Vluchtelingen smeken om snelle komst VN-macht

Twee miljoen mensen in de Soedanese regio Darfur leven al jaren in vluchtelingenkampen. Ze zijn gevlucht voor de dood en verderf zaaiende Janjaweed, de door de regering gesteunde Arabische milities. Maar in de kampen is het leven evenmin veilig. Enkele bewoners uit het Aboe Shoek-kamp in Noord-Darfur vertellen erover aan journalisten van Reuters en de BBC. Al hun hoop is gevestigd op de verwachte komst van de VN-troepenmacht in januari.

„Ik ben naar dit vreselijke kamp gevlucht nadat de Janjaweed mijn dorp in Noord-Darfur vijf jaar geleden verwoestten”, vertelt de 23-jarige studente Hawa Abdallah Mohamed. „Maar in plaats van veiligheid kom je hier precies hetzelfde geweld tegen.” Volgens haar is de komst van een gezamenlijk leger met soldaten van de VN en de Afrikaanse Unie de enige oplossing om veiligheid te bieden. „Het is zo belangrijk dat deze soldaten waar we zo lang om hebben gevraagd ons komen beschermen. We staan hier net zo goed bloot aan verkrachting en moord als op de plaatsen die we ontvlucht zijn.”

De VN-missie in Darfur begint, volgens huidige planning, op 1 januari 2008 en moet met uiteindelijk 26.000 militairen de ploeterende vredeshandhavers van de Afrikaanse Unie versterken. Vluchtelingen hopen ook dat VN-soldaten bezetters van hun land zullen jagen en rovende milities ontwapenen. De regering in Khartoem weigerde de troepen zo’n sterk mandaat te geven.

Stamleider Oemda Salah Bakhoer (30) komt uit een dorp dat in 2002 ’gebombardeerd, geplunderd en platgebrand’ werd. Met zijn auto probeerde hij zwakken en gewonden over te brengen naar een veilige plaats. Onderweg werden ze onderschept door de Janjaweed, die sommigen van hen vermoordden. De vrouwen werden voor zijn ogen meermalen verkracht, onder wie zijn nichtje van veertien. Na dagen reizen bereikte Bakhoer met zijn familie El Fasher, de hoofdstad van Noord-Darfur. Maar de autoriteiten weigerden hen de toegang. „Daar stonden we. Velen werden ziek en stierven door ondervoeding, diarree of infecties. Ik heb toen 27 kinderen en 16 volwassenen zien sterven.” Nu zitten ze in het Aboe Shoek-kamp (55.000 bewoners), vlakbij El Fasher. Bakhoer dringt erop aan dat de VN-soldaten ook bases in de kampen oprichten – momenteel moeten alle buitenlanders voor zonsondergang de kampen verlaten zodat milities dan vrij spel hebben. „De Afrikaanse Unie komt steeds meer onder invloed van de overheid te staan, die beweert dat de rebellen in de kampen geïnfiltreerd zijn. De VN-troepen moeten naar ons luisteren in plaats van de regering te vragen wat er aan de hand is.”

Voor velen komt de redding te laat. Ishaq Ismail Adam verloor drie weken geleden zijn vriend. Ze maakten samen een wandeling door het kamp toen een man plotseling zijn vriend neerknalde. Een schot in het hoofd. „Waarom komen de VN-soldaten zo laat? Moeten we ze eerst betalen? Ik wil graag weten wat we moeten doen om ze snel te laten komen”, vraagt Adam zich wanhopig af.

Khadija Ibrahim Mahmoud, een vrouw van zestig, heeft de Janjaweed in haar dorp bezig gezien: „Ze staken de huizen in brand. Binnen lagen de baby’s die niet konden lopen nog in hun bedjes.” In het kamp voelt ze zich niet veilig. „’s Nachts wordt geschoten. Ik wil terug naar huis, maar dat kan niet. Zonder VN-troepen is er voor ons geen toekomst.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden