Voetbalproza en stapelgedichten

Hij zit erin, het is Sneijder / hij zit erin, Sneijder kopt, / hij is tweeëntwintig centimeter / groot, maar hij komt er gewoon bij en / Sneijder scoort

Deze week verscheen een bundeltje met in mootjes gehakte gesproken teksten van twee voetbalcommentatoren. Het zou poëzie bevatten. Een definitie in Wikipedia ondersteunt die aanspraak: een gedicht is ‘een tekstvorm waarbij de lengte van de regels louter wordt bepaald door de auteur’. Toch voorzag Joost van Velzen, die het werkje in Trouw aankondigde, het woord dichters terecht van aanhalingstekens.

Een omschrijving die het wezen van poëzie raakt, is moeilijk te geven. De grote Van Dale behelpt zich al bijna een eeuw met een cirkeldefinitie. Maar zonder spel met betekenissen, associaties, beelden, klank- en gevoelswaarden – of althans met een van deze elementen – blijven ook regels van ongelijke lengte proza.

Sinds dichters nieuwe griffels en schone leien ter hand namen, om Paul Rodenko te citeren, gaat ook orakeltaal die niets dan grillige, onsamenhangende gedachtensprongen uitlokt, wel voor poëzie door. Zo kon de uitwas ontstaan die stapelgedicht heet. Een Noord-Hollandse krant publiceerde er deze week elke dag eentje, in het kader van een zogeheten Taal10Daagse. Het recept is simpel: trek wat boeken uit de kast, stapel ze op, kopieer de rugteksten en je hebt (een) gedicht.

Dit bijvoorbeeld: Schöne Welt / Publiek geheim / De muze vertelt / Dieren op versvoeten / Lees eens een gedicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden