Voed jongeren op tot veilige twitteraars

Het strafrecht is niet het juiste middel om dreigtweets door jongeren aan te pakken, betogen Ron Ritzen en Willem-Jan van Gendt, werkzaam aan de Juridische Hogeschool.

Het is niet fair Twitter te verketteren vanwege de tweehonderd serieuze dreigtweets per dag", poneerde Thomas Boeschoten (Opinie, 7 november). Is het wel fair om op basis van het grote aantal tweets per dag de tweehonderd serieuze dreigingen weg te zetten als een gevalletje 'waar gehakt wordt...'? Om vervolgens vooral het beleefde plezier van twitteraars te benadrukken? Op die manier bekeken doen de honderden alcoholgerelateerde verkeersdoden per jaar ook geen recht aan de vreugde die de gemiddelde Nederlander beleeft aan zijn 624 glazen drank per jaar. Boeschoten gaat te gemakkelijk voorbij aan de tweehonderd serieuze bedreigingen per dag. Daar 'hoeft bijna niemand last van te hebben', stelt hij. Daar denkt de officier van justitie toch heel anders over.

Het punt is namelijk dat die tweehonderd bedreigingen strafbare feiten zijn. Dat is volgens artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht het geval als de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is van de bedreigingen. Het gaat erom dat de bedreiging in het algemeen een vrees kan opwekken en dat dit ook de opzet van de verdachte is, in de zin dat hij zelfs het risico op de koop toeneemt dat iemand zich bedreigd voelt. Cruciaal daarbij is dat de bedreigde doorgaans niet adequaat kan inschatten wie de anonieme bedreiger is. De dreig-tweet kan afkomstig zijn van een braniemaker, maar ook van een levensgevaarlijk individu. Kortom, het gaat niet om 200 bedreigingen, maar om een veelvoud van mogelijk serieuze bedreigingen, waarvan alleen achteraf kan worden vastgesteld in welke mate die serieus zijn bedoeld.

Feitelijk botsen in dit soort zaken twee werelden faliekant. Aan de ene kant is er de wereld van jongeren die op internet snel en in een opwelling allerlei soorten berichtjes posten zonder zich ook maar één seconde af te vragen wat de mogelijke juridische gevolgen kunnen zijn. Aan de andere kant zien we de wereld van justitie, die in deze berichtjes geen terloopse onzin voorbij ziet flitsen, maar mogelijk strafbare feiten.

De officier van justitie in de zaak van de Leidse schoolbedreiging verwoordde die botsing tussen die werelden perfect: "De reden waarom deze zaak zo uit de hand is gelopen en zoveel media-aandacht krijgt, komt door hoe de oude en jonge generatie naar het gebruik van internet aankijken. De oude generatie hecht erg aan privacy. De jongere generatie weet niet beter dan dat je alles deelt op Facebook en Twitter. Elke scheet die ze laten, wordt gemeld." Hij heeft gelijk, maar is het strafrecht het middel om die generaties bij elkaar te brengen?

Wie verwacht dat jongeren vanzelf gaan denken in termen van strafrecht en vervolgens vanzelf zullen stoppen met de 'onschuldige' geintjes in de social media, heeft een onrealistische verwachting. Wie van de officier van justitie verwacht dat hij terloopse berichten laat schieten, vraagt van justitie feitelijk een doelbewust laten passeren van mogelijk strafbare feiten. Beide verwachtingen zijn realistisch noch wenselijk. De meeste dreigtweets zijn niet serieus te nemen, maar het is wenselijk dat justitie alert blijft.

Het is daarom veel zinvoller jongeren te informeren over de (juridische) gevolgen van hun handelen op social media. Zij moeten leren dat in die andere wereld een digitale bedreiging een strafbaar feit is, los van de bedoeling. Dat een rechter het verweer van 'geintje' niet accepteert. Dat alleen een dertienjarige wegkomt met het excuus dat hij niet wist dat hij iets deed wat verboden is. Die andere wereld moet openstaan voor het feit dat een maatschappelijk leerproces begint met opvoeding of onderwijs, met Sire-campagnes en in het uiterste (hardleerse) geval eindigt het met een taakstraf. Dat proces moet generaties bij elkaar brengen, maar nu lijkt het erop dat dit leerproces begint met het strafrecht. Daar hebben we een uitdrukking voor: het paard achter de wagen spannen. Die wagen is op internet helaas al ontspoord.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden