VOETBALLER De pingelaar werd de volmaakte teamspeler

Zo goed, zo begaafd, en toch: geen trucjes, geen tierelantijnen. Het meest kenmerkende van de voetballer Johan Cruijff, zo begenadigd als hij was, was de eenvoud in zijn spel. Of beter natuurlijk: de ogenschijnlijke eenvoud. Simpel spelen is het allermoeilijkste, zegt Cruijff al in de vroege jaren zeventig. In 1986: "Perfectie is niet een verschrikkelijk moeilijke bal goed plaatsen. Nee, perfectie is een makkelijke bal perfect plaatsen."

Het is altijd een intrigerende paradox geweest: Cruijff, de verhevene, de man die door onophoudelijke wrijvingen het imago kon hebben altijd aan zichzelf te denken, was de teamspeler bij uitstek. Gaandeweg dan. In zijn jonge jaren pingelt hij zich een ongeluk, natuurlijk. Rinus Michels leert hem dat het mooie belangrijk is, maar het rendement ook. Dat heeft hij van hem overgenomen, zegt hij eerbiedig, van zijn beste trainer.

Marco van Basten, in de jaren tachtig als speler van Ajax over zijn trainer: "Johan is technisch zó volmaakt dat hij op vrij jonge leeftijd eigenlijk al was uitgekeken op het voetballen op zich. Hij beheerste alles al, denk ik, vanaf zijn twintigste. Daarom is hij volgens mij al heel jong in tactiek geïnteresseerd geraakt."

Het enige wat hij meer heeft dan anderen, zegt Cruijff zelf, is overzicht en inzicht. Hij passeert zonder overbodige bewegingen. Hij schudt zijn tegenstanders niet af door snelheid - zo snel, zegt hij zelf, is hij niet - of met magie, maar door de bal net even op het juiste moment te raken.

Onderwijl kijkt hij om zich heen, naar wat zijn ploeggenoten kunnen en wat niet. Cruijff roemt de relatief onopvallende inbreng in het Ajax van de jaren zeventig van Gerrie Mühren, de technische Volendammer die in soberheid zelden balverlies lijdt. Hij bracht balans, en voor Cruijff is voetbal balans. Hij haalt als trainer Jan Wouters en Danny Blind naar Ajax, teamspelers die van grote waarde worden voor het Nederlandse voetbal.

Het voetbal is zoveel sneller geworden, alles wordt gemeten. Met een afkeer van de moderne methoden zegt Cruijff in 2000 dat hij, met zijn niet al te sterke gestel, in de tegenwoordige tijd als jeugdspeler bij Ajax niet door de selectie zou zijn gekomen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Hij zou ook nu goed zijn geweest - en in deze tijden van voetbalexhibitionisme, van trucjes en tierelantijnen, een nog groter voorbeeld zijn.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden