Vluchteling kan beste beslissen over terugkeer

Het heeft geen zin vluchtelingen tegen hun wil terug te sturen naar hun vroegere vaderland. Alleen een vrijwillig besluit opent kans op een geslaagde remigratie.

Waarom zou de overheid, ofwel 'het beleid' moeten bepalen of en wanneer iemand, na jarenlang verblijf hier, zou kunnen en moeten terugkeren om zich in het land van oorsprong nuttig te maken? Kan de persoon in kwestie dat niet veel beter zelf beoordelen?

Volgens drs. R. Berkvens (Podium, 13 januari) moet het asielbeleid gericht zijn op terugkeer. Toegelaten vluchtelingen zouden hier kwalificaties moeten opdoen die, als de situatie in hun land van herkomst eenmaal weer veilig is, daar erg goed van pas kunnen komen. Mijn ervaring is echter dat het juist de vrijwillige terugkeerders zijn, die een succesvolle bijdrage leverden na een politieke ommekeer in eigen land. Als mensen hun redenen hebben om hier te blijven en tot terugkeer gedwongen worden, is de kans op een zinvolle nieuwe start miniem.

Berkvens gaat daaraan volledig voorbij. Het Vluchtelingenverdrag van de VN wil immers bescherming bieden aan vluchtelingen, zolang dat nodig is. Daarna kunnen ze terug, meent hij. En voor de integratie in dit land is het niet verkrijgen van een permanente verblijfsvergunning geen belemmering: de vluchteling krijgt hier immers mogelijkheden tot scholing en werk en kan zich zo ontplooien ter voorbereiding van zijn terugkeer.

Hiertegen valt veel in te brengen. Tijdens hun verblijf hier gaat het leven van vluchtelingen door: er worden huwelijken gesloten, kinderen geboren, kinderen groeien hier op, men vindt een huis, werk, maakt carrière en zo voorts. Kan men aan dat alles voorbijgaan door hen en hun gezinnen plotseling te dwingen dat allemaal op te geven en terug te keren?

Het ontbreken van een permanente verblijfsvergunning staat integratie wel degelijk in de weg. Een opleiding beginnen met de voortdurende dreiging deze ineens te moeten afbreken omdat men teruggestuurd wordt, lijkt niet bijzonder aantrekkelijk. En welke werkgever heeft graag een medewerker, zeker een waarin hij wil investeren (bijvoorbeeld in bijscholing), of die hij graag binnen zijn sector carrière zou zien maken, als hij weet dat dit personeelslid elk moment gedwongen kan worden tot vertrek?

Het Vluchtelingenverdrag van de VN (1951) verstaat onder 'bescherming' niet alleen het kale recht op verblijf in een asielland, maar zoveel mogelijk herstel van de burgerrechten van de vluchteling. Daarom heet het Verdrag ook 'Conventie over de status van vluchtelingen' en definieert het de burgerlijke en sociale rechten van de vluchteling. Die worden niet gerealiseerd als de vluchteling jarenlang op de schopstoel moet zitten.

Ook voor het ontvangende land is een door Berkvens gewenste 'op terugkeer gerichte inburgering' niet alleen een onmogelijke opgave -de contradictie in deze uitdrukking is immers evident. Als zoiets al zou kunnen, maakt ze het voor het ontvangende land onmogelijk te profiteren van het potentieel dat veel vluchtelingen hebben. Voorbeelden van bekende Nederlanders, die zelf vluchteling zijn of wier voorouders dat waren, zijn er genoeg.

De invalshoek van Berkvens is die van iemand, voor wie vluchtelingen een abstract probleem vormen. Het zijn geen mensen van vlees en bloed, maar groepen of anonieme eenheden waar beleid op losgelaten moet worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden