Voedsel van Twickel

(FOTO'S JEROEN THIJSSEN)

Culinair journalist Jeroen Thijssen bezoekt deze zomer bijzondere buitenplaatsen, om er te proeven van wat het land hier brengt. Vandaag: landgoed Twickel in Delden.

Op de laatste warme dag van een lange periode dreigt het onweer boven Twenthe. De spitse torens van Kasteel Twickel steken nog af tegen het hemelblauw, maar ver weg gromt de donder. Tien minuten lopen is het, vanaf het mooie station van Delden, dan rijst het kasteel op uit een echte slotgracht. Het is een droom van torentjes en ramen, waar sinds 1650 aan is gebouwd en verbouwd. Twee kanonnen bedreigen de bezoeker, de neergelaten ophaalbrug slechts democratische schijn: gewone mensen mogen er niet overheen.

Dat is zo bepaald door de laatste barones Van Heeckeren van Wassenaar, de laatste eigenaresse van landgoed Twickel. In 1953 deelt zij haar erfgoed op, dat landerijen en boerenhoeven omvat in oostelijk Nederland, en ook in het aanpalende Duitsland. Het landgoed gaat in een stichting, het kasteel moet altijd particulier bewoond blijven, in deze tijd door een achterneef van de barones.

Maar het landgoed moet zichzelf bedruipen en doet dat door een theeschenkerij, een moestuin en een landwinkel. Van verschillende pachters liggen de waren in de landgoedwinkel. Kaas van Wolverlei, ingelegd fruit van ’t Meesterhoes, kruiden uit de moestuin op azijn. Vrijwilligers uit de omgeving houden, samen met betaalde krachten, het landgoed in stand.

Wandelend over het Rentmeesterlaantje, langs Huize Omega, bereik ik een opening in het traliehek, waarachter een hoge glazen gevel staat met een houten dak. ’Theeschenkerij geopend,’ meldt een bordje. Binnen wacht een lichte winkel vol schappen en uitstalkasten. Een vriendelijke mevrouw, aan wie de vrijwilligheid is af te zien, verkoopt kaartjes voor de tuin van vijf euro per stuk. De winkel is landwinkel en passage naar de tuinen tegelijk. De hoge heggen bloeien, omwolkt door de geur van bloeiende liguster betreed ik de Tuinen van Twickel.

De wandeling voert langs de wildbaan, waar schuwe hertjes wegschieten, en een rozentuin waar de rozen bloeien. Twee lange bochten verder, tussen kalme vijvers door, groeit een kunstmatige heuvel met een theekoepeltje erop, toegankelijk via een tunnel door de rodondendrons. De top biedt een weids uitzicht over vijvers en velden, maar waar is nu die theeschenkerij?

In de formele tuin, met geschoren haagjes op kniehoogte en sinaasappelbomen in kuipen, staat een bakstenen orangerie. Binnen wachten groen gedekte tafeltjes in een hoge, koele ruimte en een mevrouw die koffie en gebak, thee en taart serveert.

De keuze is praktisch: Twentsche krentenwegge, brownie-achtige chocolade koeken en taart van de dag. Vandaag is dat rabarbertaart. De mevrouw komt het vriendelijk brengen aan het tafeltje, vanwaaraf slot Twickel prachtig zichtbaar is door de grote, openstaande deuren. De taart is wat rommelig van uiterlijk maar heerlijk van smaak: zurig, zoet, romig van de echte boter die er in is verwerkt.

Weer rommelt de donder, ik moet opschieten. Waar is nu de moestuin? De mevrouw legt het uit: deze tuinen verlaten, linksaf en dan een paar honderd meter richting Almelo. Gelukkig blijft het droog tot ik de muren van de moestuin bereik. Binnen de muren liggen een gewone kwekerij en een groentetuin. Een prachtige oude vrachtwagen dient als verkooppunt; er liggen bieten, peultjes, vreemde soorten venkel en courgettes in. Ik heb geluk, het is vrijdag en dan is de moestuin open. Een medewerkster van de tuin neemt me mee naar achteren, waar in een soort draaikolk drie soorten sla groeien. Ik krijg een rood aangelopen exemplaar mee. Met peultjes, bieten en sla in een plastic tas sta ik weer buiten. Uit een verduisterende hemel rommelt nu de donder, vaal licht valt over het heuvelende land. De Wolverlei is nog een stuk verder, de eerste druppels tekenen het stoffige wegdek. Dat haal ik niet, zonder paraplu.

Rennend keer ik terug in de Landwinkel, waar ook nog het een en ander aan heerlijkheden te wachten staat: sappen, jammen en honingen, bijvoorbeeld, alles van landgoedpachters. Helaas moet de dame achter de balie mij teleurstellen: de kaas van Wolverlei, anders in overvloedige hoeveelheid aanwezig, is net vandaag uitverkocht.

Een vriendelijke automobilist brengt me door de tropische stortbui naar het station, de bliksem flitst boven de bossen. In de tas rammelt glas: een fles dragon- en bosbessenazijn, honing en marmelade, sla, bieten en peultjes. Vooral die laatste zijn heerlijk, lekker laat van de stam gehaald waardoor er echte, zoete erwtjes inzitten. De bietjes en de sla zijn apart door hun versheid, haast onbekend in supermarkt Nederland.

Maar de kaas blijft me dwarszitten. Een delicatesse die me is ontgaan, dat blijft wringen.

De eigenaar van De Wolverlei weet telefonisch raad: hij verkoopt zijn kaas in het hele land, maar vooral in de Randstad. Ken ik l’Amuse in Santpoort-Noord? Zo kom ik alsnog in het bezit van een selectie van Wolverlei-kazen, want zij maken veel meer dan drie kazen.

Eindelijk heb ik dan een volwaardige verzameling voedsel van Twickel. De sla, de peultjes en de bieten zijn al op, maar dat mag de pret niet drukken. Wij proeven van zuur, via zoet naar hartig. De bosbessenazijn is heerlijk: zuur maar zacht, vaag zoet en heerlijk geurig. De dragon-azijn is veel sterker, met een pittig, kummelig geurtje. Zoet zijn natuurlijk de vlierbessensiroop en het appel-vlierbessensap, maar niet zo zoet dat het glazuur van de tanden springt. Vooral het combinatie-sap lijkt tandarts-goedgekeurd. Honing en marmelade zijn natuurlijk wel suiker-overladen, maar dat hoort en de marmelade, uit de kasteelkeuken, is aangenaam bitter. De honing geurt naar eikenhout.

Ten slotte komen ook de kaasjes ter tafel. Drie zijn het er, een schamele selectie maar ik moet het ermee doen. Eentje is in bladeren gewikkeld, bladeren van de tamme kastanje – dat moet een banon zijn, een kaas die in Frankrijk ’s zomers van geiten, en ’s winters van schapenmelk wordt gemaakt. Onder een gelige korst zit zuivel, zo zacht dat hij vloeit, met de geur van een zomerse geitenweide op de achtertong. Dat is pas kaas. De chabis, een kort cylindertje, is daarbij vergeleken nogal gewoon, wat droog. Ook de piramide, naar zijn vorm vernoemd, is wat droog maar wel rijk aan smaak. Maar de chabis steekt boven alles uit.

Dit is nog maar een selectie. Ik moet toch eens terug om de rest te proeven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden