VOF de Kunst: 'Ziezo' is onze Bijbel

Eind september. In de foyer van schouwburg De Maagd in Bergen op Zoom is het rustig. Een aanstekelijke ritme klinkt als achtergrondmuziek. Zo nu en dan zwelt het aan, als de deuren van de zaal worden geopend. De twee barvrouwen swingen dan even terwijl ze hun glazen spoelen. De vrouw achter de stand voor cd-verkoop glimlacht. Een enkele vader of moeder wordt na een toiletbezoek door zijn of haar kind door de foyer getrokken of voortgeduwd. Dan worden de theaterdeuren weer geopend. En zwelt de muziek aan. Even later zegt een holle stem: “Vergeet niet een kleurplaat mee te nemen.” En dan gebeurt het.

NANDA ROEP

In een mum van tijd staan drommen - het lijken er miljóenen - kinderen opeengepakt in de foyer. In dit lawaai kan geen mens zijn gedachten nog horen. Ze willen de kleurplaat, maar er bestaat onduidelijkheid over waar die te krijgen is. Ze willen de cd, wat van de meeste ouders best mag, maar de vrouw van de verkoop is niet meer te zien omdat ze omsingeld wordt door een drukkende hoeveelheid ongeduldjes met zwetende ouders. Sommigen willen met hun kroost doornemen hoe ze de voorstelling hebben gevonden, anderen trekken het een jas aan om te gaan. Na een kwartier is het kalm. Ineens. Beduusd glimlachen de medewerkers naar elkaar. Van de tachtig cd's die vanmiddag beschikbaar waren, zijn er slechts vijf over. De vrouw van de verkoop haalt verontschuldigend haar schouders op: “Dan moeten ze straks snel zijn.”

Het kabaal is nauwelijks weggestorven als de man die vanmiddag de leiding heeft, met lichte paniek in zijn stem zegt: “We gaan weer open.” En direct is de foyer weer vol. Veel ouders, nog veel meer kinderen en een enkele oma. Vanmiddag speelt VOF de Kunst met Erik van Muiswinkel het programma 'Ik ben lekker stout'. Degenen die slim zijn, kopen een cd vóór de show begint.

“Twee voorstellingen op een dag is zwaar,” zegt zanger Nol Havens. “Je wilt altijd je best doen, maar het gevaar bestaat dat je je energie niet goed verdeelt. Als je in de eerste voorstelling té enthousiast bent, hou je het niet vol. Te veel leuke kinderen in de eerste voorstelling is dus dodelijk; dan ben je kapot voordat de tweede begint.”

Sommigen zijn te klein voor de theaterstoelen en gaan bij hun ouders op schoot. Een jongetje van tweeenhalf leert van het meisje achter hem hoe hij toch iets kan zien als hij de stoel niet uitklapt, maar op de leuningen gaat zitten.

“Als je voor kinderen kunt werken, heb je in bijvoorbeeld Engeland iets vóór op anderen. In Nederland niet. Misschien wordt werken voor kinderen zelfs beschouwd als een stap terug, maar voor mezelf heb ik een stap vooruit gemaakt,” aldus Havens, die ooit bekend werd met de liedjes 'Suzanne' en 'Eén kopje koffie', dat door Van Muiswinkel werd geschreven. “Nu doe ik helemaal wat ik zelf leuk vind. Normaal gesproken moet je als muzikant dingen doen die je liever niet zou doen, als je tenminste je brood ermee wilt verdienen. Je moet hits scoren en kado's weggeven. Als discjockeys je plaat niet leuk vinden, draaien ze hem niet, terwijl ik mijn muziek niet voor hen maak. Dat heb ik in het verleden weleens frustrerend gevonden. Bij kinderen is dat anders; hier gaat de muziek rechtstreeks naar hen.

“Het circuit van feesttenten was ook leuk, maar op een gegeven moment dacht ik: Ik ben bijna veertig, wat heb ik nog te melden aan kinderen van 16 met een stuk in hun kraag? Bovendien had je bepaalde trucjes. In de popmuziek staat de helft aan de bar te zuipen en staan alleen in de eerste rijen een paar honderd mensen keurig te kijken. Dan weet je dat je je best moet doen als je 'Suzanne' zingt en dan is het allang goed. Nu, in het theatercircuit, let ons publiek écht op.

“Ergens in 1988 vroeg Aart Staartjes ons mee te doen aan Sesamstraat. Hij wilde dat we liedjes van Annie M.G. Schmidt bewerkten, die hij zelf bij thema's had uitgekozen. Het ging om teksten als Dikkertje Dap en Pippeloentje. We vonden het hartstikke leuk om te doen. Je gebruikt andere registers dan normaal en je fantasie gaat werken. Dingen vielen op hun plaats. Nu was ik bezig met waarom ik in eerste instantie de muziek inging: een tekst pakken, muziek maken en uitvoeren.”

Het doek is nog dicht. Havens komt tevoorschijn in een rode trui waarop in grote letters zijn naam 'Nol' is genaaid. Ze kunnen nog niet beginnen want “de gitarist zit te poepen en een ander leest de krant.” Het geeft niet, want dan kunnen ze vast de tekst van 'Ik ben lekker stout' oefenen. Tijdens dit oefenen verstoort een agent - Van Muiswinkel - de pret, want: “In dit theater mag alleen 's avonds worden opgetreden en dan alleen door leuke mensen, zoals Frans Bauer en Jantje Smit.” Gelukkig wordt de agent overgehaald en mag de show toch doorgaan.

“Natuurlijk krijgen we veel brieven,” vertelt Havens. “Ik herinner me een brief van ouders die schreven dat hun kind ontroostbaar was omdat er iets kapot was gegaan dat niet meer te maken was. Pas nadat ze hadden gezegd dat ook Nol Havens het niet kon maken, was het goed. Want dan was er kennelijk écht niets aan te doen. Dat is toch geweldig?”

Regelmatig wordt geschreven dat VOF de Kunst een publiek heeft waar menig rockband jaloers op zou zijn. De verkoop wordt vergeleken met die van Marco Borsato. Havens: “We hebben er 550 000 verkocht. Borsato verkoopt er 500 000, maar dan wel van één cd!”

Van Muiswinkel, bekend van cabaret en het televisieprogramma 'Kopspijkers', komt binnen met zijn dochter van tien en haar vriendin, en schuift aan: “Je zou kunnen zeggen dat jij de Marco Borsato bent van de kinderen.” Havens: “Bovendien blijven wíj vijf jaar leuk en worden we niet gehyped.” Van Muiswinkel: “Bij 500 000 verkochte exemplaren hadden we een feestje moeten vieren.” Havens: “Dat doen we pas bij 750 000.” Ze lachen.

Havens: “De zalen zitten bomvol en dat vind ik fantastisch. Ik realiseer me dat mensen vroeg opstaan en hun zondagse pak aantrekken. De kinderen zijn opgewonden omdat ze naar de schouwburg gaan. Dat vind ik te gek. Voor veel kinderen is onze voorstelling de eerste kennismaking met het theater. Dat is belangrijk, dat vergeten ze nooit meer.”

Van Muiswinkel: “Ik beschouw kindertheater als een ontdekking: dat ik het kan, dat ik het durf en dat het werkt. De vraag dringt zich op wat er nog meer mogelijk is in kinder- en jeugdtheater en daar had ik zonder deze voorstelling nooit aan gedacht. Het gevaar is dat je te gemakkelijk wordt, want een scheet maken op de rug van je hand, vinden ze ook al leuk. Daar moet je niet aan toegeven, dan is er voor jezelf ook geen lol meer aan.”

“Ik probeer zowel de ouders als de kinderen aan het lachen te maken. Dat is volgens mij het hoogste dat je kunt bereiken: iets maken dat voor kinderen van zes leuk is, maar ook voor eigenwijze zakenlieden van 39. Het blijkt vanzelf te gaan. De liedjes van Annie M.G. Schmidt leggen een grote basis: die hebben het geheim al in zich en zijn leuk voor kinderen en volwassenen. Het cabaret dat ik maak met Diederik van Vleuten, 'Mannen van de wereld', is voor kinderen minder geschikt. Daarvoor is het veel te verbaal. Maar met deze voorstelling bereiken we soms dat universele. Kinderen van een jaar of vier, vijf, genieten op hun manier terwijl de vaders en moeders die eigenlijk helemaal geen zin hadden - dat zie je er toch aan af - ook plezier hebben. Ik was en ben niet van plan mijn eigen cabaret ervoor op te geven, maar tegenwoordig wil ik ook niet meer dat de kindervoorstelling onder het cabaret zou lijden.”

Terwijl de band vooral muziek maakt, geeft Van Muiswinkel er vooral sjeu aan. Hij speelt de typetjes en haalt kinderen het podium op om mee te doen. Het is eeuwig zonde dat Annie M.G. Schmidt niet meer leeft om te zien hoeveel kinderen nog moeiteloos haar teksten meezingen. De brug bij Breukelen. Een tante en een oom in Laren. Ze weten het precies. Van Muiswinkel hoeft alleen te zeggen: 'Dag mevrouw Vervoort / Heeft u het al gehoord?' en de kinderen roepen: 'Hendrik Haan!' Om rillingen van te krijgen.

Havens: “In 1989 hebben we samen met Annie Schmidt dertig teksten uitgezocht. Dat kon niet op een cd, dus zijn het er twee geworden. Het was een compliment dat zij vond dat we haar gedichten goed behandelden. Ik moest van haar voorlezen. Dan zei ze: 'Doe die eens!' En zat ik te bibberen, want als ik iets lees waar de schrijver bij is, ben ik bang fouten te maken; dan wil ik het zo tof mogelijk doen. Maar het was erg gezellig.”

“Ze was wel uitgenodigd, maar heeft de voorstelling helaas nooit gezien. Daarvoor was ze te ziek. ammer, want ik had graag gehad dat ze had gezien wat haar teksten anno nu nog teweeg brengen. Onze bandleden hebben niet de ambitie zelf teksten te maken. Schrijven, componeren en uitvoeren zijn drie verschillende dingen. Anderen, ook Erik, schrijven voor ons en met de teksten van Annie kunnen we nog jaren door, als we willen. De bundel 'Ziezo' is onze Bijbel, daar staat nog genoeg in!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden