Vogelfiguur van zand en bloedrode verf

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen, dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Diana Wind, directeur van het Stedelijk Museum Schiedam: een materieschilderij van Armando.

Het voelde als de terugkeer van de verloren zoon. Zo omschrijft directeur Diana Wind het moment dat het schilderij Peinture Criminelle van de kunstenaar Armando arriveerde in het Stedelijk Museum Schiedam. Meer dan vijfentwintig jaar geleden was het daar weggehaald door de eigenaren en in langdurig bruikleen overgedragen aan het Gemeentemuseum Den Haag. Dit museum had het schilderij destijds ook graag gekocht, maar de eigenaren wilden er geen afstand van doen. En toen was daar vorig jaar ineens dat telefoontje van een tussenpersoon, vertelt Diana Wind. Die vertelde dat de eigenaren van Peinture Criminelle, Onno Boers en Richard Kuiper, dit schilderij bij nader inzien toch beter op zijn plek vonden in het museum in Schiedam. En of wij geïnteresseerd waren in een langdurige bruikleenovereenkomst.

Wind: "Ik wist niet wat ik hoorde. Dat uitgerekend dit prachtige schilderij dat hier zolang niet meer te zien was geweest, zomaar weer op ons pad kwam."

Nu hangt het doek op een prominente plaats in het museum. Wind: "Toen het schilderij hier binnenkwam, wilden we het natuurlijk zo snel mogelijk laten zien. Maar dit is geen doek dat je zomaar ergens op hangt. We hebben er goed over nagedacht hoe en waar dit werk het beste tot zijn recht komt."

Het schilderij heeft een eigen zaal gekregen, waar het wordt getoond met andere werken die er qua thematiek goed bij passen, zoals het schilderij Verschroeide Aarde van Constant, een tekening van aasgieren van Aji V. N. en een sculptuur van een verkoold landschap van Anne Wenzel. Allemaal werken die net als het schilderij van Armando gaan over oorlog, verwoesting en dood.

De Tweede Wereldoorlog is een belangrijk onderwerp in het oeuvre van Armando. Tussen 1953 en 1958 schilderde hij meerdere werken met de titel Peinture Criminelle. De bloedrode en zwarte verf smeerde hij vermengd met zand in dikke ruwe lagen op het hardboard. Op het eerste gezicht lijkt Peinture Criminelle een abstract werk, maar als je er van enige afstand wat langer naar kijkt doemt in de verfkorsten een vogelachtige figuur op.

Nadat Armando dit schilderij had voltooid, was het enige tijd te zien in een galerie in Amsterdam. Daarna gaf Armando het cadeau aan de kunstenaar Willy Boers, met wie hij bevriend was. Boers (1905-1978) was in de naoorlogse jaren één van de belangrijkste voorvechters van de Nederlandse abstracte kunst. Met de jonge Armando richtte hij in 1950 de groep 'Creatie' op.

Na het overlijden van Willy Boers kwam het schilderij in het bezit van diens zoon Onno. Die leende het doek regelmatig uit voor tentoonstellingen. En zo kwam het op een gegeven moment in het Stedelijk Museum Schiedam, waar het een aantal jaren als langdurig bruikleen deel uitmaakte van de collectie. Om redenen die Diana Wind niet heeft kunnen achterhalen, stemde de toenmalige directeur Hans Paalman er in 1984 mee in dat het schilderij terugging naar de bruikleengevers, die het vervolgens uitleenden aan het Gemeentemuseum Den Haag.

Voor Wind is het onbegrijpelijk dat Paalman zo gemakkelijk afstand deed van dit werk. "Uiteraard bepalen de bruikleengevers wat er gebeurt met hun werk, maar ik snap niet hoe dit heeft kunnen gebeuren. Het schilderij was in dit museum echt op zijn plek." Paalman kan ze er niet meer naar vragen, omdat hij is overleden. Maar ze sluit niet uit dat ruimtegebrek een rol heeft gespeeld.

Sinds haar aantreden in 1995 heeft Wind er nooit bij het Gemeentemuseum Den Haag op aangedrongen dit doek 'terug te geven'. "Dat maken de eigenaren uit. Maar ik ben wel erg blij dat die nu tot de conclusie zijn gekomen dat Peinture Criminelle hier thuis hoort." Volgens Onno Boers heeft de doorslag gegeven dat het Stedelijk Museum Schiedam in 1997 een tentoonstelling heeft gewijd aan zijn vader Willy, wiens werk toen te zien was samen met dat van 'zijn oude vriend Armando'.

Wind betitelt het schilderij als een sleutelwerk in de drie kerncollecties van het museum: het werk van de CoBrA-kunstenaars, de Nul-beweging en informele kunst, en hedendaagse geëngageerde kunst vanaf 1990. Armando behoorde met Jan Schoonhoven en Henk Peeters tot de Informelen, een kunstenaarsgroep die later opging in de Nul-beweging. Hij maakte geen deel uit van CoBrA, maar hij liet zich in de jaren vijftig wel inspireren door CoBrA-kunstenaars als Karel Appel en Corneille. Zo duiken in zijn werk vaak vogelfiguren op. Ook in Peinture Criminelle is dat het geval. De CoBrA-kunstenaars en Armando deelden verder een voorkeur voor de thema's oorlog en vrijheid. Wind: "Peinture Criminelle is de schakel tussen CoBrA en Nul-beweging. En daarnaast heeft dit werk ook duidelijk raakvlakken met onze derde kerncollectie: maatschappelijk geëngageerde kunst. Dat spreekt me vooral aan in het werk van Armando: het blijft altijd actueel. Als je naar Peinture Criminelle kijkt, weet je dat het zal blijven boeien, omdat het gaat over existentiële zaken." Daar móet het in de schilderkunst volgens Armando ook over gaan. "Ik heb me vanaf het begin verzet tegen de tendens in de abstracte kunst om eigen stemmingen of gevoelens neer te leggen in kleur en lijn. Dat heb ik nooit gewild en nu nog niet", zei de kunstenaar in 1974. "Ik heb altijd de meer existentiële dingen willen uitdrukken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden