Voetbal als zinvolle bezigheid

Is voetbal een domme of juist een snuggere sport? Wie Co Adriaanse of Louis van Gaal in de weer ziet, denkt het laatste. Papiertjes met onbegrijpelijke aantekeningen, analyses waar je als eenvoudig toeschouwer geen touw aan kunt vastknopen, buitenaardse inzichten en als het zo uitkomt ook nog eens een sneer naar achterlijke vragen van journalisten. En ook als ik sportprogramma's met Hugo Borst of Johan Derksen bekijk voel ik mij steevast heel dom, onwaardig om zelfs maar langs de lijn te staan.

Toch zijn er ook redenen om voetbal zelf een wat dommige sport te vinden. In de eerste plaats is de bal rond, wat ongeveer wil zeggen dat hij alle kanten op kan en dat het merendeel van het spel uit toeval bestaat, en in de tweede plaats heeft het voetbal primitieve genen. Antropologen zijn het er niet helemaal over eens of het oervoetbal nou ontstond omdat men tegen de schedel van een vijand wilde trappen danwel tegen de schedel van een offerdier, maar een toppunt van verlichting is het nooit geweest. Vroegere machthebbers, zoals de Engelse en Franse koningen (die het zelf liever hielden bij een potje oertennis) verboden het oervoetbal geregeld omdat het tot allerlei excessen leidde, een erfenis waarmee tegenwoordig burgemeesters soms opgezadeld zitten. Je kunt natuurlijk lachen om die oorspronkelijke vormen, maar feit is dat landen zonder uitgesproken middeleeuwen vaak ook minder om voetbal geven, zoals Australië en Amerika. Het spelletje heeft kennelijk echte roots nodig, men moet het wederzijdse gebeuk in straten en weilanden nog door het bloed voelen stromen.

Ook voor vrouwen, die in vroeger tijden nu eenmaal niet veel te zeggen hadden, en die in dat opzicht net als Australië en Amerika een relatief jonge wereldmacht vormen, is voetbal niet vanzelfsprekend. Ik heb het gevoel dat het gros van hen weliswaar welwillend naar EK's en WK's kijkt, vanwege de hun aangeprate nationale belangen, of omdat hun mannen er zo bij gedijen, maar het komt niet echt uit het hart.

Niettemin beschikt het voetbal over een verfijnde theologie die het weer boven andere sporten lijkt uit te tillen. Voor velen mag het een simpel potje ballen op een groen veld lijken, er zijn allerlei wetenschappers met statistische of tactische inzichten die de onnozele genieter bijlichten. Het is misschien nog even wachten op de eerste Australische vrouwelijke voetbalwetenschapper, maar in Engeland (natuurlijk!), het meest middeleeuwse land dat zich denken laat, hadden ze al jaren zo'n voetbaltheoloog, Charles Reep, zeg maar de Jean Baudrillard van het voetbal. Reep (1904-2002), zelf ooit coach, maar nooit van een heel grote club natuurlijk, want dan heb je wel wat anders aan je hoofd, turfde in de jaren vijftig en zestig alle mogelijke voetbalbewegingen in een kleine zeshonderd wedstrijden en trok daaruit belangwekkende conclusies omtrent de effectiviteit van het spel. Zo moest er volgens hem niet te veel gecombineerd worden en stelde hij vast dat de helft van alle doelpunten viel uit heroverde ballen in het aanvalsgebied. Hij schreef er zelfs een boek over met de heerlijke titel 'Measuring the effectiveness of playing strategies at soccer', een aanrader voor iedere vader die in het weekend langs de lijn z'n zoontje staat op te hitsen. Overigens kwamen weer andere denkers er al gauw achter dat Reeps theorieën eigenlijk propaganda voor het typisch Engelse voetbal betekenden, kick and rush, nou juist weer niet de meest verfijnde, elegante en intelligente versie van het spelletje.

Ik geloof dat landen zich in het algemeen niet veel zorgen maken over het IQ van hun nationale sporten en misschien is dat wel het verstandigste wat je kunt doen. Als het volk een halve zomer beschilderd en gehuld in oranje extremiteiten naar door elkaar lopende mannetjes op een veld wil kijken, is het goed. Het schijnt bijvoorbeeld dat voetbal heilzaam is voor de psychische gesteldheid van een natie: Schots onderzoek wees ooit uit dat tijdens wereldkampioenschappen het aantal zelfmoorden danig afneemt. Men krijgt ook als volk meer zelfvertrouwen of vormt althans een solidaire gemeenschap, de eenzaamheidsgevoelens nemen af: iedereen kijkt naar dezelfde zender. De prestaties doen er eigenlijk veel minder toe dan je zou denken, ook verlies brengt ons bij elkaar. Ik denk dat iedereen die 7 juli 1974 heeft meegemaakt weet wat ik bedoel.

Dat heeft natuurlijk allemaal niks met het spel zelf te maken, ook bij opzienbarende begrafenissen of feestelijke koningsbruiloften zie je het verschijnsel. Zo te zien behoort het voetbal dus gewoon tot de meest regelmatige en best georganiseerde gezondheidskuren die zich denken laten. Some soccer a day keeps the doctor away, zoiets. En waarom dat zo is weet eigenlijk geen sterveling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden