Vluchteling ijverig student Overheid stimuleert opleiding nog onvoldoende Groep die van belangis voor Nederlandse samenleving

De auteur is hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij is tevens voorzitter van het Bestuur Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF.

PROF. DR. P.J.D. DRENTH

Een relatief grote bijdrage aan dit positieve migratiesaldo wordt geleverd door het aandeel van de immigrerende vluchtelingen. Dit wordt veroorzaakt door twee omstandigheden. Ten eerste stijgt het aantal asielzoekende vluchtelingen sterk (het aantal verzoeken is de laatste acht jaar verachtvoudigd). Ten tweede neemt het erkenningspercentage sterk toe.

De Nederlandse regering neemt aan (zoals blijkt uit haar schriftelijke informatie aan de Eerste Kamer bij de behandeling van de wijziging van de Vreemdelingenwet) dat 75 procent van de ingediende asielverzoeken zullen leiden tot inwilliging. In 1993 werden bijna 30.000 vluchtelingen toegelaten.

Stijging

In absolute zin zal dit aantal zeker toenemen. Het politiek geweld in de wereld neemt helaas niet af, de wereld wordt kleiner en de grenzen tussen landen worden meer doordringbaar. Nederland zal zich uiteraard blijven houden aan het Vluchtelingenverdrag en dus meer vluchtelingen opnemen. De samenleving en de overheid doen er goed aan zich daarop in te stellen en voor te bereiden.

Als men met betrekking tot dit 'hot issue' kennis neemt van reacties in pers en andere media of van de standpunten van sommige politieke partijen, dan blijkt daaruit vaak een sfeer van verzet, wrevel en achterdocht, veelal gevoed door een mengeling van eigenbelang, angst en xenofobie. Maar ook onwetendheid is een factor.

Als we de groep vluchtelingen nader analyseren, blijkt deze over het algemeen gekenmerkt te worden door een aantal karakteristieken die een gastland juist zeer positief zouden moeten stemmen.

Ten eerste een sterke vertegenwoordiging van de leeftijd 19-30 jaar; mensen in de kracht van hun leven, met veelal nog een lange en arbeidzame carriere voor zich.

In de tweede plaats relatief veel hoger opgeleiden of mensen die met een hogere opleiding bezig waren. Logisch, want intellectuelen en studenten met hun kritische kijk op de dingen zijn natuurlijke vijanden van dictators. Vrijheid van gedachte is het grootste gevaar voor dogmatische ideologieen en religieus fundamentalisme.

Motivatie

In de derde plaats vertonen vluchtelingen een veelal meer dan gemiddelde motivatie en doorzettingsvermogen. Het zijn de mensen die - zoals staatssecretaris Cohen onlangs zei bij het in ontvangst nemen van het gedenkboekje dat de Stichting voor Vluchtelingen Studenten UAF ter gelegenheid van haar 45-jarig bestaan publiceerde - de 'guts' hebben huis en haard in te ruilen voor een onzekere toekomst in een ander land met een andere cultuur.

Een en ander blijkt ook uit studie- en opleidingsresultaten. Daarvan graag een voorbeeld, gebaseerd op een analyse die het zojuist genoemde UAF onlangs heeft gemaakt van de uitval en gemiddelde studieduur van de vluchteling-studenten die met steun van het UAF hebben gestudeerd.

Het UAF (vroeger geheten Universitair Asyl Fonds) is een onafhankelijke stichting, die zijn fondsen, bijeengebracht door zo'n 26000 donateurs, vele onderwijsinstellingen en andere stichtingen, gebruikt voor hulp in de vorm van financiele steun en studiebegeleiding voor vluchteling-studenten in Nederland. Clienten zijn uitsluitend slachtoffers van schendingen van mensenrechten. Het UAF begon in 1948 met de opvang van de eerste 51 vluchteling-studenten uit Tsjecho-Slowakije na de communistische machtsovername daar. Het heeft inmiddels duizenden vluchteling-studenten uit andere Oosteuropese landen (onder andere Hongarije), Zuid-Afrika, Latijns Amerika (onder andere Argentinie, Chili), Afrika (onder andere Ethiopie, Somalie), het Midden-Oosten (vooral Irak en Iran), en sinds kort ook het voormalige, Joegoslavie kunnen helpen.

Uit het hierboven genoemde onderzoek onder alle UAF-clienten, die sinds 1988 aan HBO of Wetenschappelijk Onderwijs in Nederland zijn afgestudeerd, blijkt dat er nauwelijks verschil bestaat tussen de resultaten van de Nederlandse en de vluchteling-studenten. Voltijdse UAF studenten HBO doen het zelfs iets beter: gemiddeld voltooiden ze in 4.3 jaar hun studie, tegenover het landelijke cijfer van 4.4. Voor voltijdse WO-studenten liggen de cijfers precies gelijk (5.8 jaar). Bij de deeltijdse studenten zijn de cijfers (begrijpelijkerwijs) iets ongunstiger: HBO 4.9 tegenover 4.3, en WO 6.7 tegenover 5.8.

Ook de uitvalspercentages laten voor vluchteling-studenten positieve resultaten zien in vergelijking met hun Nederlandse collega's: Van de 1154 UAF-clienten die sinds 1988 met hun studie zijn gestart zijn de volgende percentages om een of andere reden (waaronder ook terugkeer) gestopt: MBO: 37 procent, HBO: 25 pct, WO: 18 pct, Totaal UAF: 26 procent. Vergelijkbare groep autotochtone Nederlandse studenten: 29 procent.

Technisch

Tenslotte is interessant dat 37 procent van de vluchtelingen-studenten een technische studie volgen, tegenover slechts 20 procent van de autochtone Nederlandse studenten, een gegeven dat ook de werkgevers en de minister van economische zaken moet bevallen.

Het is duidelijk dat we hier te maken hebben met een groep studenten die hun taalachterstand, onvolkomenheden in vooropleiding en emotionele problemen, veroorzaakt door vaak gruwelijke ervaringen (gevangenschap, martelingen, bedreiging), weten te compenseren met doorzettingsvermogen, wil om te slagen en een grote studieinspanning. Zij zullen, toegerust met een goed Nederlands diploma, een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse economie en samenleving.

Het sleutelwoord is dus: goede opleiding. Nederland doet er verstandig aan op een gerichte en inventieve wijze onderwijs en opleiding voor deze groepen te stimuleren en er zorg voor te dragen dat praktische omstandigheden en regelgeving de weg naar een goed opleidingsresultaat plaveien.

Het ministerie van onderwijs is voornemens de in- en doorstroming van allochtone studenten te vergroten (Discussienota in- en doorstroom allochtonen in het hoger onderwijs).

'Afhouderig'

Een goed initiatief. We hebben alleen de indruk dat deze nota niet goed is toegesneden op de vluchteling-studenten over wie het in dit artikel gaat. Daarvoor is het beleid (niet alleen van Onderwijs, maar ook van flankerende ministeries) te 'afhouderig'. Het is te weinig gericht op het scheppen van stimulerende condities voor het volgen en succesvol afronden van onderwijs voor de groep in kwestie.

Men denke aan de stagnatie van de opvang van vluchtelingen, waarbij men te lang in centrale opvangcentra zonder adequate opleidingsvoorzieningen verblijft. Men denke ook aan de nieuwe Vreemdelingenwet, op grond waarvan een groeiende groep geen A-status zal ontvangen, met de belangrijke consequentie dat men drie jaar moet wachten op studiefinanciering.

Ook wordt het belang van de verzorging en financiering van de voorbereiding voor regulier Nederlands onderwijs (taalcursussen, opheffing van hiaten in de vooropleiding) te weinig onderkend. Ook is er te weinig aandacht voor de mogelijkheid van deeltijdonderwijs. Gelukkig is intussen wel een adequate regeling getroffen voor de studiefinanciering boven de 27 jaar.

Veel van de beperkende maatregelen echter, wellicht goed verdedigbaar voor Nederlandse studenten, staan haaks op het hier verdedigde doel: het bevorderen van studiemogelijkheden juist voor deze veelal leergierige, goed gemotiveerde groep, waaraan de Nederlandse samenleving, zowel in economisch als in cultureel opzicht, veel plezier kan en zal beleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden