VN moeten gesol met Irak stoppen

De Tweede Kamer debatteert donderdag over het VN-sanctiebeleid tegen Irak. Het is te hopen dat de kamerleden het rapport van Marc Bossuyt hebben gelezen, die de sancties illegaal acht. We hoeven ons toch niet tot het niveau van Saddam te verlagen?

Jurgen Maas

Op de dag dat het Iraakse regime voor de zoveelste keer zegt dat het de komst van een VN-wapeninspectieteam weigert te accepteren, wijdt Trouw haar commentaar aan de VN-sancties (23 augustus). Aanleiding vormde het onlangs verschenen rapport over sancties van de VN-subcommissie voor de mensenrechten. De opsteller van dit rapport, de Antwerpse hoogleraar internationaal recht Marc Bossuyt, stelt daarin dat de sancties tegen Irak illegaal zijn.

De sancties hebben immers niet hun doel bereikt -de ontmanteling van het Iraakse wapenarsenaal-, de gevolgen van de sancties zijn desastreus en ze kennen geen tijdslimiet. Oftewel: ze zijn niet proportioneel en in strijd met het humanitair recht. De commentator van Trouw concludeert dat snel onderzocht moet worden hoe realistisch het is om sancties in te stellen die het regime raken en de bevolking ontzien, zoals Bossuyt bepleit. Alsof tien jaar na de instelling van de sancties en ruim een miljoen doden later het woord 'snel' nog op zijn plaats is.

De sancties tegen Irak zijn de meest omvattende die ooit tegen een land zijn ingesteld. Zelfs de secretaris-generaal van de Veiligheidsraad, Kofi Annan, geeft toe dat alomvattende sancties tegen een autoritair regime als het Iraakse niet werken. Het is meestal de bevolking die lijdt, en niet de politieke elite. ,,Degenen die aan de macht zijn, profiteren vaak van de sancties doordat ze de zwarte markt controleren en door de sancties door middel van het uitschakelen van binnenlandse oppositie uit te buiten'', zo noteerde hij in het Millenniumrapport.

Trouw schuift de gevolgen van de sancties in de schoenen van Saddam Hussein, door te verwijzen naar het feit dat het regime niet lijdt en het in het Koerdische noorden van Irak uitstekend gaat, want daar is Saddam niet aan de macht maar zijn wel dezelfde sancties van kracht. Ten eerste is dat laatste onjuist en ten tweede verrijkt het regime in Bagdad zich onder andere door in samenwerking met Koerdische partijen uit het noorden olie te smokkelen naar Navo-land Turkije.

Natuurlijk stellen de Iraakse machthebbers het welbevinden van de eigen bevolking veel te weinig centraal. Maar om de voormalige VN-coördinator van het humanitaire programma in Irak Denis Halliday te citeren: ,,Is het aan Saddam om de sancties te beëindigen? Prachtig! Dus omdat hij een son of a bitch is, kunnen we allemaal naar zijn niveau afzinken.''

Critici van het VN-sanctieregime worden vaak onjuist samengevat. Ook in het commentaar van Trouw. Zo is Dennis Halliday niet zonder meer voor opheffing van de sancties. Hij pleit voor 'slimme' sancties met betrekking tot de aanschaf van elk onderdeel van massavernietigingswapens. Ook moet wat hem betreft het Iraakse regime ervan overtuigd worden om mee te werken aan wapeninspecties.

Een meerderheid van de Nederlandse politici staat echter nog steeds achter het huidige sanctiebeleid. Zij denkt dat de gevolgen van de sancties in voldoende mate beperkt kunnen worden door middel van het in 1996 in werking getreden olie-voor-voedselprogramma. Onder controle van de VN mag Irak sinds december vorig jaar in het kader van dit programma zoveel olie exporteren als het wil, voor de aanschaf van humanitaire en economische goederen. Nog steeds is bij de meeste Nederlandse kamerleden het besef niet doorgedrongen dat dit programma niet de schade van tien jaar zware sancties kan compenseren.

D66-kamerlid Jan Hoekema zegt dat zijn partij vooralsnog niet verder wil gaan dan 'meer dan nu de grenzen van de VN-resoluties te benutten om de bevolking te helpen'. Hoopvoller lijkt het standpunt van PvdA-kamerlid Bert Koenders. Hij beaamt dat het onverantwoord is 'dat de sancties maar eindeloos doorgaan', zo schreef hij vorige maand in zijn partijblad PRO.

Evenals minister van buitenlandse zaken Van Aartsen en VVD-kamerlid Geert Wilders vinden Hoekema en Koenders dat opschorting van de economische sancties pas aan de orde is als Irak 120 dagen heeft meegewerkt aan wapeninspecties door het inspectieteam Unmovic, zoals vastgelegd in resolutie 1284 uit december 1999. De inspecties liggen echter alweer ruim anderhalf jaar stil. Het sanctieregime blijkt helaas de Iraakse medewerking niet te kunnen garanderen, zoals de minister stelt.

De PvdA wil in ieder geval dat Nederland zich het komende halfjaar inzet ,,voor maatregelen die Hussein in het hart raken. Daarbij moet ook gedacht worden aan het bevriezen van alle activa van de kliek rond Hussein en het instellen van vervolging wegens misdaden tegen de menselijkheid'', aldus Koenders in PRO.

Omdat de sancties illegaal zijn en om uit deze inspectie-impasse te komen moet het hele pakket aan sancties daarom worden opgeheven, met uitzondering van een wapenembargo en een verbod op de verkoop van goederen aan Irak die gebruikt kunnen worden voor de ontwikkeling van massavernietigingswapens. Slimme sancties treffen het Iraakse regime en ontzien de bevolking. De Tweede Kamer is aan zet. Irak is meer dan een laboratorium waarin met het sanctiemiddel kan worden geëxperimenteerd.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden