'Voedsel laat je niet over aan actiegroepen'

Duurzaam voedsel is een zaak van clubs als Wakker Dier. Waar blijft de politiek, vraagt politicoloog Herman Lelieveldt zich af.

Consumenten geven steeds meer geld uit aan voeding die is geproduceerd met respect voor dier, milieu en het inkomen van de kleine tropische boer. Vorig jaar stegen de uitgaven aan duurzaam voedsel met 25 procent. Dat is geen incident. In de afgelopen drie jaar zijn deze uitgaven verdubbeld. Opvallend, gezien de rondwarende crisis waardoor de uitgaven voor gangbaar voedsel zelfs iets dalen.

Opvallend ook dat dit is gebeurd zonder nadrukkelijke bemoeienis van de politiek, zegt politicoloog Herman Lelieveldt. "Het is vooral te danken aan druk vanuit maatschappelijke organisaties als Wakker Dier, Milieudefensie en het Wereldnatuurfonds. Daar kun je vraagtekens bij zetten, want vertegenwoordigen zij wel iedereen? Wat mij betreft moet de politiek nadrukkelijk op dit terrein aanwezig zijn", zegt Lelieveldt in zijn werkkamer in Middelburg waar hij politicologie doceert aan University College Roosevelt, een dependance van de Universiteit Utrecht. De afgelopen weken organiseerde hij een zomercursus over voedselpolitiek.

Geeft Lelieveldt niet te veel krediet aan de milieu- en dierenwelzijnsorganisaties? Het zijn toch ook burgers geweest die uit oprechte bezorgdheid over hun eten actief kiezen voor waarden die amper aandacht kregen: lokaal, ambachtelijk geteeld duurzaam voedsel. "Zeker, maar die bezorgdheid, hoe oprecht ook, is bij elkaar opgeteld toch een diffuus geheel en nog niet heel wijdverbreid. De een vindt dierenwelzijn belangrijk, de ander weer het milieu of lokale productie. Het is toch een beetje een doos van Pandora. Actiegroepen als Wakker Dier wakkeren dat sentiment onder burgers aan. Het zijn natuurlijk ook entrepreneurs die hun bestaansrecht willen bewijzen."

Slimme acties
Volgens Lelieveldt is het opmerkelijk dat deze entrepreneurs zich niet meer richten op de politiek, maar rechtstreeks op het bedrijfsleven. "De politiek laat voedsel over aan de markt en de actiegroepen volgen. Daar wordt dan ook toegeslagen met slimme acties die milieu en dierenwelzijn onder de aandacht moeten brengen. De plofkip van Wakker Dier is waarschijnlijk het mooiste voorbeeld. Eerst overleggen ze met fabrikanten en supermarkten om die kip niet meer te gebruiken. Als dat niet werkt volgt een grote publiciteitscampagne met naming en shaming. En als het slaagt ook weer de faming, het prijzen van een bedrijf dat omgaat."

Toch ziet de politicoloog liever dat de politiek hier wel haar verantwoordelijkheid neemt. "De naming-en-shaming-campagnes trekken weliswaar veel aandacht, maar we zien nog geen dramatische veranderingen in het koopgedrag van de consument. Bovendien is het de vraag namens wie deze organisaties nu eigenlijk spreken. Wakker Dier heeft niet eens leden. Het gaat toch om onderwerpen die de hele samenleving aangaan. Dan moet de afweging van belangen plaatsvinden in Den Haag. Daar zit het door de bevolking gekozen controle-orgaan, het parlement."

Dat de politiek er moeite mee heeft om de toegenomen zorgen van consumenten in beleid om te zetten, is historisch bepaald. "Voedselpolitiek na de Tweede Wereldoorlog draaide altijd om voedselzekerheid. Daarbij was de focus vooral gericht op de producenten. Die vonden dan ook altijd een gewillig oor in Den Haag en later in Brussel. Als er gedoe was om landbouw en voeding liepen ook altijd boeren te hoop, nooit de consument of de burger. Toen eenmaal duidelijk was dat het bedrijfsleven kon zorgen voor voldoende goedkoop voedsel, werd aan die partij de zorg ervoor gelaten. Daar kwam bij dat landbouwpolitiek meer en meer naar de EU-burelen in Brussel is overgeheveld."

Consumentenbelangen
Ook in Brussel werd in de loop der jaren de producenten steeds minder in de weg gelegd. "Meer vrije markt was het parool. Na de val van de Muur is die context nog eens versterkt door het dominant wordende neo-liberalisme. Als ze al zouden willen, nationale overheden hebben nauwelijks nog iets in te brengen. Den Haag vindt dat best zolang de exportbelangen niet worden geschaad. Consumentenbelangen zijn daardoor lang ondergesneeuwd gebleven. Denemarken wilde bij voorbeeld de gezondheid bedreigende transvetten in levensmiddelen uitbannen. Dat mocht in eerste instantie niet van Brussel, totdat de Denen aantoonden dat er schadelijke gezondheidseffecten waren."

Stukje bij beetje krijgen ook in de EU consumentenbelangen steeds meer voet aan de grond. "Dat ging onder invloed van een aantal voedselschandalen - zoals de gekke-koeienziekte - in eerste instantie over veiligheid. Het Europees Parlement heeft stukje bij beetje ook steeds meer aandacht voor dierenwelzijn. Dat wordt op EU-niveau steeds strakker gereguleerd. Bijvoorbeeld hoeveel kippen er op een bepaalde ruimte mogen. Ook veetransport is een voorbeeld. Het zwakke punt hierbij is dat de uitvoering wordt overgelaten aan de nationale overheden. Die hebben zwaar bezuinigd op inspecties waardoor de handhaving van de EU-regels niet in alle lidstaten even goed plaatsvindt. Laatst publiceerde de Consumentenbond een onderzoek naar de aanwezigheid van de gevreesde ESBL-bacterie in vlees. Je kunt je afvragen waarom zij dat onderzoek uitvoeren en niet de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit. Veilig voedsel is toch een kerntaak van de overheid."

De toegenomen rol van Brussel maakt het voor politici op nationaal niveau moeilijker om zich met echt grote onderwerpen bezig te houden en leidt te vaak tot symboolpolitiek, zoals in het debat over ritueel slachten te zien was. "De door de Partij van de Dieren aangehaalde misstanden waren het gevolg van een gebrekkige uitvoering van de regels en konden zonder nieuwe wetgeving worden opgelost. Maar alle partijen grepen het voorstel aan om zich nadrukkelijk op dit thema te profileren en te laten zien hoe goed ze het voor hadden met dierenwelzijn of de godsdienstvrijheid. Voedsel is zo ook een manier om je de nationale identiteit benadrukken. Voedsel met een lokaal verhaal geeft een anker in een complexe, verwarrende wereld."

Verbod op stierengevecht
Vooral dierenwelzijn doet het daarbij goed. Lelieveldt wijst op het debat in Catalonië waar het toch voor Spanje iconische stierengevecht inmiddels is verboden. "Verzet tegen de centrale regering in Madrid doet het goed bij de Catalanen. Protesteren tegen stierenvechten is een prachtig middel daartoe. In dat debat zag je dat alle Catalaanse partijen voor afschaffing waren en alle Spaanse tegen. Maar een paar maanden later lieten diezelfde Catalaanse partijen een voorstel om het ook in Catalonië populaire stierenrennen af te schaffen ongemoeid."

Wat de motieven ook zijn, en ook als het resultaat onderaan de streep uiteindelijk het gewenste is, het is Lelieveldt allemaal te hapsnap. De weg naar duurzame voeding, een belangrijk onderdeel van het groener maken van de economie, vereist structurele aandacht van de politiek. "Je hebt de markt nodig, zeker, maar daarnaast ook wetgeving, het liefst Europees maar als dat niet kan eerst maar op nationaal niveau. Het moet allebei. Wetgeving is het enige antwoord op schadelijke effecten van de voedselproductie zoals milieu en dierenwelzijn. Je kunt als overheid die effecten niet negeren door te zeggen dat dat betutteling is of niet van Brussel mag."

Snavelknippen
Er mag veel meer dan politici vaak zeggen en zo lang je niet te ver voor de troepen uitloopt is dat een goede eerste stap, zegt Lelieveldt. "Het recente besluit van Dijksma om het snavelknippen bij kippen in Nederland te verbieden en te streven naar een Europees verbod is wat dat betreft bemoedigend. Onduurzame keuzes moeten worden uitgesloten. Kijk bijvoorbeeld naar de voortdurende aanscherping van de emissienormen bij auto's. Zoiets kan ook bij voeding. Neem onze overmatige consumptie van vlees en de negatieve effecten daarvan op dierenwelzijn, CO2-uitstoot en gezondheid. Iedere eerstejaars economiestudent kan uitleggen dat dit negatieve externe effecten zijn die de overheid in de prijs moet verwerken. Dat is algemeen belang. Dat laat je niet over aan actiegroepen."

Dat zal pijn doen in ieders portemonnee. Daar zullen politici voor terugdeinzen. "Dat het pijn zal doen wil niet zeggen dat je het daarom maar moet laten. Voedsel is al spotgoedkoop en duurzaamheid hoeft ook weer niet heel veel duurder te zijn. Volgens een recent EU-rapport hebben de strengere eisen aan dierenwelzijn tot nu toe niet meer dan 2 procent meer gekost. Dan praat je per product over een paar centen tot een paar dubbeltjes extra."

Met een varken in de modder baden. Een actie van Wakker Dier om aandacht te vragen voor 12 miljoen varkens die 's zomers niet naar buiten mogen.

'Je hebt de markt nodig, zeker, maar daarnaast ook wetgeving'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden