Voetbalmessias

,,Op 7 februari 1974 leidde Johan Cruijff FC Barcelona naar een glorieuze overwinning van 0-5 op Real Madrid. Barcelona versloeg die dag de centrale regering onder Franco. Voor de Catalanen was dit geen voetbalwedstrijd, maar een opstand van de geknechten.’’ Maar Patrick Chatelion Counet meent dat Cruijff helemaal geen politieke daad wilde stellen. Hij wilde voetballen.

Het Hebreeuwse woord messias betekent letterlijk ’gezalfde’ (Grieks: christos), maar verwijst meestal naar een bevrijder of verlosser. Verlossers zijn zo oud als de mensheid. Mensen dienen altijd wel ergens van verlost te worden. Van wolven die huisdieren en kinderen roven. Van naburige vijanden die je grond willen. Van epidemieën die door de bevolking razen. Van vernederingen die tot op het bot gaan. Van de koorts, de razernij, de angst, en uiteindelijk van de dood.

Traumatische ervaringen die de ’normale’ gang van zaken onderbreken of die de ’gelukkige’ loop der omstandigheden doorkruisen, moeten worden opgeheven. Verlies, ellende, rampspoed. In deze situaties mag men twee reacties verwachten, die elkaar overigens niet uitsluiten. Men offert iemand – in het voetbal is dat meestal de trainer. Of men roept om de Messias – in het voetbal vaak een dure aankoop. Een messias wordt geacht de chaos te bedwingen en de orde te herstellen. ,,Ik maak alles nieuw’’, zegt Christus in het laatste hoofdstuk van de bijbel.

Een van de meest voorkomende eretitels in de voetbalsport is messias. Waarschijnlijk omdat voetbalclubs in een voortdurende financiële en sportieve crisis verkeren (men is nooit zeker van de volgende overwinning), lijkt de reeks verlossersfiguren oneindig. Diego Maradonna wordt tot op vandaag in Napels vereerd als een heilige, omdat hij de club van die stad nationaal en internationaal groot maakte. Roy Keane, de sterspeler van Manchester United, stuwde het Ierse elftal dat door bondscoach McCarthy ’een vuilnisbelt’ werd genoemd (’ ... we hebben een Messias nodig’) eind jaren negentig tot grote hoogte en schakelde in de aanloop naar het WK van 2002, zo ongeveer in zijn eentje, Louis van Gaals Oranje uit. Pelé werd in 1958 als zeventienjarige messias in het nationale elftal opgenomen en bezorgde Brazilië zijn eerste wereldtitel ooit, waarvoor hij de godenstatus verkreeg. Ook trainers worden als verlossers binnengehaald: Guus Hiddink in 2002 bij Zuid-Korea, Huub Stevens in 2005 bij Roda JC (de wedergekomen Messias, vanwege zijn hernieuwde aanstelling).

Maar hoeveel verlossers of bevrijders we ook tellen, het standaardvoorbeeld van de messiasfiguur is en blijft Johan Cruijff – als voetballer en als trainer.

Johan Cruijff werd in 1973 door Barcelona voor veel geld bij Ajax weggehaald. Niet om wereldkampioen te worden of om de Europa Cup te winnen. Zelfs niet om gewoon landskampioen te worden. Maar om Real Madrid te verslaan.

De manier waarop Cruijff door de Catalanen vereerd en herinnerd wordt, leert ons iets over het verschijnsel messias, dat in de geschiedenis van de mensheid zo’n belangrijke rol speelt. Waar het allemaal om ging, was wraak voor de lange vernedering van het Catalaanse volk door de Spaanse regering in Madrid. In de maand augustus arriveerde op het vliegveld van Barcelona niet zomaar een volksjongen uit Betondorp, maar de man die nog voordat er een wedstrijd gespeeld was, reeds El Salvador werd genoemd, J.C. Superstar, de Verlosser.

Op 17 februari 1974 betrad Johan Cruijff het Bernabéu-stadion te Madrid, thuishaven van het gelauwerde Real Madrid, aartsrivaal van Barcelona en symbool van de vernederende onderdrukking onder Franco. Het zou de dag van het oordeel zijn. Historisch en memorabel tot aan het einde der tijden. Geen Catalaan die niet met deze wedstrijd bezig was. Zij die er niet bij konden zijn, zaten gekluisterd aan radio of beeldbuis. Zij die er wel bij waren, aanschouwden een catharsis zonder weerga. Cruijffs voeten spleten het stadion in tweeën. De ene helft brak noordwaarts, de andere zuidwaarts. Als Gods eigen wraakengel leidde hij de hemelse heerscharen naar een glorieuze overwinning, 0-5. Bij alle doelpunten, waarvan hij er een zelf maakte, was hij betrokken. Zelfs leek hij de spaarzame momenten dat Madrid balbezit werd toegestaan, te regisseren. Hij tolereerde hun acties en leidde ze zoals een vader zijn kind. Real Madrid verloor die dag zijn troon, zijn kroon en zijn grondgebied. Het publiek vergat dat zij Madrilenen waren. Zij klapten voor Cruijff, bewonderden en vereerden hem.

FC Barcelona versloeg die dag niet Real Madrid, maar de centrale regering onder Franco. Voor de Catalanen was dit geen voetbalwedstrijd, maar een guerrilla, de opstand van de geknechten. Cruijff cultiveerde de gevoelens van de onderdrukte Catalanen door zijn zoon, die rond deze tijd geboren werd, de verboden, want Catalaanse, naam Jordi te geven. Geen politieke daad, hij was zich (zegt Cruijff) er niet van bewust (,,Ik vond het gewoon een mooie naam’’), maar het werd uitgelegd als een heldendaad. Cruijff gaf de Catalanen hun moed, hun eer, hun roem, hun cultuur terug. Vijfentwintig jaar later, 10 maart 1999, de dag van de hommage, vieren de Catalanen in Cruijff een kwart eeuw vrijheid. Die vrijheid begon niet toen de fascistische dictatuur van Franco met diens dood in 1975 eindigde, maar een jaar eerder, toen Cruijff en de zijnen Real Madrid in eigen huis de grootste nederlaag ooit toebrachten.

Dit alles is overigens minder hosanna dan op het eerste oog lijkt. Misschien moet men zelfs zeggen dat Cruijff door de Catalanen gebruikt werd. Hij werd immers niet geacht te voetballen, hij werd geacht een politieke daad te stellen. Catalonië smachtte naar een bevrijder die hen van twee generaties dictatuur, onderdrukking en vernedering zou verlossen. Een vreemdeling met bovenaardse krachten. Overeenkomstig hun mythe van de voetbalmessias. Cruijff maakte die mythe werkelijkheid, nolens volens.

Voetbal leert ons iets over God hier. Of misschien eerder nog over de mens en zijn verlangens. Als het hun uitkomt, verwarren mensen principiële zaken. Voetbal met politiek. Politiek met religie. Religie met eigenbelang. Mensen zetten God naar hun hand zoals het hun uitkomt. De inwoners van Jeruzalem weigerden in Jezus van Nazareth een gezant van God te zien met een universele boodschap voor de mensheid. Jezus was volgens hen een zoon uit het huis van koning David die de Romeinen van de troon kwam stoten. Hij werd niet geacht een religieuze boodschap te verkondigen, hij werd geacht een politieke daad te stellen. Judeeërs versus Romeinen. Catalanen versus Spanjaarden.

In het voetbal worden vaak eeuwenoude frustraties botgevierd. Calimero’s die de groten verwijten dat ze groot zijn. De Rode Duivels vechten het namens de Belgen uit met die hooghartige Ollanders, Oranje strijdt sedert de Tweede Wereldoorlog tegen de zichzelf onverslaanbaar achtende moffen, Utrechtenaren bestrijden het zelfvoldane lucky Ajax, NEC strijdt namens Nijmegen tegen die eigengereide Ernhemmers van Vitesse, en Fortuna Sittard heeft uiteindelijk maar één doel: die arrogante Sjengen uit Maastricht een lesje leren.

Voetbal geeft identiteit. ’Ik ben voor PSV’, ’Ik van FC Twente’ klinkt niet veel anders dan de partijvorming in het oude vroegchristelijke Korinte: ’Ik ben van Petrus’, ’Ik van Apollos’ – waarop Paulus verzucht: ’Is Christus dan in stukken gescheurd?’ Het voetbal in elk geval wel. Soms kunnen nationale belangen clubbelangen overstijgen en een eenheid op landelijk niveau creëren, maar ook dan, of juist dan, weerspiegelt het voetbal vaak politieke en culturele tegenstellingen.

In het voorjaar van het jaar 33 na Christus, één week voor Pasen, betrad Jezus van Nazareth, Jeruzalem. Heel het volk liep uit, want deze Zoon van David ging hun van de Romeinse bezetters verlossen. De lange vernedering van het joodse volk door Rome die sedert de inval van de Romeinse generaal Pompeius al bijna honderd jaar duurde, zou ten einde komen. De Verlosser werd binnengehaald als een koning. Dat hij op een ezel reed en niet op een troonwagen, zag men over het hoofd.

De voetbalwereld kent een eeuwige messiasverwachting. Dat komt omdat het voetbal onbekend is met het einde der tijden. De werkelijkheid wijst uit dat de tijd voortschrijdt, zelfs nadat een land eenmaal wereldkampioen is geworden. Zo wacht Engeland vanaf 1966 op die ene verlosser die de wereldtitel opnieuw ’thuis’ zal brengen. Drievoudig wereldkampioen Duitsland zit in een diep voetbaldal en is de tweede plaats achter Brazilië van 2002 alweer lang vergeten. Voetbal houdt nooit op. Dat is het probleem. Heeft men eenmaal een verlosser of messias begroet, dan is daarmee de tijd niet ten einde. Na de apocalyptische overwinningen van Cruijffs en Maradona’s Barcelona op Real Madrid, volgden in de Cruijff- en Maradona-loze jaren nieuwe nederlagen. Ja, de tijden waren veranderd. Barcelona had zijn minderwaardigheidscomplex afgeworpen. Maar eeuwige rust is niet gegarandeerd. Laat staan de eeuwige vrede. Eenmaal zal ook Ronaldinho oud zijn.

Het patroon is herkenbaar en herhaalt zich door de geschiedenis heen. De grootmacht wordt vernederd, de onderdrukte verheven. De overwinning vindt plaats, of er wordt om gebeden. Steeds opnieuw klinkt dezelfde roep omdat, steeds opnieuw, de machtigen alleen aan zichzelf denken. Babylon ten koste van Sion. Rome ten koste van Jeruzalem. Madrid ten koste van Catalonië. De eeuwige strijd van Noord tegen Zuid, rijk versus arm, en West tegen Oost, sterk versus zwak, schemert erin door. De noodkreet der onderdrukten, hun roep om een verlosser, is wereldwijd. Liefst niet om de ene tiran door de andere te vervangen, maar om in nederigheid de sterken te weerstaan. Zoals Paulus uitroept: ,,Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.’’ (2 Korinte 12,10)

De mensheid is verdeeld, zou graag één zijn, maar is daartoe op eigen kracht niet in staat. De onophoudelijke roep om een messias toont dat mensen buiten ons naar een hogere macht zoeken. Een vreemdeling met bovenaardse gaven die in alle gevallen nederig blijft. Toen Cruijff op 10 maart 1999, de dag van zijn hommage, de supporters toesprak – heel Barcelona was uitgelopen voor één man – was hij in de gelegenheid zijn gram te halen op de machthebbers die hem drie jaar eerder hadden gekleineerd en weggestuurd. Maar er kwam geen onvertogen woord over zijn lippen; hij sprak alleen maar positief en dankbaar en toonde een verdraagzaamheid van bijna bijbelse allure.

Maar het is niet goed begrepen. Cruijff beoogde niet de ontluistering van (Real) Madrid of de vernedering van Nunéz cum suis. Wat hij als het ware terloops en misschien onbewust zichtbaar maakte, was een natuurlijke bescheidenheid, de overtuiging van een zwakte die sterk maakt (,,Ik ben niet wie men denkt’’) en de zekerheid van een kracht die alleen in kleine kring werkt; in het gezin, onder vrienden, in een club. Landskampioen word je niet door heel Spanje te verslaan, maar door in je team vertrouwen te laten groeien. Er moeten geen vijanden verslagen worden, er moeten vrienden worden gemaakt. ,,Dit is mijn gebod: dat jullie elkaar liefhebben Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.’’ (Johannes 15,11-13)

Cruijff voegde zich bijna achteloos in de door Catalonië gecreëerde mythe van de voetbalmessias. Ook Christus voegt zich, als het ware rolbewust, naar de beelden, de handelingen en de voorstellingen die het Oude Testament van de messias geeft. Als Jesaja voorspelt dat de ogen van de blinden en de oren van de doven geopend worden, dat de lamme zal dansen als een hert en de tong van de stomme zal juichen opdat daarmee God als redder wordt geëerd (Jesaja 35,4-6), dan genéést Jezus ook lammen, blinden en stommen opdat God geëerd wordt (Lucas 18,43). Als Zacharia 9,9 voorspelt dat de koning op een ezelsveulen Jeruzalem binnenrijdt, dan geschiedt het zoals het geschreven staat en stuurt Jezus zijn leerlingen erop uit om een veulen te vinden (Lucas 19,30). Overeenkomstig de profetie van Nathan is Jezus de Davidszoon, overeenkomstig de voorstelling van Qumran is hij de Zoon van God, Zoon van de Allerhoogste, overeenkomstig het oer-evangelie in Genesis 3,15 overwint hij de dood: ’,,k heb de kosmos overwonnen.’’ (Johannes 16,33)

Maar ziehier het misverstand waardoor voetbal ons iets over God leert. Catalonië verlangde een messias die de vijand – Madrid, Spanje, Franco – zou verslaan. Cruijff echter wilde geen politieke daad stellen, hij wilde voetballen. Het misverstand kon ontstaan omdat voetbal voor hem niet zomaar alleen voetbal is. Het is, zo niet een religie, dan toch minstens een levensfilosofie. Maar geen politiek. Cruijff ziet levenslessen in het voetbal weerspiegeld, maar gelooft niet dat het politieke veranderingen kan teweegbrengen. Er zal altijd onderdrukking zijn. Is het niet van links, dan van rechts. Wordt het zoveel beter als de Catalanen – andere mensen – aan de macht komen? De politiek verandert niet. De mensen moeten veranderen – aldus mijn parafrase van Cruijffs gedachtegoed.

Hier ligt de overeenkomst met religie. Religie beoogt mensen te veranderen. God is niet geïnteresseerd in politieke machtsverhoudingen. De ene eeuw de Assyriërs, een andere eeuw de Egyptenaren of Seleuciden, dan weer de Romeinen, de Spanjaarden, de Portugezen, Amerikanen of Chinezen – het is God om het even. Op den duur breekt elke macht. En elke volgende machthebber probeert het voor zichzelf en de zijnen weer zo snel mogelijk zo goed mogelijk te hebben. De Bijbel laat zien dat God geïnteresseerd is; niet in machtsstructuren, maar in intermenselijke relaties – de ene mens naast de andere, niet de ene partij tegenover de andere. Rechtspersonen, bedrijven, verenigingen (staten, politieke partijen, godsdiensten) bestaan niet in de ogen van God; je naaste is de persoon die je op je weg tegenkomt. Wat je dan doet, bepaalt wie je bent. ,,Wat heb je gedaan toen ik naakt was, hongerig en dorstig?’’ Het mag zijn dat God niet bestaat en een projectie is van de mens, maar dít inzicht – dat ’evenbeeld van God’ betekent dat de mens voor zijn naaste (die zijn vijand kan zijn) net zo verantwoordelijk is als voor zichzelf – is een openbaring.

Het grote misverstand onder de inwoners van Jeruzalem over Jezus van Nazareth was dat hij kwam als politieke revolutionair, een rebellenleider die als troonpretendent van het Davidische huis, de Romeinen het land uit zou jagen. Maar Romeinen zijn inwisselbaar voor andere onderdrukkers. Eeuwige vrede is geen zaak van mensen. ,,Mijn koninkrijk is niet van deze wereld’’, antwoordt Jezus Pilatus als deze hem naar zijn koningschap vraagt. Vrede, gerechtigheid en bevrijding zijn geen zaken van politici of mensen – dit is het misverstand. We kunnen deze waarden nastreven, moeten ze nastreven zelfs, maar we kunnen ze niet realiseren. Ja, voor even kunnen we een tiran verdrijven, zoals de Catalanen de geest van Franco (maar het duurde niet lang of Real Madrid versloeg FC Barcelona alweer). Langere tijd regeren zonder zelfverrijking, corruptie of eigenbelang (partijbelang) is niemand nog ooit gegeven. De mens moet tegen zichzelf in bescherming genomen worden, maar dat kan alleen geschieden door een hogere macht die niet van deze wereld is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden