Vleesindustrie / De stad moet ’varkensflat’ omarmen

Er is veel weerstand tegen een flat voor 150.000 varkens in de Amsterdamse haven. Ten onrechte, de dieren en het milieu worden er beter van.

Het plan om grootschalig varkens te houden in een ’varkensflat’ in de haven van Amsterdam verdient een welwillender houding. De stad, met haar vele welbespraakte critici van de bio-industrie, kan hiermee een wezenlijke impuls aan de varkenssector geven. Een branche, die nu klem zit tussen kiloknallers met vlees tegen bodemprijzen, en terechte zorgen om de nadelige gevolgen voor dier en milieu. Een reflexmatig verzet tegen grootschaligheid helpt de varkens noch het milieu een poot verder.

Het agropark (de ’varkensflat’) is terug van weggeweest. Enkele jaren geleden kwam er breed verzet tegen dit idee, dat het summum lijkt van industrialisering van de veehouderij. Het Havenbedrijf Amsterdam heeft in de afgelopen jaren onderzocht of zoiets in het Westelijk Havengebied is te realiseren. Gisteren berichtte Trouw dat plaats gezocht wordt aan de overkant van het Noordzeekanaal, op een industriegebied in Westzaan. Het idee verdient de aandacht van deze stad, die zich beroept op haar creativiteit.

Veehouderij is voor steden als Amsterdam en Zaanstad een uitzonderlijk fenomeen. Ze moeten dan ook niet in een stadse reflex schieten, en het plan afwijzen op grond van primaire sentimenten. Helemaal niet zolang die stad haar karbonaadjes bij tonnen blijft verslinden, en maar in beperkte mate bereid lijkt af te zien van vlees tegen bodemprijzen.

De varkensflat kan een heel goed idee zijn voor het welzijn van dieren en voor het milieu. Door onze havens en de aanwezigheid van veel voedselverwerkende industrie hebben we veel hier varkens. Varkens zijn notoir goed in het benutten van reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie, die onbruikbaar zijn voor menselijke consumptie. De aardappelschillen van de patat, de restanten van de bierproductie, het schroot van soja en tarwe – het komt allemaal terecht in het varkensvoer. Meer dan de helft van de varkens in Nederland groeit hierop.

De huidige structuur van de varkenssector heeft echter grote nadelen: van oudsher zijn het familiebedrijven op het platteland, die de afgelopen decennia steeds groter en verder gespecialiseerd zijn. Eromheen zit een wilde markt van handelaren en slachterijen, wat leidt tot veel transport van dieren, tot ver over de grens, en een grote druk op de prijzen voor de boeren. Steeds strengere milieueisen, en steeds strengere maatregelen tegen ziekten als de varkenspest maken die bedrijven tot gesloten forten, waar niemand meer in komt zonder zich eerst grondig gedesinfecteerd te hebben. De industrialisatie is dus allang aan de gang, en niet alleen om de kostprijs te drukken.

De huidige structuur maakt betekenisvolle verbeteringen moeilijk. Meer ruimte voor varkens, afschaffing van onverdoofd castreren en van het couperen van staarten, het sluiten van mineralenkringlopen, en het beperken van stressvol transport zijn lastig zolang de productie is verdeeld over ontelbare locaties.

Het idee van de varkensflat doorbreekt die structuur. Transport van varkens kan tot een minimum worden beperkt. Door etages te stapelen kun je veel meer ruimte per varken realiseren. Voer kan grotendeels van heel dichtbij komen, en afvalstromen als mest kunnen ter plaatse worden verwerkt en gebruikt worden in tuinbouw, visteelt of energieproductie. Warmte kan hergebruikt en ventilatielucht heel effectief ’gewassen’ worden.

Er zijn ook al prima plannen voor nieuwe vormen van varkenshouderij, waarin het dierenwelzijn vergelijkbaar is met, of zelfs beter is dan die in de biologische houderij. In Raalte draait momenteel een proefproject van de Comfort Class Stal, op initiatief van de Dierenbescherming en de boerenorganisatie LTO (www.comfortclass.nl). In die stal hebben varkens het zo goed dat het couperen van staarten niet meer nodig is. Ze hebben ruimte, daglicht, wroetgelegenheid en verschillende ’klimaatzones’ om uit te kiezen.

In de gangbare varkenshouderij zijn zulke vernieuwingen waarschijnlijk nog te kostbaar om helemaal over te nemen, maar in een volstrekt nieuwe opzet als de varkensflat zijn ze een peulenschil. Amsterdam of Zaanstad zou welwillende medewerking aan de vergunningverlening voor dit plan kunnen koppelen aan strenge afspraken over de te halen doelen op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Buitenruimte en wroetgelegenheid voor varkens kan ook op zeshoog.

Realisatie van dit plan geeft ook een krachtige impuls aan vernieuwing in de hele sector – in Nederland en ver daarbuiten. Amsterdam zou de nieuwe norm kunnen zetten voor de gangbare veehouderij, die ook steeds globalere trekken krijgt. De varkensflat biedt de kans om te laten zien dat grotere stappen voorwaarts op het gebied van dierenwelzijn en milieu haalbaar zijn, en dat een hoog-technologische aanpak niet per se in strijd hoeft te zijn met een goed leven voor varkens.

Bram Bos is fractievoorzitter voor GroenLinks in Amsterdam Oud-Zuid.

Karel de Greef is onderzoeker op het gebied van dierenwelzijn en fokkerij bij Wageningen UR.

Peter Groot Koerkamp is hoogleraar Agrotechnologie bij Wageningen UR.

Paul van Grieken is wethouder dierenwelzijn voor GroenLinks in Amsterdam Oud-Zuid.

John Grin is hoogleraar Beleidswetenschappen aan de UvA. De auteurs (onder)schrijven dit artikel op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden