...vluchtte de ex-kanselier naar Nederland

'Hij verklaarde dat hij hier zoowel als in Italië en Engeland voortdurend bespioneerd werd en dat men in Berlijn van uur tot uur precies weet wat hij doet en met wie hij spreekt. Het is toch eigenlijk wel heel afschuwelijk!'

Oud-minister Piet Aalberse was duidelijk onder de indruk van het gesprek dat hij met de voormalige Duitse rijkskanselier Heinrich Brüning op zaterdag 6 april 1935 in Nijmegen had gevoerd. In een brief aan Jan Witlox, de hoofdredacteur van De Maasbode, was hij vooral verontrust doordat zijn Duitse gast ook in Nederland blijkbaar werd geschaduwd: 'Ten slotte om te bewijzen hoe ellendig de toestand ook in ons land is, Brüning moest zaterdag met dezelfde trein vertrekken als ik (...) en durfde echter niet met mij in een taxi naar het station te rijden.'

Na zijn aftreden als rijkskanselier in mei 1932 was Brüning (toen 46 jaar) weer gewoon Rijksdaglid voor het katholieke Zentrum geworden. Als aanvoerder van een minderheid had hij bijna een jaar later nog geprobeerd zijn fractie tegen het beruchte Ermüchtigungsgesetz van Hitler te laten stemmen, maar toen het erop aankwam, had ook hij - in tegenstelling tot de sociaal-democraten -'ja' gestemd. Daarna werd hij nog wel gekozen als nieuwe partijvoorzitter, maar zijn enige daad van betekenis was het opheffen van het Zentrum op 5 juli 1933.

Daarna brak er voor Brüning, voor de nieuwe machthebbers persona non grata, een moeilijke tijd aan. De katholieke politicus, niet gezegend met een goede gezondheid, woonde een tijdje in een personeelskamertje van het Berlijnse St. Hedwigsziekenhuis, maar vanaf november 1933 dook hij onder: slechts een paar dagen op dezelfde plaats en dan weer naar een ander schuiladres. Toen het aantal vervolgingen en arrestaties toenam en Brüning van verschillende kanten was gewaarschuwd dat hij op een lijst van Umzulegenden, voorkwam, restte hem in het voorjaar van 1934 niets anders dan naar het buitenland uit te wijken.

In de vroege ochtend van 21 mei van dat jaar, Tweede Pinksterdag, vertrok Brüning per auto met zijn vriend Hermann Muckermann uit Berlijn. Tegen de avond bereikten ze Emmerich, aan de Duits-Nederlandse grens, waar deken Sprünken van de Martinusparochie het tweetal opving. Na een tijdje kwam er een auto met een Nederlands kenteken bij de pastorie voorrijden. De chauffeur was Johann Heister, de organist van de kerk, die aan de Nederlandse kant van de grens woonde.

Toen de douanebeambte korte tijd later de auto bij het passeren van de grens reeds van afstand herkende, nam hij niet de moeite om naar Heisters papieren te vragen en zag dus ook niet dat hij medepassagiers bij zich had. Op die manier werden Brüning en Muckermann die avond zonder problemen in een naburig dorp bij betrouwbare mensen onderdak gebracht. De volgende ochtend reisde de voormalige Duitse rijkskanselier over Nederlands grondgebied verder naar Heerlen, waar hij een oude vriend ontmoette: mgr. Henri Poels, de katholieke sociale voorman en in die tijd hoofdaalmoezenier van de sociale arbeid in Limburg.

Met slechts wat handbagage, een aantal persoonlijke papieren en veertig Reichsmark op zak was Brüning erin geslaagd Duitsland 'auf normalem Wege vorübergehend zu verlassen', zoals hij later zelf op de gebeurtenissen zou terugblikken. Na zijn bezoek aan Poels vertrok de ex-kanselier vervolgens naar Engeland. Op 30 juni, nauwelijks vijf weken na zijn vlucht, ging er een eerste moordgolf door Duitsland.

Tussen dat moment en 26 augustus 1939, toen Brüning - overigens altijd vrijgezel gebleven - definitief naar de Verenigde Staten vertrok waar hij een hoogleraarschap aan de Harvard-universiteit had aanvaard, bleef de uitgeweken kanselier heen en weer reizen: dan was hij een half jaar in Amerika, dan weer werkte hij een paar maanden in Zwitserland aan zijn dagboeken en memoires. Hij reisde onder schuilnamen als 'Dr. Brown' of 'Henry Anderson' vice versa over de Atlantische Oceaan, waarbij hij telkens gedurende korte tijd ook in Nederland logeerde. Een aantal vooraanstaande leden van de Roomsch-Katholieke Staatspartij had grote belangstelling voor de door Brüning gevoerde sociale en financiële politiek en graag wilde men hierover met hem van gedachten wisselen. In de vaderlandse katholieke pers werd de loftrompet over hem gestoken.

Brüning bleek zich echter in de eerste plaats te beschouwen als een miskend politicus die zijn hart eens goed wilde luchten. Tijdens de al eerder genoemde ontmoeting met Aalberse in 1935 waarschuwde de ex-kanselier voor de toenemende herbewapening en de oorlogsvoorbereidingen van zijn vaderland. Maar daarnaast moest de gastheer vooral het grote onrecht aanhoren dat Brüning was aangedaan. Door hem te ontslaan had de inmiddels overleden president Von Hindenburg hem ernstig gegriefd; de meeste Duitse bisschoppen zouden slechts lafaards zijn die gemene zaak met de nieuwe machthebbers maakten; en het sluiten van het zogenaamde rijksconcordaat met Hitler, waaraan Brünings voormalige partijgenoten Von Papen en Kaas hun steentje hadden bijgedragen, was 'de grootste fout die het Vaticaan de afgelopen honderd jaar (had) gemaakt'.

Zoals gezegd kwam Brüning met enige regelmaat in Nederland. Overal waar hij verscheen, vermoedde hij Gestapo-agenten die hem op enig moment naar Duitsland zouden kunnen ontvoeren, vandaar dat hij bij Aalberse zo schichtig vertrok. Ook een dochter van oud-premier Ruijs de Beerenbrouck vertelde eens dat Brüning op het buiten 'Suideras' in de Achterhoek onder de schuilnaam 'Anderson' in het geheim bij haar vader kwam eten. Pas bij het vallen van de avond reisde hij naar Hoek van Holland om vandaar met de nachtboot weer naar Engeland over te steken.

Op een van zijn eerste reizen naar het bevrijde West-Europa kwam Brüning na de oorlog ook weer in Nederland. Op 1 augustus 1948 schreef hij dat hij in Heerlen afscheid had genomen van Poels: 'Ich sitze neben Dr. Poels' Krankenzimmer (...). Zweimal durfte ich meinen guten alten Freund sehen, jedesmal fünf Minuten (...) Beim zweiten Mal sagte er: 'Ich war stets Ihr treuer Freund'.'

Dr. Heinrich Brüning keerde in 1955 definitief terug naar de Verenigde Staten, zijn tweede vaderland. Op 30 maart 1970 overleed hij in Norwich/Vermont, 84 jaar oud, eenzaam en vergeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden