... voerde de Oude Man van de Berg zijn plan uit

In de herfst van 1175 drongen in West-Europa berichten door over een geheimzinnig bergvolk in Syrië, in de streek tussen Antiochi en Damascus. Lokaal zouden deze bergbewoners, verschanst in onneembare kastelen, als 'Heyssessini' bekend staan: de Kruisvaarders die zich in die streken hadden gevestigd, plachten hen vol ontzag aan te duiden als 'de Heren van de Bergen'.

Enkele jaren later weet Willem van Tyrus, de geschiedschrijver van de kruisvaardersrijken, te melden dat deze 'Assassini' geen erfelijk koningschap kennen, maar een heerser kiezen die zij 'de Oude Man' noemen. Hun gehoorzaamheid aan hem is totaal: op zijn bevel volbrengen zij de gevaarlijkste opdrachten. Als ergens een vorst zijn onbehagen heeft opgewekt, legt de Oude Man een dolk in de hand van een van zijn volgelingen, waarop deze zich terstond op weg haast en niet rust voor hij zijn slachtoffer ter dood heeft gebracht, onverschillig of dit ook hemzelf het leven kost.

Nadat Jeruzalem in 1187 door Sultan Saladin op de westerse christenen was heroverd, namen de koningen van Frankrijk en Engeland het initiatief tot de derde kruistocht (1189-1192), die resulteerde in de verovering van de kuststad Acre in 1191. Conrad van Mont ferrat, een van de leiders van de campagne, maakte aanspraak op de titel koning-elect van Jeruzalem en zag zijn claim erkend door de Engelse koning Richard Leeuwenhart. Kort daarna, terugkerend van een maaltijd ten huize van een vriend, werd hij aangehouden door een tweetal mannen; terwijl een van hen hem een brief voorhield, dreef de ander hem een dolk in de rug. Stervend werd Conrad zijn paleis binnengedragen. Een van de moordenaars werd ter plekke gedood, de ander gevangen genomen. Voor zijn terechtstelling bekende hij dat hij en zijn maat de aanslag hadden gepleegd in opdracht van de Oude Man van de Berg.

In de Islamitische wereld waren de 'hashishiyyin' al veel langer een begrip dat associaties met politiek fanatisme, sluipmoord en doodsverachting opriep. Het ging om een Sjietische sekte, die in de laatste decennina van de elfde eeuw was gesticht door de uit Perzië afkomstige Hasan as-Saba, volgens de overlevering een vriend van de dichter Omar Khayyam. Als hoofdkwartier koos Hasan het kasteel van Alamoet, dat als een adelaarsnest in het ontoegankelijke bergland ten zuiden van de Kaspische Zee lag. Hij wist zijn religieuze discipelen om te smeden tot een uiterst efficiënte organisatie, op basis van de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid die zijn volgelingen hem verschuldigd waren. De politieke activiteiten van de sekte waren vooral gericht tegen de (Soennitische) Abbasieden, in het bijzonder tegen de kaliefs van Bagdad en hun meesters, de Seldjoekse sultans. Een reeks moorden van politieke en religieuze leiders vervulde de bevolking van een gebied dat zich uitstrekte van Perzië tot Egypte met angst voor de handlangers van de Oude Man. Tot ver in de dertiende eeuw bleven de Assassijnen onder een opeenvolging van krachtige grootmeesters een politieke factor van betekenis in het gehele Midden-Oosten.

Ook in de door de kruisvaarders gestichte staatjes vreesde men de Assassijnen. Het woord 'assassin' werd in de meeste Europese talen gangbaar als aanduiding voor een (sluip)moordenaar. In de aanhoudende stroom van geruchten over de activiteiten van de Assassijnen groeide de Oude Man uit tot een heersersfiguur met duivelse trekken. Al in de vroegste berichten is onmiskenbaar sprake van legendevorming. Zo weet men te vertellen dat de Oude Man zijn volgelingen recruteert onder de kinderen van boeren en herders die, volledig geïsoleerd van de buitenwereld, een strenge training ontvangen, met als centraal element hun totale onderworpenheid aan zijn persoon. In ruil voor hun bereidheid zich op elk moment voor hem op te offeren, stelt de Oude Man hun de vreugden van het paradijs in het vooruitzicht. Om overal inzetbaar te zijn leren zij talen: Arabisch, Latijn, Grieks en Frans.

Jacob van Vitry, die van 1216 tot 1228 de bisschopszetel van Acre bekleedde, gold in de Middeleeuwen als een autoriteit op het gebied van de Islam. Ook hij beschrijft de methoden van indoctrinatie die de Oude Man toepast. Een nieuw detail daarbij is zijn mededeling dat zijn pupillen worden opgevoed 'op geheime en verrukkelijke plaatsen', die hun een voorsmaak geven van de nog veel heerlijker oorden die zij zullen betreden als zij bij het uitvoeren van een missie om het leven komen; door de nabestaanden zullen zij dan als martelaren worden vereerd. Hun ouders ontvangen een rijke beloning.

Een tijdgenoot, de kroniekschrijver Arnold van Lübeck, geeft een volgende draai aan de overlevering door te vermelden dat de Oude Man zijn afgezanten voor hun vertrek een drug toedient die hen de daad in een soort trance of extase doet volbrengen. De oorsprong van dit detail is waarschijnlijk te zoeken in een Arabische woord voor hasj-gebruikers, waarmee de leden van de secte door hun Islamitische vijanden smalend werden aangeduid. Gebruikers van hasj golden als sociale verschoppelingen.

In 1291 valt Acre, het laatste bruggenhoofd van de kruisvaarders, in handen van de Mamelukken. Al eerder hadden de Mongolen, de nieuwe heersers van Perzië, zich meester gemaakt van Alamoet. Daarmee was de politieke rol van de Assassijnen goeddeels uitgespeeld; de sekte zou nog eeuwen blijven bestaan als een vreedzame religieuze groepering. Maar al waren de Assassijnen van het toneel verdwenen, hun reputatie leefde voort in de verhalen van reizigers.

Het kleurrijkste relaas staat op naam van Marco Polo, maar is in werkelijkheid van de hand van diens ghostwriter, Rusticiano van Pisa. Hij vertelt dat de Oude Man in een geïsoleerd dal een liefelijke tuin had laten aanleggen, waar de schoonste vrouwen het de jonge mannen die in dit lustoord hun opvoeding ontvingen in alle opzichten naar de zin maakten. De Oude Man placht zijn pupillen in de waan te brengen dat dit het paradijs is waarover de Profeet heeft gesproken. Als hij hen vervolgens onder de invloed van opium uit het dal ontvoert en uitzendt om een moord te begaan, offeren zij bij de uitvoering van zijn bevelen met graagte hun leven, wetend dat alleen de dood hen in het paradijs terug kan brengen.

Verhalen als die van Arnold van Lübeck en Marco Polo getuigen van westerse pogingen om de doodsverachting waarmee de Assassijnen hun doelen bereikten te verklaren. Het ging dan ook, zoals de islamoloog Bernard Lewis heeft opgemerkt, om een verschijnsel dat zich in de geschiedenis niet eerder had voorgedaan: de systematische, tot in details voorbereide, niets en niemand ontziende aanwending van terreur als politiek wapen. De elfde september 2001 heeft ieder doen beseffen hoe kwetsbaar de wereld is voor toepassingen van het concept dat door de middeleeuwse Assassijnen voor het eerst in praktijk is gebracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden