'Vliegende brigade' is trots op grenscontrole

ENSCHEDE - De 'vangst' bestaat deze ochtend uit twee Roemeense families zonder paspoort, een Ghanees die zonder visum naar Amsterdam wil, en een canvastas met daarin onder meer een dolkmes en een paspoort. De Roemeense eigenaar van de tas klimt bij het ontwaren van de marechaussee uit het raam van de trein en vlucht over de spoorbaan.

Zo maar een maandagochtend op de brigade Enschede van de Koninklijke marechaussee. De houten frefab barakken die naast het al bestaande stenen gebouwtje op de militaire vliegbasis Twenthe zijn geplaatst, illustreren de sterke groei die de brigade in korte tijd heeft doorgemaakt.

Het onderkomen op de luchtmachtbasis, waar de conversatie soms wordt verstoord door langs taxiënde F16-jachtvliegtuigen, dient als uitvalsbasis voor de 23 marechaussees, die sinds mei worden ingezet bij het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) in de grensstreek.

In de volksmond heten ze 'vliegende brigades'. Dat 'vliegen' slaat op hun mobiliteit. Ze duiken overal langs de oost- en zuidgrens op om steeksproefsgewijs vreemdelingen te controleren op het bezit van geldige reisdocumenten. Op verkapte manier is op deze wijze drie maanden geleden de personencontrole aan de grens opnieuw ingevoerd om de illegale instroom van vluchtelingen een halt toe te roepen.

De marechaussee zelf noemt de nieuwe vorm van controle op illegale immigratie “een succes”. In totaal zijn er sinds mei 170 000 buitenlanders gecontroleerd, van wie er 4 500 wegens het ontbreken van geldige reispapieren zijn teruggestuurd. “Allemaal mensen die anders in het illegale circuit waren verdwenen”, zegt woordvoerder drs. Roelf Datema van de marechaussee. Ongeveer 250 vreemdelingen, al dan niet in het bezit van een geldig paspoort, gaven bij hun aanhouding te kennen asiel te willen aanvragen en zijn, na te zijn geregisteerd, doorverwezen naar opvangcentra.

Per 1 januari 1996 moeten zich in totaal 473 marechaussees bezighouden met het mobiele toezicht op de instroom van buitenlanders. Momenteel zijn dat er zo'n 230. Zo heeft commandant Albert van Blanken van de brigade Enschede het aantal personeelsleden in korte tijd met zes zien toenemen tot 23. En de komende anderhalf jaar zullen er nog 21 mannen en vrouwen bij komen. Daarmee zal de capaciteit van de controle langs de 165 kilometer lange grens tussen Coevorden en Aalten, het werkterrein van de brigade Enschede, komen op 44 marechaussees.

Ter illustratie: toen de personencontrole langs de grens in verband met het Verdrag van Schengen begin 1993 werd opgeheven, waren er voor de bewaking van hetzelfde stuk grens ruim 150 marechaussees beschikbaar. Illegalen die de grens tussen twaalf uur 's nachts en zeven uur 's ochtens overschrijden, hoeven de mobiele brigades overigens niet te vrezen, want de capaciteit is vooralsnog onvoldoende voor een drieploegendienst.

Van Blanken zegt “best trots” te zijn op de prestatie die zijn mensen in de achterliggende maanden hebben geleverd. De brigade Enschede droeg sinds mei 804 illegale vreemdelingen over aan de Duitse collega's van de Bundesgrensschütz, registreerde 110 asielzoekers en droeg 75 buitenlanders over aan de vreemdelingenpolitie. “De controle op de internationale treinen die bij Oldenzaal de grens passeren, zit inmiddels weer op het niveau van 1992”, merkt Van Blanken tussen neus en lippen op.

Op de trein uit Berlijn, die elke morgen rond tien over zeven het station van Hengelo binnenrijdt, is het 'altijd prijs', wordt vooraf voorspeld. Want de trein, die in de nachtelijke uren op het beruchte station bij de Zoo in Berlijn is vertrokken, pleegt vol te zitten met Oosteuropeanen.

Daarom rijdt er sinds mei weer elke ochtend een combi-busje met marechaussees naar het even over de grens gelegen Bad Bentheim. Op het knusse stationnetje van het Duitse Kürort stappen vier opsporingsambtenaren in de trein op zoek naar reizigers die Nederland willen aandoen zonder daarvoor over de benodigde papieren te beschikken.

Het voorspelde 'succes' blijft niet uit: twee gezinnen uit Roemenië zonder paspoort - vier volwassenen en zeven kinderen - laten wachtmeester der eerste klasse Gerard van de Belt weten asiel te willen aanvragen. Gedwee laten de sjofel geklede Roemenen, hun schaarse bezittingen met zich meedragend in een plastic boodschappentas, zich op het station van Hengelo afvoeren. Nieuwsgierig volgen de andere reizigers, al dan niet uit het raampje hangend, het tafereel.

Een enkeling denkt leuk te zijn en begint te zingen: “En we gaan al weer naar huis . . . ” Uit de Scandinavië-expres, die even later binnenrolt, wordt een Ghanese zakenman gevist. De man zegt naar een beurs in Amsterdam te willen, maar heeft slechts een verblijfsvergunning voor Duitsland. Hij wordt door de marechaussee rechtstreeks in een combi-busje naar de grens gereden en overgedragen aan de Bundesgrensschutz. “Als hij die beurs echt belangrijk vindt, probeert hij het straks nog een keer”, glimlacht een marechaussee.

In de barak achter het kantoor van de marechaussee op de vliegbasis Twenthe begint intussen het moeizame verhoor van de Roemenen. Via een tolk die aan de telefoon hangt, probeert wachtmeester der eerste klasse Rolf Sluik wijs te worden uit hun verhalen. Meneer Critea (34) laat weten met zijn vrouw en vijf van de zeven kinderen naar Nederland te zijn gekomen, omdat hij geen werk heeft en het leven in Roemenië niet alleen miserabel, maar ook heel erg duur is. Een vaste woon- of verblijfplaats hadden ze in Roemenië volgens Critea niet.

Hij kan slechts een geboortebewijs overleggen, waaruit blijkt dat hij in Brasov is geboren. Zijn vrouw voegt er even later aan toe, dat ze per vrachtauto naar Berlijn zijn gekomen en iemand die ze niet kennen, daar voor hun de treinkaartjes heeft gekocht. Het verhaal van meneer en mevrouw Cojocaru is bijna eensluidend. Armoede heeft ook hen en de kinderen van drie en zes jaar naar Nederland gedreven. “Asiel”, zegt meneer Cojocaru nog maar eens voor de duidelijkheid.

Nog geen drie uur nadat ze Nederland zijn binnengekomen, worden de twee families met een combibusje naar het centrale opvangcentrum voor asielzoekers in Schalkhaar gebracht. In de voormalige, nabij Deventer gelegen kazerne worden sinds vorige week alle Roemeense asielzoekers in het kader van de actie 'rugzak' - opgezet om asieltoerisme de kop in te drukken - samengebracht. Binnen 48 uur zullen ze horen of ze voorlopig mogen blijven of direct worden uitgezet.

Wachtmeester Van de Belt zal het antwoord waarschijnlijk nooit horen. “Ons werk zit erop”, zegt hij, terwijl hij de deur van het combibusje achter zich dichttrekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden