Satellietclub

Voetballend van de townships naar succes in Arena, het bleef een illusie

Twee supporters van Ajax Cape Town in de tijd dat de club nog wél publiek trok, in 2011. De club werd toen tweede in de Zuid-Afrikaanse competitie.Beeld EPA

Wie het pas verschenen boek ‘Ajax in Afrika’ leest, vraagt zich af wanneer de Amsterdamse club het avontuur in Kaapstad beëindigt.

Het leek zo veelbelovend: het avontuur dat Ajax eind jaren negentig begon met Ajax Cape Town, een opleidingsclub in Zuid-Afrika. Voetbal speelde in het land van Mandela een voorname rol in het emancipatieproces van zwarte mensen. Het nationale elftal had in 1996 de Afrika Cup gewonnen, twee jaar later volgde de eerste deelname van ‘Bafana bafana’ aan een WK sinds de afschaffing van de apartheid. En Benni McCarthy had bij Ajax vanaf 1997 succesvol laten zien wat Zuid-Afrika aan talent kon voortbrengen.

Dat land móest een goudmijn zijn. Ajax had als kersverse beursgenoteerde onderneming grote internationale expansieplannen, op alle continenten. Dus werd in 1999 met een consortium van Zuid-Afrikaanse zakenmensen de fusieclub Ajax Cape Town opgericht. De meerderheid van de aandelen (51 procent) kwam voor vier miljoen euro in handen van het Amsterdamse moederbedrijf.

Ajax Cape Town zou zelf gaan opleiden in de ‘Ajax-filosofie’. De club zou ook als een magneet gaan werken op talenten uit heel Afrika. Die zouden dan verder rijpen in Kaapstad en doorstromen naar Amsterdam. Ajax zou voor een habbekrats op de eerste rij zitten. Er werden mooie verhalen bij verteld: jongens uit de townships, opgegroeid in arme wijken waar straatbendes en drugs regeren, zouden dankzij Ajax succesvol en rijk kunnen worden.

Mislukt project

We zijn twee decennia verder. Hoe bitter weinig er van het plan terecht is gekomen, blijkt uit ‘Ajax in Afrika’ van Jonathan Ursem. Het net verschenen boek is een kroniek van een mislukt project, al blijft ‘fan’ Ursem zelf mild. De club die alleen in 2011 onder Foppe de Haan dichtbij de landstitel was, lijdt al een paar jaar een anoniem bestaan op het tweede niveau van Zuid-Afrika, in een klasse met corrupte arbiters waar matchfixing nooit ver weg is. ‘Ajax’ speelt er voor nagenoeg lege tribunes.

Die degradatie was het gevolg van een mengeling van wanbeleid, geruzie en desinteresse. In 21 seizoenen werden achttien trainers versleten. Vele jaren speelde in de clubleiding een stammenstrijd tussen de twee Grieks-Zuid-Afrikaanse families, specifieker: twee zwagers. Een bon-vivant in een Bentley met voetbalverstand versus een emotionele zakenman zonder voetbalkennis. Uiteraard ging dat over geld. De bon-vivant zou bij een deal over tv-rechten geld in eigen zak gestoken. Een conflict dat Ajax met de mantel der liefde bedekte, staat in het boek.

Slechts vier spelers stroomden via Ajax Cape Town door naar Ajax 1: Steven Pienaar, Eyong Enoh, Thulani Serero en Lassina Traoré. Twee van hen speelden nooit voor de dochterclub in Kaapstad. Traoré was al door Ajax in Burkina Fasso gescout en werd tijdelijk in Zuid-Afrika gestald omdat hij nog te jong was. In Amsterdam ontbrak het bij veel mensen binnen de club aan echte interesse in de satelliet, klagen ze in Zuid-Afrika.

Met mes en vork eten

Van township tot Arena? De kloof blijkt vaak veel te groot te zijn. Het resultaat na twintig jaar is veel te mager, erkennen alle betrokkenen. De hoop is nu gevestigd op het nieuwe jeugdinternaat. Daar leren jongens uit de townships discipline, doorzettingsvermogen, met geld omgaan en, volgens Hans Vonk, ‘met mes en vork eten’.

Vonk was tot vorige maand technisch directeur. Maar hij moest weg omdat hij door de voorzitter Ari Efstathiou werd beschuldigd van een handgemeen met een jeugdspeler. Het leidde ook tot het vertrek van de door Ajax daar gestalde trainer Andries Ulderink. Algemeen directeur Edwin van der Sar in het boek: “Er moet wel echt iets veranderen”.

Veel geld kost het Ajax niet, maar het is de club onwaardig wat er onder haar vlag gebeurt in Kaapstad. Wie dat allemaal leest vraagt zich af wanneer Ajax er de stekker uittrekt. ‘Een Griekse tragedie’, noemt Ursem. het. Een geweldig boek heeft hij niet geschreven. Daarvoor is de tekst te rommelig van opbouw, van de hak op de tak, met veel doublures en sprongen in de tijd. Er is niet het verháál van gemaakt, en dat zit er wel in.

Jonathan Ursem, ‘Ajax in Afrika’, uitgeverij Volt, €20,99. O.a. bij bol.com.

Lees ook:

Menzo’s missie: minder pingpongvoetbal

Stanley Menzo is sinds kort trainer van Ajax Cape Town. De Nederlandse coach moet de club uit het slop trekken. missie: minder pingpongvoetbal

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden