Vlier

In de serie 'De groentetuin' volgen we de tegenslagen en bescheiden succesjes van moestuinbeginneling Alma Huisken. Aflevering 20.

Vroeger stonden bij ons thuis braamstruiken dichtbij de lijnen waaraan mijn moeder het wasgoed hing. Tot haar verdriet, want de vogels propten zich vol met de rijpe vruchten, namen uitbuikend plaats tussen lakens en theedoeken en poepten er paarse klodders op. Op tuin 83 wappert geen was, maar wel vind ik dotten lila vogelkak op wortelloof en dahlia's. Met dank aan de vlier.

Tuinieren is herscheppen. Bijvoorbeeld als nieuwe verenigingsleden braakliggende perceeltjes betrekken die ze binnen een mum veranderen in een fraai hofken vol nut en sier. Dat geeft je moed als je erlangs loopt, op weg naar je eigen woestenij. Andere tuinders vergroten hun scheppingsdrang door van 'de klei' naar 'het zand' te trekken, waar ze zich beter thuis voelen, of ruilen onderling landjes. Zo schuift mijn ordelijke buur in het voorjaar door naar de punt van het complex en maakt plaats voor een nieuwe bewoonster naast mij. Deze creëert een natuurlijke vijver (de plek die ze niet ophoogt regent automatisch vol), zaait bonen in plaats van bloemen en kijkt in het voorjaar scherp naar de vlier, aan de rand van de sloot. Die moet ingetoomd, meent ze, want hij werpt zijn schaduw te veel vooruit.

Een vlier is eigenlijk geen boom maar ook geen struik. En zelfs geen struik maar onkruid, het grootste onkruid dat er bestaat, schrijft Ria Loohuizen in haar prachtige, pas verschenen ode 'Vlier in de fles'. Leve dit onkruid, want de boom die geen struik is heeft ook mijn warme sympathie. Altijd als ik in herfst of voorjaar door de duinen loop of in de trein zit (ook de grond langs de spoorbaan is zijn domicilie), bewonder ik hem. Om zijn bessen, in de herfst en zijn platte bloemschermen in de lente, waarvan het lijkt of iemand ze uit de losse pols als bierviltjes het groen in zeilde. Ik vind het heerlijk dat er een vlierstruik naast me woont, want de bloesemgeur is even overweldigend 'mei' als die van Gorter, met sporen appel en jonge rabarber.

Nog voor de naburige vlier kan schermen met zijn bloemen, komt buurvrouw met de zaag aan. De ex-tuinbewoonster assisteert bij het vasthouden der takken en ik help door mijn bezem te zoeken. Die wrik ik achter de hoogste takken en buig ze naar omlaag. De wijze overbuurman schudt zijn hoofd en moppert iets over de snoeicommissie die we officieel in de arm moeten nemen, maar legt het af tegen drie vrouwen die de vlier een kopje kleiner willen maken. En wel nu. Een vlier kan dat hebben, weet een van ons beslist: hij is het symbool van dood, maar ook van wedergeboorte en nieuw leven.

Half mei bloeit hij uitbundig. Met burengoedkeuring knip ik wat bloesem. Thuis bemerk ik dat de schermen het op de vaas precies zevenentwintig minuten volhouden voor ze neerhangen als slappe wafeldoekjes. Jammer, maar weg ermee. Nog dagenlang produceert de open- en dichtkleppende vuilnisbak een geur als in een snoepjesfabriek en ik ben bijna opgelucht als de zak aan de straat kan. Opnieuw knip ik wat bloesem, maar nu gaan ze in flessen azijn, om het aroma op een betere plek te vangen, en in de koekenpan, getransformeerd tot flens. Van vlierbloesem maak je ook je champagne, en van de bessen verf, zoals de Romeinen deden. Geen wonder: vlier barst van de kleur. Zelfs de steeltjes van de schermen gaan van grasgroen over in magenta. Donkerder nog zijn de bessen, die eerst paars waren en nu bijna zwart. Sambucus nigra, immers? Oftewel 'zwart als kaviaar' in de woorden van dichter Seamus Heaney.

Velen bewonderen de vlier en talloze eigenschappen worden hem toegeschreven, in oude sproken en legenden (de vlier als woonplaats van Vrouw Holle, hoedster der kinderzielen) of in hardnekkig bijgeloof. Het zou de boom zijn waaraan Judas van Iskariot zich verhing (vandaar de -eetbare- judasoren op zijn bast!) Vlier komt als vanzelf, altijd en overal. Nooit zul je hem aanschaffen bij een kweker, met een officieel labeltje om zijn stam. Nee, flierefluitend lijkt hij te arriveren op de wind. Of als zaadje in de vogelpoep. Dat laatste is nog het meest waarschijnlijke.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden