Vliegshows populair/Vredesoperaties prikkelen belangstelling voor luchtmacht/Veiligheidsregels muurvast in Nederland

DEN HAAG - De inzet van Nederlandse strijdkrachten voor humanitaire doeleinden of vredesoperaties zoals in Bosnië, lijkt de reputatie van de luchtmacht extra glans te hebben gegeven. Als de Open dagen als graadmeter kunnen dienen, is het vliegende deel van defensie in toenemende mate populair.

HUIB GOUDRIAAN

Rampen bij vliegshows, zoals die in Oostende of in 1988 in het Duitse Ramstein (70 doden), hebben kennelijk geen negatief effect op het Nederlandse publiek. Integendeel, de Koninklijke Luchtmacht trekt imponerende aantallen bezoekers voor haar Open dagen met demonstraties van vliegtuigen en helikopters: 100.000 tot 200.000 bezoekers per evenement. Luchtmachtwoordvoerder Aart Fokkema: “Defensie is in het algemeen niet meer omstreden, zoals dat midden jaren tachtig het geval was. Dat heeft te maken met de positieve effecten van het optreden onder de vlag van VN of Navo in voormalig Joegoslavië, maar ook met belangstelling voor ons als werkgever.” De luchtmacht merkt bovendien dat de exposities op de Open dagen, en het stunten in de lucht, de interesse voor de technologie doen toenemen. “We krijgen daarover veel vragen. Ik denk dat het publiek ook sterk gemotiveerd wordt door inzet van luchttransportmiddelen voor humanitaire doeleinden. Zo vliegt de luchtmacht aanstaande woensdag een groep kinderen uit voormalig Joegoslavië voor vakantie naar Nederland.”

De Open dagen van de Koninklijke Luchtmacht, afwisselend op onder meer vliegbases Gilze-Rijen, Leeuwarden, Twenthe, Soesterberg en Volkel, mogen sinds 1963 honderdduizenden mensen hebben aangetrokken, dat was in de jaren dertig niet veel anders.

De sectie Luchtmachthistorie van de luchtmacht in Den Haag bestempelt de 14 juli 1934 gehouden 'Nationale luchtvaartdag' als voorloper van de huidige Open dagen. Bij dat evenement op Vliegkamp Soesterberg waren ook al demonstraties van militaire vliegtuigen, die schijnaanvallen en bombardementen uitvoerden. Dit vliegfeest trok 40.000 belangstellenden, een voor die tijd relatief hoog aantal.

De veiligheidsregels liggen voor vliegshows in Nederland zo muurvast als de spreekwoordelijke wetten van Meden en Perzen. “De veiligheid voor het publiek staat voorop”, zegt de luchtmachtwoordvoerder. Voor elk civiel en militair luchtvaartevenement is toestemming nodig van de Rijksluchtvaartdienst (RLD). “De minister van defensie legt het programma van een Open dag van de luchtmacht vooraf ter goedkeuring voor aan de RLD.” En als de Rijksluchtvaartdienst negatief reageert? “Dan trekt de minister zijn toestemming in.” Twee jaar geleden kreeg het befaamde demonstratie- en stuntteam Red Arrows van de Britse luchtmacht, de RAF, bijvoorbeeld geen toestemming om mee te doen met een manoeuvre boven de hoofden van de toeschouwers. “Er bestaan afspraken binnen de Navo over militaire luchtvaartshows, en die zijn in overeenstemming met de civiele regelgeving.”

In 1988, na de ramp met 70 doden tijdens de militaire vliegshow bij de Amerikaanse luchtmachtbasis Ramstein, liet Frits Bolkestein, in die tijd minister van defensie, de Tweede Kamer al weten dat “veiligheid van publiek en vliegers de hoogste prioriteit heeft”'. De minister schreef de vaste Kamercommissie voor defensie op 20 oktober 1988 vliegshows verantwoord te vinden, mits de binnen de Navo overeengekomen regels voor vliegdemonstraties (Stanag: Standardization Agreement) werden nagekomen. Bolkestein gaf als toelichting dat er voor vliegtuigen zowel als helikopters een onderscheid wordt gemaakt in typen van 'showen'. Er zijn drie soorten: voorvliegen ('fly-passes') , demonstratievluchten en kunstvluchten ('luchtacrobatiek'). De Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marine beoefenen beide het voorvliegen, terwijl alleen de luchtmacht demonstratievluchten geeft. Nederlandse militaire vliegers voeren geen kunstvluchten uit, maar dit soort vluchten is onder bepaalde voorwaarden wèl in Nederland toegestaan. Hierbij geldt steeds dat moet worden gevlogen in overeenstemming met de Stanag-regels.

De Rijksluchtvaartdienst (RLD), die de grootste vinger in de pap heeft bij civiele en militaire vliegdemonstraties, ziet toe op handhaving van de Nederlandse Luchtvaartwet. “Daarin is alles voor vliegshows geregeld”, zegt de RLD-woordvoerder. “Er is ook een Europese regelgeving op komst, opgesteld door de Joint Aviation Authorities. Dit pakket voorstellen, naar aanleiding van de ramp bij Ramstein, wordt in het najaar verankerd in de Nederlandse Luchtvaartwet. Wij houden ons al voor een groot deel aan die voorschriften.”

In de Luchtvaartwet staat dat er voldoende afstand moet zijn tussen de plaats van de luchtshow en die waar de toeschouwers zich bevinden. “Zij mogen zich maar aan één kant opstellen.” Tijdens de Open dagen van de luchtmacht zowel als bij civiele luchtdemonstraties, is er altijd een display director van de RLD ter plekke. “Hij staat in 90 procent van de gevallen in direct radiocontact met de piloten. Voert een piloot zijn act niet volgens de afgesproken regels uit, dan geeft de RLD-functionaris hem opdracht zijn demonstratie direct af te breken.” Kort voor de luchtshows geeft de RLD bovendien een briefing aan de deelnemende piloten over de omstandigheden ter plekke en het weer. Of bij de show in Oostende de in voorbereiding zijnde Europese regels, of de Navo-voorschriften, wel zijn nagekomen? De RLD-woordvoerder: “Over hoe het in België gaat kan ik niet oordelen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden