Voer voor Pauw & Witteman Heimwee naar de

Biografieën en andere non-fictie zijn succesvol. Waaraan danken deze waargebeurde verhalen hun oplages? Aan de lezers of aan de uitgevers?

Lisa Kuitert

'Iedereen die tegenwoordig publiekelijk iets betekent, heeft een (auto)biografie; van politici zoals Ayaan Hirsi Ali tot en met sporters als Maarten van der Weijden.¿ Zo verdedigde de CPNB het thema van de komende Boekenweek, 'Curriculum Vitae'. ¿De biografie is een zeer populair genre.¿

Is het genre inderdaad populair? Dat ligt er maar aan wat je meet: de verkoopcijfers of de productie. Er wordt méér literaire non-fictie gepubliceerd dan voorheen, dat is aantoonbaar juist. In 2002 was sprake van 287 titels die min of meer passen in het thema van deze Boekenweek: (auto)biografisch proza. Daarvan waren 86 titels onversneden biografie. In 2008 waren het al 441 titels, waarvan 144 biografieën. Een duidelijke groei.

Toch zakken de meeste titels na enkele weken in een diepe winterslaap, slechts enkele uitschieters verkopen goed. We zijn geneigd de honderdduizenden verkochte Geert Maks als graadmeter te beschouwen. Maar kijk je naar de lijst van honderd best verkochte boeken van 2010, dan komt de eerste literaire non-fictie pas op de 31ste plaats. Een onderzoek naar de verkoop van boeken in de topmaand december wees uit het literaire non-fictieboek in de jaren 2002-2008 maar 2 procent van de verkochte boeken uit maakte. Hoewel er de laatste jaren dus méér literaire non-fictie verschijnt, is de verkoop van het genre als geheel niet echt booming - zij het dat de uitschieters hoge verkoopcijfers behalen. Maar waarom verschijnt er dan zoveel literaire non-fictie en hoe kan het gebeuren dat in dit genre soms heuse bestsellers ontstaan?

Een paar hypothesen. Bij sommige populaire genres, bijvoorbeeld bij biografieën van grootheden als sporters of artiesten, kun je wijzen op de trend van persoonsverheerlijking die fans ook naar de boekwinkels weet te krijgen. Maar die trend hoeft niet per se literaire non-fictie te stimuleren, die belangstelling vertaalt zich immers ook in televisie en websites.

Je hoort ook wel eens zeggen dat non-fictie in zijn algemeenheid steeds beter verkoopt omdat de samenleving vergrijst. Ouderen lezen liever non-fictie dan fictie. Misschien klopt dat, maar het is vooralsnog niet bewezen, omdat het onderzoek naar leesgedrag niet specifiek de bejaarden onder de loep neemt.

Het lijkt me eerder aannemelijk dat er in onze omgang met feiten iets veranderd is. Hierover wordt binnen de geesteswetenschappen discussie gevoerd. De redenering is dat dankzij nieuwe technieken en opslagmethoden (internet) tegenwoordig oneindige hoeveelheden gegevens kunnen worden vergaard en bij elkaar gezet. Iedereen kan inmiddels zelf een database maken en beheren, en als je wilt doe je dat gezamenlijk in een wiki-achtige omgeving. Dus wie even iets moet opzoeken, kan daarvoor prima terecht op internet.

Maar wie iets wil begrijpen of doorgronden, heeft meer nodig dan de kale gegevens. De gigantische hoop data ontneemt ons misschien wel het zicht op wat er werkelijk aan de hand is.

Hoogleraar kennisdynamica Paul Wouters denkt dat niet alleen in de geesteswetenschappen de behoefte groeit aan mensen die het 'verhaal' kunnen vertellen, maar dat dat ook in de natuurwetenschappen zo is. De toekomst is aan de verhalenvertellers, aan erudiete geesten die in staat zijn aan al die data ook een betekenis te geven. De literaire non-fictie is daarvan een voorproefje.

In dit genre zien we hoe belangrijk het vertellen van het verhaal is. Wie had ooit gedacht dat een boek over een voormalige Belgische kolonie ('Congo'), en een boek over een tehuis voor armelui in Drenthe ('Het pauperparadijs') zo'n succes zouden hebben? Aan de gegevens uit die boeken ligt het niet, die informatie vind je ook wel op internet, maar het verháál, daarmee krijg je de lezers naar de boekhandel.

Een andere hypothese heeft te maken met de groeiende historische belangstelling. Er is zowel vanuit de samenleving als vanuit de overheid toenemende aandacht voor de geschiedenis. Op scholen moet er meer aan gedaan worden, en het publiek is massaal op zoek naar de historische beleving. Musea doen het goed, historische televisieprogramma's als 'Andere tijden' of de serie 'In Europa', historische tijdschriften als Historisch Nieuwsblad, Geschiedenis Magazine en Quest-historie verbazen vriend en vijand met hun opmerkelijke populariteit.

Het is wel een kip/ei kwestie, want de opkomst van de historische literaire non-fictie kan gevolg zijn van de groeiende liefde voor het verleden, maar het kan ook de aanstichter zijn van dit fenomeen, of er althans flink aan hebben bijgedragen.

Geert Mak speelt in elk geval een rol in de opkomst van de term 'literaire non-fictie'. Hij publiceerde in 1992 'De engel van Amsterdam', zijn eerste literaire non-fictie-uitgave, en schreef over dit genre een baanbrekend artikel in Raster, in het essay 'Het eeuwig slepen met de loden bal. Over verhalen en journalistiek'. Natuurlijk bestond er voordien ook wel literaire non-fictie, alleen heette het nog niet zo. Mak had met zijn 'Hoe God verdween uit Jorwerd' in 1996 de eerste grote literaire non-fictie bestseller in Nederland. Recente successen in de categorie zijn 'De Prooi' en 'De vastgoedfraude', de biografie van Geert Wilders, en soortgelijke op actualiteit drijvende boeken.

Daarmee komen we op de laatste hypothese. Het zijn namelijk dit soort uitgaven die wel eens de voorpagina's van de kwaliteitskrant halen, of waar 'gedoe' omheen is: een geportretteerde die zich aangevallen voelt, een vondst van een biograaf. Literaire non-fictie is anders dan gewone fictie of non-fictie newsy. De redacties van programma's als 'Paul & Witteman' of 'De Wereld Draait Door' zitten klaar om de schrijver uit te nodigen, want over deze onderwerpen kan gepráát worden. Dat geldt voor meer dingen, maar op dit punt zie je dat boeken en schrijvers over enig gezag beschikken. Fictie krijgt uiteraard ook de nodige aandacht in kranten, maar op televisie is het moeilijk praten over een roman die door de meeste kijkers nog niet gelezen is. Literaire non-fictie is op televisie ook interessant voor wie nooit een boek leest en nodigt dus uit tot media exposure. Dat is waar een uitgever op hoopt. Zonder free publicity is een boek immers bijna niet meer te verkopen.

Ik heb de indruk dat hierin de verklaring ligt voor het (relatieve) succes van literaire non-fictie. Immers, als we kijken naar welke boeken de afgelopen jaren in deze categorie goed verkochten, dan zijn het titels die de media beheersten. Bijvoorbeeld Maria Mosterd met haar 'Echte mannen eten geen kaas'. Of de biografie van Nina Brink. Dat verklaart ook waarom slechts enkele titels goed verkocht zijn: de honderden andere literaire non-fictieboeken zijn nu eenmaal niet in praatprogramma's behandeld of in kranten uitgediept. Hun wacht hetzelfde lot als zoveel fictietitels: de ramsj.

'Onthullingen' van Maria Mosterd op tv.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden