Vlees en bloed

Beeld Write Now!

Evangeline fietst niet meer, niet met haar zoon achterop. Michael loopt voor haar in zijn zondagse pak en lakschoenen, maat 30. Eva pakt hem bij de nek, beschermend als een moederkat en kijkt links en rechts. Links is een industrieterrein, rechts de auto van de jongens die wiet roken met de raampjes dicht. Ze laat hem los en hij rent door de schuifdeuren McDonald's Diemen-Sniep in. De wietlucht gaat over in een frietwalm. Het is 34 minuten lopen vanaf hun kerk in de Bijlmer. De bandjes van haar hakken knellen in haar vlees. Ze is moe.

Burgers sissen binnen op de plaat. Een headset valt in de frituur - "Godverdomme, Denise, niet weer!" - mensen schreeuwen. Eva leunt tegen de toonbank. Achter hen in de rij staan een jochie in Ajaxtrainingspak en een man in een blauwe blouse. Het bleekroze jochie steekt vreemd af tegen Michael in zijn pak. De vader van het joch heeft een grijzige huid, alsof iemand hem per ongeluk in zwart-wit heeft afgedrukt. Hij zal, wat, tien jaar ouder zijn dan zij? Een jaar of veertig?

"Als mama je meeneemt naar de McDonald's, mag je dan extra saus, Wout?", vraagt de man.
Wout kijkt moeilijk.
"Van papa mag het wel hoor. Niet zeggen als je straks bij mama bent, ons geheimpje." Eva merkt dat ze staart en wendt zich af. Een meisje met glanzend kroeshaar zet een dienblad klaar en draait zich naar haar toe.
"Wat zal het zijn?"
"Cheeseburger, Michael?"
Michael knikt hard. Hij heeft geen kik gegeven in de kerk, wachtend op dit moment. Als het meisje terugkomt met hun bestelling haalt hij zijn beloning direct uit het papiertje. In de verpakking zit een broodje met daarop een bruin lapje, niet meer te herkennen als vlees. Hij trekt aan de rode satijnen jurk van zijn moeder.
"Pardon", zegt Eva, "volgens mij heeft u ons per ongeluk een hamburger gegeven."
Het meisje mompelt excuses. Eva legt haar hand op die van haar en lacht.
"Is al goed, sweetie."

Ze voelt zich net haar moeder. Daar zou ze zich niet slecht over moeten voelen, denkt ze. Hoe het verder ook was, haar moeder zette elke dag een vers gekookte maaltijd op tafel, terwijl Eva vanavond waarschijnlijk een magnetronmaaltijd opdiept die over de datum blijkt. Ze zal er een paar minuten naar staan kijken en het dan toch serveren.

Write Now!
Dit is het verhaal waarmee Sacha Hilhorst (1994) de juryprijs van Write Now! 2014 won. Voor meer informatie over de schrijfwedstrijd Write Now!, zie onderaan deze pagina.

Ze laat Michael achter met een tientje, drukt een kus op zijn hoofd en loopt de toiletten in. De wc ruikt naar schoonmaakmiddelen op industriële sterkte. Ze gaat niet de vrouwentoiletten in, maar blijft staan bij de gedeelde wasbakken. Eva maakt de gespen los en stapt uit haar hakken. Ze zet een voet in de wasbak en laat het koele water over haar enkel en tussen haar tenen stromen. Even sluit ze haar ogen. Ze is zo moe. Over drie weken zal ze Michael naar haar moeder brengen en dan gaat ze thuis in bed liggen met de gordijnen dicht tot ze haar komen halen. Ze hoort de deur van de toiletruimte met een klik opengaan. Ze opent haar ogen. Het is de man met het Ajaxzoontje.

"Excuus, excuus", zegt ze. "Oh, dit is zo schaamtevol."
"Ach", zegt de man, "ik doceer al twintig jaar natuurkunde op een middelbare school. Ik heb vreemdere dingen zien gebeuren bij de wc"s."
Eva lacht. De man kijkt even moe als zij zich voelt.
"Ik ben receptioniste van een dierenkliniek", zegt ze. "En laatst was een meisje haar cavia vergeten in de toiletten."
De man grinnikt.
De cavia had een tumor. Niet aan denken, nu.
"Ik ben Mark", zegt hij.
""Eva."
Ze haalt haar voet uit de wasbak en draait de kraan dicht.
"En de andere voet dan?"
"Wat?"
"Hier."
Mark knielt. Hij pakt haar lange, slanke been bij de enkel. Zijn hand lijkt nog witter op haar vel. Hij tilt haar voet de wasbak in.

De volgende zondag loopt Eva weer over de vieze, grijze stoep langs het industrieterrein naar de McDonald's. Michael sloft naast haar. Hij is geslagen door een meisje in de kerk. Eva greep hem voor hij kon terugslaan en hij zit nog steeds te mokken. Hij laat zijn kleine, warme hand expres slap in de hare hangen. Voor de schuifdeuren legt ze met de andere hand haar borsten even goed in haar beha, dan stapt ze naar binnen.

Er zit een groep van zeker dertig mannen in wielrenpakken binnen. Ze ruiken naar zweet, puur zweet. Zo ruiken mensen niet meer tegenwoordig.

Wanneer gaan kinderen deodorant gebruiken, vraagt ze zich af, is er zoiets als kinderdeodorant? God, had ze deodorant voor Michael moeten kopen? Straks wordt hij gepest omdat hij ruikt naar een witte, vijftigjarige wielrenner.

De schoenen knellen al minder. Met kleine stappen loopt ze met Michael naar de kassa. Aan een tafel rechts ziet ze Wout zitten, hij is wederom in Ajaxpak. Hij doopt een frietje een voor een in vier verschillende bakjes saus met groene spikkels. Zijn vader ziet Eva niet. Als ze hun bestelling hebben gaat Eva bij het raam zitten. Michael zegt nog altijd niets uit protest. Ze had een inzicht net, over Michael, maar ze is het weer kwijt voor ze het kan noteren, al was het maar in haar telefoon.

Ze moet haar gedachten gaan opschrijven, denkt ze. Ze moet plannen en ideeën hebben gehad; ze moet die weer zijn vergeten.

De hangjongeren uit de auto lopen langs en bestellen twaalf milkshakes. Ze giechelen. Eva hapt in een kipnugget, die aan haar verhemelte plakt. 100% kip, staat er op het kartonnen doosje. De zoetzure saus is erg zoet en niet zo zuur.

Eva kijkt naar buiten. Wat ligt daar, op straat?

Ze ziet veel dode dieren. Ze ziet ze van een afstand als ze op de fiets zit, platgereden op de weg. Wanneer ze dichterbij komt blijken het plastic zakken, een krant of een handschoen. In de buitenwereld lijkt alles van dode dieren te zijn gemaakt, maar is dat nooit zo. In de McDonald's lijkt niets van dode dieren te zijn gemaakt, maar is alles dat.

Uit haar ooghoeken ziet ze Mark staan. Hij kijkt naar haar. Zijn wangen kleuren in zijn grijze gezicht. Hij recht zijn rug, klopt de roos van zijn schouders en loopt op haar af. De man is een romanticus, ziet Eva. Altijd voor oppassen, zei haar moeder.
Eva klopt Michael op zijn schouder.
"Ga maar buitenspelen. Halen we zo een McFlurry."
Michael spurt weg. De zon blikkert op zijn lakschoenen.
Mark komt aangelopen met zijn handen in zijn zakken.
"Hallo daar. Ik hoopte al dat ik je zou zien. Mag ik een koffie voor je halen?"
"Dat mag."
(Als de te hete koffie nu over haar heen valt kan ze de Mac voor miljoenen aanklagen, denkt ze, zoals die vrouw in Amerika. Dan huurt ze een kindermeisje in voor Michael en hoeft ze zich nooit meer zorgen te maken dat ze vergeet hem eten te geven.)

Eva vertelt over de intriges en affaires in de kerk, over de mensen in de dierenkliniek, over haar mislukte pogingen om ondanks haar jeugd in Oud-Zuid een sterke Surinaamse vrouw te zijn.

Mark op zijn beurt vertelt over zijn werk, zijn tochten naar de bergen, zijn scheiding.

"Ik kon het allemaal wel begrijpen," zegt hij. "Volgens Karin was dat nou precies het probleem."
Ze doet haar rinkelende lach.
Hij staat op.
"Wout moet echt naar zijn moeder nu, anders heb ik straks haar advocaat op mijn dak."
Hij pakt Eva"s hand en kust die. Ze blijft zitten, glimlachend, tot hij uit beeld is. Dan loopt ze naar buiten. Op de speelplaats gaat Michael in zijn eentje van de glijbaan.
Is dat wel gezond?
Ze pakt zijn hand.
"Zullen we gaan?"
De wietauto is al weg; het moet laat zijn. Michael pakt haar hand stevig beet en samen beginnen ze de wandeling terug. Er ligt iets op de weg.

Zondagen blijven komen. Michael glijdt op zijn lakschoenen over de gele en bruine tegels van de McDonald's. De geur van friet zit in zijn zondagse kleren nu. Vanwege een verjaardagsfeestje is het druk vandaag. De manager, een stevige Hindoestaanse vrouw, komt persoonlijk een taart brengen aan de jarige job, er zijn ballonnen voor iedereen. Michael lacht naar de jarige.

Hij is perfect, denkt Eva, perfect. Hij is het al sinds zijn tenen nog maar zo groot waren als erwten.

Welke datum is het? Komt Michaels verjaardag eraan? Eva weet het even niet. Haar moeder is nog steeds niet terug in Amsterdam.

In de verte naast de drive through ziet ze iets doods liggen.

Ze was te moe om de mis te volgen. Ze kijkt naar Michael, die over de vloer van de McDonald's schaatst en ze weet dat ze ergens iets voelt. Ja toch? Ze weet dat ze van hem houdt. Het is alsof ze een mimespeler is, achter een onzichtbare wand die haar scheidt van liefde en interesse en moederlijke gevoelens. Michael schaatst naar haar toe. Eva is te moe om te praten. Ze leunt met haar hoofd tegen de muur. Michael aait haar handen. Ze vouwt ze in elkaar, Lord, geef me kracht.

Ze wilde Mark niet zien vandaag, maar hij is er. Wout ziet ze niet.

Mark komt bij haar tafeltje staan. Hij heeft een colbertje aan vandaag. Zijn gelaat is grijzer dan ooit en hij staat te kauwen op zijn wang.

"Eva", zegt hij, "ik verwonder me..."
Hij valt stil.
"Eva. Er zijn dingen die me eindeloos verwonderen. Er zijn dingen die zo mooi zijn en zo bijzonder dat ik ze nooit helemaal kan vatten. Zoals de Plancktemperatuur. Op de Plancktemperatuur smelt de tijd."
Hij kauwt weer op zijn wang.
"Jij bent als de Plancktemperatuur. Ik snap je niet, ik vat je niet, maar ik vind je eindeloos mooi. Eva, wil je een keer met me uit?"

De Plancktemperatuur. Ze voelt zich draaierig, alsof ze op de fiets zit. Dat is wat er is gebeurd, denkt ze. De tijd is gesmolten. Ze wist niet dat het kon. Het moet langzaam zijn gebeurd, zodat ze het eerst niet merkte. Zodat niemand het merkte.

Dit is hoe het voelt, hoe het al tijden voelt. Ze leeft tegelijk in een McDonald"s in 2014, in een bed op een kraamafdeling in 2007, in een klein huis in Paramaribo waar ze nooit geweest is. Tijd loopt niet meer in een rechte lijn, maar rent als een hond achter zijn staart aan. Het is een lange zondagmiddag, tot stroop geworden, verkleefd. Alles is dood, alles leeft nog.

Ze maakt geen oogcontact en loopt naar de uitgang, ziet de gele en bruine tegels van de vloer onder haar. De kinderen van het feestje houden een voedselgevecht, frietjes ketsen af op haar arm als ze langsloopt. Naar buiten loopt ze, langs de auto's in de drive through, naar het gras. Ze wil het dode dier in haar armen nemen. Ze laat zich ernaast op de grond zakken en houdt het tegen zich aan.

"Een happy meal graag", zegt een stem in de verte tegen de intercom. Er komt geen krakende reactie uit de intercom. Het personeel staat burgers te bakken. De headset zal weer in de frituur zijn gevallen.

Ze laat het aan haar voorbij gaan. Ze blijft liggen, op haar zij met een papieren McDonaldszak tegen zich aan gedrukt.

Write Now!
Op 31 maart is de deadline van Write Now!, dé schrijfwedstrijd voor jongeren tussen de 15 en 24 in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Begin april buigt de jury zich over de inzendingen. Tijdens regionale prijsuitreikingen wordt bekend gemaakt wie doorgaat naar de finale op 21 juni in Rotterdam.

Dit jaar wordt Write Now! voor de vijftiende keer georganiseerd, vorig jaar werden er meer dan 1.000 teksten ingestuurd. De wedstrijd bracht winnaars voort als Maartje Wortel en Niña Weijers. In aanloop naar de deadline publiceert Trouw de beste verhalen van Write Now! 2014.

Ben je zelf tussen de 15 en 24 en heb je schrijfambities? Stuur dan voor 1 april jouw tekst in via de website van Write Now!. De vorm van de inzending is vrij: verhaal, gedicht, column, toneeltekst, filmscenario, songtekst - alles is toegestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden