Vlucht naar Egypte / Eén vers genoeg voor rijke sage

En Jozef stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte en daar bleef hij tot de dood van Herodes. (Mattheüs 2 vers 15).

Het Nieuwe Testament besteedt er een paar regels aan aan, maar voor Koptische christenen is de vlucht van de heilige familie naar Egypte een hoeksteen van hun geloof. In tweeduizend jaar van vrolijke, ongebreidelde fantasie of, voor wie het liever zo ziet, van rijke spirituele inspiratie, hebben ze een terloopse opmerking in het Evangelie van Mattheüs ingevuld en opgetuigd tot een formidabele saga.

Ook vandaag zullen Kopten, op het orthodoxe kerstfeest, weer in de familiekring elkaar vertellen over wonderen, die het Christuskind heeft verricht in zijn Egyptische ballingschap. Want Kopten zijn dol op mirakels. Als je met hen praat verbleken de wonderen van het Nieuwe Testament bij wat er sedertdien is gebeurd aan de oevers van de Nijl. De heilige maagd Maria verschijnt er nog geregeld, al gebeurt dat soms in de vorm van het licht van een zaklantaarn van een grappenmaker.

Nog in 1976 zweefde er een bijbel boven het water van de Nijl. Verbazing zal zo'n gebeurtenis niet wekken bij wie gelooft in het wijdverbreide verhaal over biddende Kopten, die lang geleden het Moekattamgebergte bij Cairo tientallen kilometers hebben verplaatst. Daarmee gaven ze een spottende kalief lik op stuk, die hen had uitgedaagd om te bewijzen dat het christelijk geloof bergen kan verzetten.

Veel van die wonderen zijn terug te vinden in het boek 'Be Thou There - The Holy Family's Journey in Egypt', uitgebracht omdat er tweeduizend jaar zijn verlopen sinds de vlucht van Jezus, Maria en Jozef naar Egypte. Het boek heeft drie auteurs, van wie de in Cairo wonende Nederlandse journalist Cees Hulsman het leeuwendeel voor zijn rekening heeft genomen. Hulsman bezocht alle mogelijke plaatsen waar de heilige familie volgens de traditie heeft doorgebracht, op zijn vlucht voor de soldaten van koning Herodes, die Jezus wilden vermoorden.

Hulsman ontdekte dat het vluchtverhaal een springlevende traditie is. De veronderstelde route van de vlucht verandert nog bijna dagelijks. De Koptische kerk heeft wel een soort 'canon' van erkende vluchtplaatsen maar ook die verandert geregeld en bovendien is er nog een veelvoud aan veronderstelde pleisterplaatsen, waarin mensen uit de directe omgeving vast geloven. Ook van die niet erkende plekken heeft Hulsman er een aantal bezocht.

Er kan bijvoorbeeld een boom staan, die overduidelijk niet ouder dan 100 jaar is maar die toch het Christuskind twee millennia geleden beschermd zou hebben tegen de zonnehitte.

Een bisschop legt Hulsman uit welk waarheidsbegrip Kopten hanteren, als het gaat om dit soort religieuze zaken: ,,Als, wat mensen geloven, hun geloof versterkt en vitaler maakt, prachtig, dan is het aanvaardbaar.'' Hij zegt dat hij niet zit te wachten op wetenschappelijk onderzoek of een dissertatie over de reis van de heilige familie: ,,De mensen hier zijn niet zo gericht op geschiedenis maar op spirituele zaken.''

Hulsman zelf drukt het zo uit, volgens Kopten is iets waar ,,als het komt van een betrouwbare bron en het waar zou kunnen zijn''. Maar uit zijn woorden blijkt dat aan die laatste eis niet altijd wordt voldaan want het verhaal over de heilige familie in Egypte zit juist vol met dingen die wetenschappelijk onbestaanbaar zijn maar die volgens Kopten zowel in het verleden zijn gebeurd als die nu nog steeds plaatsvinden.

Verschillende factoren doen de veronderstelde reisroute geregeld veranderen. De afgelopen eeuwen is het percentage van de Egyptische bevolking, dat christelijk is, geleidelijk afgenomen, tot zo'n vijf tot tien procent. Uit bepaalde streken zijn bijna alle christenen verdwenen. Plaatsen, die daar liggen en waar de familie een bezoek zou hebben gebracht, raken in de vergetelheid. Ze krijgen heftige concurrentie van andere plaatsen, waar zich wonderen zouden hebben voltrokken of waar Maria zou zijn verschenen. De redenering is dat oorden, waar zulke heilige dingen gebeurd zijn, wel op de route van Jezus en Maria en Jozef moeten hebben gelegen.

Soms speelt de archeologie een rol, bijvoorbeeld bij de opgraving van een stuk graniet waarvan een verkleuring uitgelegd kan worden als een voetafdruk van een tweejarige, ongetwijfeld Jezus derhalve. Een boer in het zuiden van Egypte dreef een keer zijn koeien in een grot, waarna Maria hem uitlegde dat die grot een oude kerk was. Ook die grot is een plek geworden op de reisroute.

Ook een pittige priester kan ervoor ijveren dat zijn kerk in de pelgrimage wordt opgenomen. In het gunstigste geval wordt zijn dorp een bedevaartsoord met een moelid (jaarmarkt, heiligenfeest), wat de nodige inkomsten kan opleveren.

De reis van het Christuskind staat in het teken van de strijd tegen de oude godsdienst van de farao's. Dat kan verklaren waarom de eerste bekende verhalen over de reis van de familie dateren uit de derde eeuw, toen keizer Diocletianus de christenen gruwelijk vervolgde. De belevenissen van het Christuskind maken duidelijk dat het heidendom kansloos is, hoe machtig de Romeinse keizer ook mag ogen.

Kort na zijn aankomst in Egypte richt het kindje een ravage aan in een tempel voor de kattengod. Ook elders storten de afgodsbeelden aan gruzelementen, waarover niet iedereen zo tevreden is. Vandaar dat de heilige familie niet alleen op de vlucht is voor koning Herodes maar soms ook voor de plaatselijke bevolking. Erg is dat niet, want de goddelijke bescherming behoedt de familie voor alle kwaad. Waar nodig laat het Christuskind waterbronnen ontstaan, die bovendien nog geneeskrachtig zijn. Als het kindje bij de Nijl een kruisteken maakt verandert dat in een zeilboot. Fruitbomen buigen zich voorover om de familie hun vruchten aan te bieden en bomen, die tot dan toe de satan hebben gediend, bekeren zich.

Over de vraag waar het eindpunt van de reis moet hebben gelegen verschillen de meningen. De steden Koesia en Asjioet, ongeveer 500 kilometer ten zuiden van Cairo, betwisten elkaar die eer. Het Moeharrakklooster in Koesia trekt jaarlijks het niet geringe aantal van driehonderdduizend pelgrims.

Maar het Dronkaklooster bij Asjioet, 50 kilometer zuidelijker, slaat alle records. De omvang van de plaatselijke moelid aldaar, in de tweede helft van augustus, komt enigszins in de sfeer van de islamitische hadj in Mekka. Dagelijks arriveren er zo'n vijftigduizend pelgrims, op de hoogtijdag, de processie voor Maria, zijn er zelfs een half miljoen mensen op de been. Dat zijn lang niet allemaal christenen overigens, ook veel moslims komen erop af. Want de 'theologie' van de baraka, de magische zegen van heilige plaatsen, overschrijdt de grenzen van de officiële godsdiensten.

Be Thou There staat vol met prachtige foto's van Norbert Schiller. Egypte is een land van verschillende sferen, drie tradities van vormgeving, alle drie even kenmerkend voor het land. Je kunt een schitterend fotoboek maken over het Faraonische Egypte dat er weer heel anders uitziet dan het hedendaagse islamitische gezicht van het land. Norbert Schiller brengt een derde sfeer van Egypte fraai in beeld, die van de christelijke Kopten. Ook die sfeer is zeer bepalend voor het land. Zelfs veel Egyptische moslims erkennen dat, getuige de uitspraak die je nog steeds kunt optekenen uit hun monden: ,,Onze Kopten zijn tenminste echte christenen, heel anders dan het rommeltje dat jullie in Europa ervan hebben gemaakt''.

Be Thou There geeft een waardevolle indruk van dat 'echte christendom', dat, wat je er verder ook over mag vinden, in elk geval ontroert.

Be Thou There, The Holy Family's Journey in Egypt; The American University in Cairo Press, Cairo, New York ISBN 977 424 6063, 162 blz., rijk geïllustreerd, ±$40.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden