Voeding en gezondheid / Er is geen echt slecht voedsel

Gemak, smaak en gezondheid zijn de drie pijlers van een voedingsmiddelenconcern als Unilever. Maar de consument wil dat er steeds meer gezondheid in z'n voeding zit. Daar studeren de wetenschappers van het Unilever Health Institute (UHI) op, allengs beter samenwerkend met de marktgedreven marketeers. ,,Wij wetenschappers zijn de laatste jaren zelfbewuster geworden.''

,,Noem Unilever alsjeblieft geen dokter'', verzucht dr. Jan Weststrate, hoofd van het gezondheidsinstituut van het voedings- en verzorgingsconcern. ,,Ik zie dat zo vaak opgeschreven. Dat zijn we niet en worden we ook niet. We genezen namelijk niet. Voor zieke mensen kunnen we niets doen. Al die verhalen over genenkaarten die je straks bij de supermarkt maar in een gleuf hoeft te steken en de aanbiedingen met specifiek op jouw lichaam toegesneden voeding rollen eruit. Dat is echt onzin. Op mijn instituut proberen we alleen maar te doorgronden hoe voeding inwerkt op het lichaam. Heeft een bepaalde stof een aantoonbare gezondheidsbevorderende werking, dan kunnen we dat ergens extra instoppen. Om zo te trachten te voorkomen dat iemand een vervelende ziekte krijgt. Preventie dus.''

,,En dat is echt iets heel anders dan genezen'', vult dr. Jan de Rooij aan. Volgens hem is het naar elkaar toegroeien van voeding en farma de laatste jaren veel besproken, maar die belofte is nooit bewaarheid. De Rooij, directeur van het Voedsellaboratorium van Unilever, ziet de twee weer uit elkaar groeien. ,,Toen de voedingsmiddelenindustrie een jaar of tien geleden kwam met functionele voeding (voeding met een gezondheidstoevoeging, KdV) dachten velen dat die twee in elkaar zouden gaan overvloeien. Je ziet nu een tegengestelde beweging. De farmaconcerns trekken zich steeds meer terug uit de voedingswereld. De grillige consumentenmarkt blijkt te lastig voor ze.''

Die consumentenmarkt is Unilevers levensader. En omdat die markt wat voeding betreft nauwelijks nog groeit, zoeken de voedingsbedrijven naar wegen om hun producten iets extra's te geven opdat de consument weer zonder aarzelen zijn portemonnee trekt. Voor die extra's moet namelijk grif worden betaald. Innovatie dus, anders lig je uit de race.

Maar wat wil die consument nou eigenlijk? Steeds meer gezondheid in zijn voeding, weet Unilever en daarom is drie jaar geleden het Unilever Health Institute (UHI) opgericht. ,,De relatie tussen voeding en gezondheid is de kern van het concern geworden en daarom is onderzoek daarnaar een speerpunt'', benadrukte onlangs nog topman Antony Burgmans van het concern. De twee Unilever-wetenschappers en hun collega's zijn voortdurend op zoek naar de lange-termijntrends in het consumentengedrag. ,,Daarbij gelden de criteria smaak, gemak en gezondheid als richtinggevend. Dat zijn de consumer hotspots'', zegt De Rooij. ,,Tussen die drie moet een bepaalde balans gevonden worden. Dat geeft de ene keer wat meer gemak, bij voorbeeld diepvriesmaaltijden, en de andere keer meer gezondheid. Hou je geen rekening met deze drie megatrends, dan is het succes van een nieuwe product heel kortstondig.''

Er is veel kritiek op dit kortstondige karakter van nieuwe marktintroducties. De Nederlandse voedingsmiddelenindustrie zou te weinig innovatief zijn en steeds meer producten introduceren waaraan één ingrediënt is veranderd en met een nieuw wikkeltje of doosje als splinternieuw op de schappen wordt gezet. Kortom, de macht van de marketingmensen-die denken dat je met wat reclame alles in de markt kunt zetten-is veel groter dan die van de onderzoekers. ,,Dat geldt misschien voor de kleinere bedrijven. Die bieden niet wat van hen werd verwacht. Maar het gaat niet op voor Unilever of andere grote voedingsconcerns in Nederland. Kijk eens wat er in de zuivel aan werkelijke vernieuwing is gedaan. Vijf jaar geleden zagen de winkelschappen er toch heel anders uit.''

De Rooij erkent wel dat de marketingmensen machtig zijn. ,,Dat kan ook niet anders in een marktgedreven onderneming, maar wij wetenschappers zijn de laatste jaren zelfbewuster geworden. En in plaats van te klagen zeggen we steeds meer tegen onszelf: jongens, we zijn er zelf bij. Dat toenemende zelfbewustzijn leidt er toe dat marketeers en onderzoekers meer samenwerken. Veel collega-voedseltechnologen zie ik een graad in de bedrijfseconomie halen.''

De Rooij verwacht bij dat bewustwordingsproces veel heil van de investering van 170 miljoen euro die Unilever onlangs deed in drie bedrijven voor risicokapitaal. ,,Het ontbreekt in een groot concern toch wel wat aan dynamiek. We merken dat mensen worden afgeremd in hun ideeën. Omdat het niet past in een strak onderzoeksprogramma bij voorbeeld. Daarom hebben we die honderden miljoenen apart gezet in drie fondsen. In de hoop en verwachting dat het eigen mensen stimuleert met nieuwe ideeën te komen en voor zichzelf te gaan beginnen met onze financiële ondersteuning. Ook op die manier, door de onderzoekers zich te laten realiseren waartoe ze in staat zijn en zo hun zelfbewustzijn te stimuleren, wil ik de marketingmensen tegenwicht bieden.''

De combinatie voeding en gezondheid, waarop Unilever hoog inzet, schept verplichtingen. Gezondheid is een onderwerp met vele raakvlakken. De samenleving kijkt steeds meer over hun schouder mee. Dat realiseren Weststrate en De Rooij zich heel goed. Neem de discussie over zwaarlijvigheid. Te vet en calorierijk eten - in combinatie met te weinig beweging - leidt tot grote gezondheidsproblemen. Preventie van deze kwaal is een van de vier aandachtsgebieden van het UHI. Weststrate: ,,We zien in de hele zorgsector de focus op preventie toenemen. Voeding en daarmee de voedingsmiddelenindustrie spelen daarbij een aanzienlijke rol. Met de maaltijdvervanger Slim Fast hebben we een middel tegen zwaarlijvigheid. We zijn bezig dat te verbeteren, zodanig dat je enerzijds de honger beter stilt en anderzijds nog meer gewicht verliest. Met onze cholesterolverlagende margarine gaan we verder. Nu verlaagt dat het cholestorolgehalte bij regelmatig gebruik met 10 tot 15 procent. We hebben ontdekt dat het in een dieet samen met soja wel tot 30 procent verlaging kan komen. We zijn al jaren bezig met onderzoek naar thee, een van onze belangrijkste producten. Daarbij zoeken we naar middelen om bloedvaten flexibel te houden. Met het stijgen der jaren worden bloedvaten stijf. Inflexibele vaten vergroten de kans op verhoogde bloeddruk aanzienlijk en daarmee op hart- en vaatziekten, nog steeds gezondheidsprobleem nummer één. We hebben daarbij een doorbraak bereikt. Thee blijkt te helpen bij het flexibel houden van bloedvaten. We komen over een half jaar tot een jaar met wetenschappelijke bewijzen daarvoor.''

Is het in het licht van al die mooie gezondheidsbevorderende producten niet vreemd dat het concern ook de zeer calorierijke Magnumijsjes blijft maken? Weststrate en De Rooij schudden beiden hun hoofd. Van dilemma's is, ook na de uitdrukkelijke focus op gezondheid, geen sprake, vinden zij. Ook de productie van Magnums is te verantwoorden. Weststrate: ,,Ik geef toe dat ook binnen het concern daar veel over is gediscussieerd. Er is geen echt slecht voedsel. IJs is een zuivelproduct, dat heeft zeer gezonde ingredinten.'' De Rooij: ,,Waar het om gaat is een evenwichtig dieet. Te veel van iets, ijs of andere voeding, is nooit goed. Het moet dan toch komen van goede voorlichting. De consument verbieden iets te eten werkt niet. Wij kunnen een keuze bieden, de overheid wijst de consument op de noodzaak van een gezond dieet, maar die beslist uiteindelijk zelf.''

Zou het niet helpen als Unilever gewoon stopt met Magnums maken? Weststrate: ,,Dat zullen we nooit doen. Genieten van een ijsje geeft ook kwaliteit aan het leven. Het gaat om de balans. Maar we zijn niet helemaal ongevoelig voor kritiek. Zo zou je kunnen kijken of je de samenstelling van de magnums kunt verbeteren. Ook worden ze nu in mini-formaat op de markt gebracht. Waar we wel zelf verantwoordelijkheid voor dragen is reclame voor dit soort ijsjes. Met name naar kinderen toe is enige terughoudendheid op zijn plaats.''

Ook in de ontwikkelingslanden, voor Unilever een belangrijk afzetgebied, wil het concern aan de weg timmeren met goede werken. Hier geldt echter eveneens dat een balans gezocht wordt tussen eigenbelang en algemeen belang. Het UHI heeft inmiddels 17 projecten opgezet waarbij voedingsmiddelen worden verrijkt met hoogst noodzakelijke ingredinten als jodium, ijzer of vitamine A. Weststrate: ,,In landen als India en Ghana, waar we prominent aanwezig zijn, kunnen we met hele simpele middelen een bijdrage leveren aan het bestrijden van bij voorbeeld groeistoornissen. In India verkopen we zout dat is verrijkt met jodium. Het is in kleine verpakkingen te krijgen voor een paar dubbeltjes dus ook voor de armsten betaalbaar. Er wordt in de Indiase keuken wel zout met jodium gebruikt, maar door het zeer lange kookproces-drie uur-van hun geliefde curries verdwijnt de jodium uit het zout. Het gebrek aan jodium leidt bij kinderen tot onder meer verminderde geestelijke ontwikkeling. Het door ons toegevoegde jodium blijft dankzij nieuwe technologie ook bij lange kooktijden nog werken. In India maar ook in Afrika verrijken we maistarwemeel met ijzer.''

Volgens De Rooij is dit een nieuwe ontwikkeling. ,,Voorheen hebben we ons teveel gericht op de verkoop van westerse producten. Daar komen we van terug. We moeten aansluiten bij het lokale dieet. Hun eigen voeding verrijken met voor een gezonde ontwikkeling onmisbare zaken is veel beter dan eens in het halfjaar een vitamine-A-prik geven.''

Werken in ontwikkelingslanden is een zaak van vallen en opstaan. De nieuwe benadering van Unilever wordt regelmatig met wantrouwen bekeken. Het blijft een groot, machtig concern met wellicht een dubbele agenda. Weststrate: ,,Die dubbele agenda is duidelijk. Wij hebben een zakelijk belang bij hun ontwikkeling. Er zijn in die landen vele monden te vullen en dat doen wij natuurlijk het liefst zelf. Maar we werken niet alleen. We zoeken bewust samenwerking met locale overheden en organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef. Aanvankelijk dachten die het zelf te kunnen, maar langzamerhand is dat idee verlaten en hebben zij het bedrijfsleven geaccepteerd als serieuze speler als het gaat om ontwikkeling. En wij beseffen dat je eerst moet investeren in niet direct zakelijke belangen wil je groeien in die landen. Op plekken waar we prominent aanwezig zijn, zoals Ghana, werken we naast het verrijken van voeding ook aan de opbouw van de infrastructuur. Daar hebben alle betrokken partijen baat bij.''

Weststrate laat doorschemeren dat werken aan ontwikkeling in de derde wereld hem persoonlijk niet onberoerd laat. ,,Ik ben ook een mens en geen robot. Ook ik lees kranten. Het is fascinerend hoe je met goede voeding echt kunt helpen. En al zijn het maar kleine verbeteringen. Over vele jaren geven ze toch grote verschillen.''

Zitten Weststrate en De Rooij niet bij het verkeerde bedrijf? ,,Nee, die toegenomen betrokkenheid, dat groeiende bewustzijn komt omdat je je realiseert dat je juist met een groot en machtig bedrijf als Unilever kunt bijdragen aan de kwaliteit van het bestaan waar dat het hardst nodig is. Er is heel veel mogelijk.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden