Vluchtelingen komen nauwelijks aan het werk in Nederland

Syriërs bij het Aanmeldcentrum van de IND in Zevenaar. Beeld Inge van Mill

De grote stroom vluchtelingen die vanaf 2014 naar Nederland kwam, komt maar mondjesmaat aan werk. Anderhalf jaar na aankomst had vier procent van de asielzoekers een baan, een jaar later was dit elf procent, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 

Ook de vluchtelingen die in 2015 arriveerden, vinden moeilijk een baan. Anderhalf jaar na arriveren had 90 procent van de statushouders in de werkzame leeftijd nog een uitkering. Een jaar later was dit gedaald naar 84 procent. Na tweeënhalf jaar zijn de meeste statushouders nog aan het inburgeren.

Van de nieuwkomers doen de Afghanen het het beste. 29 procent van hen heeft na tweeënhalf jaar een baan. Het aandeel Afghanen in de vluchtelingenstroom was relatief klein: in 2014 kwamen er 605 op een totaal van 20.000 vluchtelingen. Syriërs (10.000 nieuwkomers) en Eritreeërs (4000) vormen de grootste groepen. Eritreeërs vinden het moeilijkst werk: slechts zes procent van hen had vorig jaar een baan.

Het CBS onderzoekt niet waarom Afghanen makkelijker een baan vinden dan Eritreeërs. Wel ziet het stati­stiekbureau parallellen met de jaren negentig, toen Afghanen ook sneller aan de bak kwamen. Ook de integratie van de vluchtelingenstroom in die periode verliep zeer moeizaam. De afgelopen jaren is vaak geconstateerd dat asielzoekers niet goed integreren. 

Binnen drie jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning, moeten statushouders hun inburgeringsexamen halen. Op 1 oktober 2016 was dit nog maar zes procent van de vluchtelingen gelukt. Van de statushouders uit Syrië was na drie jaar vijf procent ingeburgerd, van de Eritreeërs vier procent.

Volgens minister Koolmees van integratie laten de CBS-cijfers zien dat de inburgering van nieuwkomers iets beter gaat naarmate de jaren vorderen, maar dat ‘nog te veel statushouders afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering’. Hij komt voor de zomer met plannen om het inburgeringsbeleid op de schop te gooien. Daarbij moet nog meer aandacht gaan naar het vinden van werk.

Koolmees: "Betaald werk is de snelste weg naar economische zelfstandigheid, integratie en meedoen in de Nederlandse samenleving. Daarom geldt voor nieuwkomers: vanaf dag één de taal leren en aan de slag."

Lees ook: 'Canadees initiatief in Drenthe: neem een vluchteling in huis'

 Geef vijf Nederlanders de verantwoordelijkheid voor de inburgering van een vluchteling, en ze zullen het beter doen dan de overheid. Vanuit die overtuiging willen Marian Stoppelenburg en haar man Jan van Bon dat Nederland een Canadees burgerinitiatief overneemt.

Lees ook: 'Zet een vluchteling niet op de kaasafdeling van de AH, als hij ook kan studeren'

Gemeenten moeten nú zorgen dat vluchtelingen aan het werk komen, anders zitten die over tien jaar massaal in de bijstand. Dat scenario hopen Vluchtelingenwerk Nederland en Stichting UAF af te wenden.

Lees ook: Taallessen, werk, studie, een woning vinden, een vluchteling schaakt op tien borden tegelijk

Julia von Graevenitz volgde vier vluchtelingen in Amsterdam - twee Eritreeërs en twee Syriërs - vanaf het moment dat zij hun verblijfsvergunning kregen en hun leven in Nederland gingen opbouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden