Vleesvlieg die nooit alleen komt

Op een eiland met ongeveer honderd loslopende hooglanders die elke dag een drol ter grootte van een appeltaart draaien, verwacht je een ongelooflijke hoeveelheid rondvliegende insecten; vooral vliegen en dazen. Dazen zijn er wel, maar niet veel. De enige soort die heel af en toe een poging tot steken waagt, is de goudoogdaas, een dier dat wel hinderlijk is maar ook dusdanig mooi dat het bijna zonde is om hem of haar een doodklap te geven.

Vliegen daarentegen zijn er volop. Tegen het eind van de middag zoemt het in en rond het huis alsof er een bijennest zit, maar het zijn vliegen. Vooral klustervliegen, zo leerde ik van de medewerker van een ongediertebestrijdingsbedrijf uit Barendrecht die ineens en onaangekondigd voor de deur van ons tijdelijke huis stond, een grote zilveren cilinder met een lange dunne spuit-slang in de aanslag. Hij kwam als geroepen, want je kunt dan wel bioloog zijn, een invasie van honderden vliegen in huis is zelfs voor de doorgewinterde dierenliefhebber iets te veel van het goede.

De man kwam voor de klustervliegen. Deze naam impliceert dat het om vliegen gaat die zich in grote groepen aandienen, in clusters (wat mij betreft schrijf je dat met een c, maar dat terzijde). De klustervlieg (Pollenia rudis) is een lid van de familie van de vleesvliegen, de Calliphoridae.

Het is een circa acht millimeter grote vlieg die in het voorjaar zijn eitjes afzet in de humuslaag, waarna de jonge made een regenworm opzoekt en die binnendringt. Vervolgens - zoals u weet is de natuur gruwelijk - wordt de regenworm langzaam van binnenuit geconsumeerd zonder dat deze daaraan in eerste instantie bezwijkt. Dat bezwijken gebeurt pas aan het eind, als de vliegenlarve zich gaat verpoppen.

Eenmaal uitgekomen, moeten de vliegen een plek vinden om te overwinteren. Van nature was dat een holle boom, maar ook in vliegenland is de vooruitgang merkbaar: ze prefereren een verwarmde woning, bijvoorbeeld onze vakantiewoning op Tiengemeten en dringen daar bij duizenden binnen.

Er zijn ook andere vliegen die het klustergedrag vertonen; de herfstvlieg (Musca autumnalis) is daarvan de meest voorkomende. De zeven millimeter grote herfstvlieg is een neef van de kamervlieg (Musca domestica) die iedereen wel in huis heeft zitten; beide behoren tot de familie van de echte vliegen (Muscidae).

Het soortonderscheid tussen al deze vliegen is erg lastig, ze zijn allemaal zwart en ongeveer even groot. In dit jaargetijde dringen kluster- en herfstvliegen het huis binnen. Als er horren zijn geplaatst vinden ze wel een route via dakpannen en dakbeschot, door de spouwmuur, ventilatieroosters of andere openingen die je niet kunt verzinnen, maar er wel zijn. Gevolg: de bad- en slaapkamers zien eruit alsof iemand een wijwaterkwast in oost-indische inkt heeft gedoopt en er daarna flink mee is gaan zwiepen. Honderden vliegen zitten als grote zwarte spikkels overal op het plafond, het raamkozijn en de vensterbank.

De man uit Barendrecht spoot eens flink uit zijn zilveren vat, en nu liggen ze allemaal op de vensterbank, de zes zwarte pootjes devoot omhoog gevouwen, geklusterd vertrokken naar de vliegenhemel.

Jelle Reumer is paleontoloog

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden