Vluchtelingetjes komen op adem op school

Wettelijk heeft elk kind in Zuid-Afrika recht op onderwijs, maar voor vluchtelingenkinderen zonder papieren ligt dat een stuk moeilijker.

Net als alle schoolkinderen in Zuid-Afrika dragen ook de leerlingen van de ’vluchtelingenschool’ in Johannesburg een uniform. En niet zonder reden. Buitenlanders die rondhangen op straat, worden regelmatig lastiggevallen door de politie, weet schooladministrateur Raphael Maisiri. „Maar jongeren met een schooluniform laten ze met rust.”

Maisiri komt – zoals het meeste personeel van de vluchtelingenschool – uit Zimbabwe. Veel van zijn landgenoten hebben onderdak gevonden in de Methodistenkerk in het centrum van Johannesburg. Bisschop Paul Verryn vangt in dit uitgewoonde gebouw bijna drieduizend vluchtelingen op. In juli vorig jaar sloot de gemeente Johannesburg de opvangkampen voor slachtoffers van het xenofobisch geweld. Groepen gefrustreerde zwarte Zuid-Afrikanen joegen Afrikaanse immigranten uit hun krotwoningen, plunderden hun bezittingen en stichtten brand.

„Toen kregen we ineens dertig onbegeleide minderjarige asielzoekers binnen”, zegt Verryn. „De jongste was zeven. Die kun je niet op straat laten rondhangen.” Maar inschrijven op een reguliere school bleek moeilijk. Veel asielzoekers zijn op de vlucht geslagen zonder papieren, of zijn ze onderweg kwijtgeraakt. Maisiri: „Elk kind heeft recht op onderwijs. Maar als je geen papieren hebt, houdt het op.”

De Methodistenkerk besloot daarom zelf een school te openen voor de vluchtelingetjes, in een nevenlocatie, op loopafstand van de kerk. De behoefte bleek groot. Binnen een jaar groeide de school naar 567 leerlingen en nog komen er wekelijks tien bij. Ook steeds meer Zuid-Afrikaanse (straat)kinderen zonder geboortebewijs weten de Albert Streetschool te vinden. Maisiri: „Wij bieden een unieke vorm van scholing: voor diegenen die anders geen toegang hebben tot onderwijs.”

Onder de leerlingen zijn ongeveer 150 alleenstaande minderjarige asielzoekers uit de Methodistenkerk. Die krijgen op school ook drie maaltijden per dag, gesponsord door mensenrechtenorganisatie Solidarity Peace Trust. „Het leven van een vluchteling is heel hard”, zegt Selvan Chetty van SPT. „Eten en onderdak, een veilige omgeving, dat is het allerbelangrijkste. Dat ze op school ook nog les krijgen, is een bonus.”

Nieuwe vluchtelingen die op school komen, zijn vaak behoorlijk getraumatiseerd. Sommige Zimbabwaanse kinderen hebben gezien hoe hun ouders zijn gemarteld, ze hebben hongersnood en ziektes meegemaakt, zijn mishandeld door de politie, soms onderweg naar Zuid-Afrika beroofd en verkracht.

„Het herstel van deze kinderen is eigenlijk onze belangrijkste taak”, vindt schooldirecteur Alpha Zhou. Dat begint bij binnenkomst: een nieuw schooluniform en de nieuwe klas zijn het symbool van hun nieuwe leven, zegt hij. Er is ook ruimte voor therapie. „Maar we vallen ze niet meteen lastig met vragen over wat ze hebben meegemaakt. We proberen vooral een rustige, liefdevolle sfeer te creëren. De leraren moeten openstaan voor zelfs het kleinste probleempje van een kind, zoals een schaafwondje of buikpijn. In zo’n omgeving komen ze vaak vanzelf met hun verhalen.”

In het oude gebouw wordt lesgegeven aan kinderen van 5 tot 17 en aan volwassenen. Dankzij een donatie van de Nederlandse ambassade hebben alle kinderen potloden, schriften en werkboeken. Eén van de scholieren is de 17-jarige Zimbabwaanse Paidamoyo Ncube. Ze woont ook in de Methodistenkerk, en dat is lastig, vertelt ze in de pauze. „Je kunt alleen studeren als alle anderen om je heen slapen. Maar het gaat absoluut beter nu we naar school kunnen. De school is ons leven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden