten."

Voor zelfbenoemd 'prunusjager' Kees Piël uit Amsterdam is al die lof over de vogelkers aan dovemansoren gericht. Al vele jaren trekt hij onvermoeibaar met bijl, zaag en schep eropuit om prunussen te bestrijden. "Ik vind de milde kijk van de auteurs van dit boek op de prunus ook echt een grote schande. Iedere terreineigenaar zou wettelijk verplicht moeten worden om prunussen te bestrijden. Als het mij lukt om hele stukken duin prunusvrij te krijgen, moet het een terreinbeheerder toch ook lukken!"

Maar dat de prunus ooit nog uit ons land zal verdwijnen, is een illusie, stelt Nyssen vast. Tegelijk kan hij zich voorstellen dat er situaties zijn waarin je deze boom wél wilt bestrijden. "Het is een pionier die van open vlaktes houdt. Dus als je heideterreinen of duinen echt open wilt houden, dan zul je de prunussen moeten bestrijden. Net als berkjes of andere pioniers trouwens. Hóe dat moet? Dat is eigenlijk een duivels dilemma," erkent de ecoloog. "Heel jonge boompjes kun je uittrekken. Als je dat met een leger vrijwilligers doet uit de buurt van het betreffende natuurgebied, dan bevordert dat ook nog de saamhorigheid en de betrokkenheid bij het gebied. Maar als de bomen te groot geworden zijn om met de hand te verwijderen, zijn er maar twee kwade opties over.

"Wat nu het meest gebeurt, is het insmeren van de afgezaagde stobbe met het gif Roundup. Natuurbeheerders hebben een hekel aan dit middel, maar ze maken één uitzondering: in de bestrijding van de prunus gebruiken ze het bijna allemaal. Soms worden de stobben ook uitgegraven, maar dat creëert vooral een mooi kiembed voor nieuwe prunussen. Bovendien verdicht je elders de grond door het rondrijden met zware machines. Dat is dus ook geen lekker alternatief. Maar als je per se een cultuurlandschap open wilt houden, dan moet je toch wat."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden