Vliegen

De enquête onder Nederlandse en Vlaamse hoogleraren filosofie over de vraag welk boek elk weldenkend mens zou moeten lezen, wil hij de wereld van vandaag beter begrijpen, ging natuurlijk helemaal fout.

Wie maakt zichzelf in alle ernst wijs dat haar of zijn project erin bestaat 'de wereld van vandaag beter te begrijpen?' Ik geloof wel dat er mensen zijn die zinnig en richtinggevend weten na te denken over klonen, terrorisme, dementie, ontbossing, immigratie, jodendom of Jugendstil, maar ik geloof niet dat iemand dat denkend allemaal op zijn schouders kan nemen.

Wij zien ook niet uit naar een dergelijke poging. Voor enig begrip van 'de wereld van vandaag' is een vrijwel eindeloze reeks van boeken van het allergrootste belang. Ik stel voor dat we niet echt aan een opsomming beginnen, maar geef graag aan dat Beckett, Beets, Bijbel, Bismarck, Boethius, Bomans, Burroughs en Byron niet mogen ontbreken onder de B.

Elma Drayer veranderde de vraag in Trouw gewoon in: welk filosofisch boek zou iedereen moeten lezen? Ook hier eindeloos commentaar mogelijk, met name op nummer één, Aristoteles' Ethica Nicomacheia, ,,een boek waar zo veel open deuren in zitten dat je er wrijvingloos doorheen valt'', hoorde ik iemand zeggen. Ik heb het indertijd braaf gelezen en hier en daar streepjes gezet.

Geen zorgen over mijn Grieks, ik vertaal schandalig vrij uit het Engels (Boek II): 'Je kunt niet iets onmogelijks kiezen. Iemand die zegt dat hij iets onmogelijks kiest, zou een halfgare indruk maken. Maar, je kunt wel iets onmogelijks wensen, onsterfelijkheid bijvoorbeeld'.

Daar zit een droge humor in die ik ook aantrof in de volgende passage over het aanleren van deugden. Aristoteles meent dat deugden niet van nature in ons zitten, maar dat we ons deugden eigen maken door ze via herhaling aan te leren zodat ze een gewoonte worden. Wat van nature in iets zit is onveranderlijk: 'Neem een steen, die valt van nature omlaag. En al gooi je hem tienduizend keer omhoog, dan nog zal hij zich dat omhoogvliegen niet eigen maken.'

Russell oordeelde hard over Aristoteles' Ethica: ,,Het boek valt goed bij achtenswaardige mensen van middelbare leeftijd, en die hebben het gretig gebruikt -vooral sinds de 17de eeuw- om de onstuimigheid en het enthousiasme van de jeugd te onderdrukken. Voor een mens met enige deining in zijn gevoelsleven is het boek denkelijk afstotend.''

Juist ja. Maar wat ging er nu fout bij de enquête? Wittgenstein wordt nergens genoemd. Ik vind dat (met gepaste ernst, dus in de wetenschap dat er veel ernstigere dingen zijn) een buitengewoon ernstige nalatigheid. De ronduit lullige verklaring ligt hierin dat de geënquêteerden één boek moesten noemen en daar Wittgenstein er twee heeft geschreven die als klassieker gelden, werden die twee om en om genoemd. Het gevolg was dat zijn eindscore de helft was van wat hij had moeten zijn.

Nou geloof ik niet dat Wittgenstein helpt bij een beter begrip van de wereld van vandaag, maar ik geloof wel dat hij iets onherstelbaars gedaan heeft waar het onze neiging tot filosoferen betreft. Iets dergelijks heeft zich al eens eerder afgespeeld tussen Hume en Kant.

Kant spreekt in 'Der Kritik der reinen Vernunft' over ons denken als een duif die, hoewel hij lekker vliegt in de lucht, denkt nog makkelijker te kunnen vliegen in het luchtledige, ongehinderd door lucht. Plato dacht op die wijze weg te kunnen vliegen uit de zintuiglijke wereld. Het was Hume, die dit diertje met een schot hagel uit de lucht haalde en terwijl het zeer onoverzichtelijk in een regen van veertjes omlaag fladderde dacht Kant: hier gaan we wat aan doen. Hij maakte houten vleugels en het klepperende geluid waarmee het ding vervolgens een meter boven de grond rondhanneste was een bijna-doodklap voor alle vliegneigingen in het filosofische.

Bijna, want mensenwensen zijn hardnekkig. Wittgenstein begon zijn filosofische reis met een grandioze poging om nog één keer goed van de grond te komen. In de Tractatus laat hij zien onder welke voorwaarden er niet gevlogen kan worden. Dat gezegd zijnde, bergt de Tractatus een belangrijke, onzegbare, verhandeling over Vliegen in zich.

In zijn latere werk laat Wittgenstein zien waar de vleugels in ons denken zaten, of nee, waar wij dachten dat de vleugels in ons denken zaten. Zijn filosofie is tegelijk opsomming en eindpunt van een bepaald aspect van het westerse denken: de neiging om binnen ons te zoeken naar iets wat ons overstijgt. Het effect van zijn denken is een heerlijke opluchting over de oppervlakkigheid van wat wij voor diep houden. Maar in een mindere stemming kun je het ook als ontgoochelend ervaren.

De geschiedenis van de westerse filosofie roept bij mij een onvergetelijk beeld op uit de wereld van diergedragsexperimenten. Sommige trekvogels die 's nachts migreren, oriënteren zich op sterrenbeelden. Franz Sauer bewees dit door te laten zien hoe deze vogels zich in een planetarium vliegklaar in de juiste richting opstellen aan de hand van de nachtlucht die hij ze toonde. Zo kon hij vogels in Bremen laten denken dat ze zich in Afrika bevonden door ze de Afrikaanse nachtlucht te laten zien. Aan de hand van de getoonde sterrenluchten kozen ze voor de juiste vliegrichting.

Er zijn ons heel wat luchten getoond en we stelden ons wat graag op om de juiste kant op te gaan vliegen, maar Wittgenstein heeft het licht in het planetarium aangedaan en we zien de lichtjes niet meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden