Vleermuizen zoeken in de Sint-Pietersberg

In de Zonneberggroeve moeten vleermuizen zitten, is ons verzekerd. Dit gangenstelsel bij de boerderij Zonneberg, dicht bij het grote gat dat de ENCI in de Sint-Pietersberg heeft geslagen, is afgesloten met een traliehek. Vleermuizen kunnen zo in en uit vliegen. Het hek garandeert hun de rust die ze nodig hebben.

De hoge vochtigheidsgraad en de zomer en winter constante temperatuur van tien graden Celsius maken de ondergrondse groeven van de Sint-Pietersberg een ideale winterslaapplaats voor vleermuizen. Van de negentien in ons land waargenomen soorten zijn er vijftien in de Sint-Pietersberg aangetroffen. Daarmee is de berg een van de soortenrijkste vleermuisholen ter wereld.

“In november arriveren de eerste overwinteraars. Pas in april komen ze weer naar buiten. Ze trekken dan naar hun zomerverblijfplaatsen. De watervleermuis is de gewoonste soort. Er zijn ook tamelijk veel baardvleermuizen en vanmorgen heb ik een vale vleermuis zien hangen.”

Rob de Bree, in dienst bij de ENCI zowel als bij Natuurmonumenten, is onze gids. Eenmaal door het met een zwaar hangslot afgesloten hek verrassen ons de grote aantallen roesjes, die dicht bij de ingang tegen de mergelwanden overwinteren. “Er slapen hier ook wel andere vlinders: dagpauwogen en kleine vossen. De vleermuizen weten ze feilloos te vinden. Dan ligt de grond bezaaid met vlindervleugeltjes.”

In de Zonneberggroeve blijken de uitgebroken blokken kleiner dan in het noordelijke stelsel bij het fort. De gangen zijn ook hoger, acht tot tien meter. Op het plafond zijn roetplekken te zien in een regelmatig patroon, dat precies de grootte van de uitgebroken blokken aangeeft. “Rond 1800 gebruikte men carbidlampjes, die in nissen boven in de wand werden geplaatst. Daar is men begonnen de gang uit te hakken. Toen die eenmaal op manshoogte was uitgebroken, werden blokken uit de bodem gehaald en daarom werd de gang zo hoog.”

Vleermuizen zien we vooreerst niet. Wel tekeningen, manshoge figuren, van de muzen bijvoorbeeld. Een gang lijkt te eindigen bij een enorme tekening van bloeiende haagwinde, daterend uit 1943. Uit de oorlog dus, en eerst denk je aan een onderduiker, maar de maker is Harry Koene, een leerling van Jan Toorop, die de spelonken moest aanpassen aan het verblijf van 40.000 mensen voor het geval Maastricht bij een invasie geëvacueerd moest worden. Op de wanden zie je nummers van vakken en pijlen naar toiletten, in een ruimte grote zwarte voorraadtanks.

Ons lijkt het een nogal naïeve gedachte zoveel mensen in zo'n enge ruimte te willen herbergen. Hoeveel wc's zouden er nodig geweest zijn voor 40.000 mensen, die het misschien toch al in hun broek deden van angst? En hoe lang zou dat goed gegaan zijn zonder ruzie? Het is er gelukkig nooit van gekomen.

Hier en daar sluit een gemetselde baksteenwand een gang af. Daar is de ondergrondse groeve aangesneden door de afgraving van de ENCI. Bij zo'n muur ligt een zwart vormloos propje op de grond. Net een verdroogd roggenei op het strand. Het is een bijna gemummificeerde watervleermuis, die er misschien al jaren ligt.

Een 'schoorsteen' laat licht van boven door. Het ronde gat hoog boven ons is afgesloten met een rooster. Rob de Bree: “Als je eigendom diep in de berg had, moest je tol betalen aan alle eigenaren tussen je bezit en de ingang. Je was goedkoper uit als je een schacht groef om de blokken uit de gang naar buiten te takelen.”

Diep in de berg zweeft een van de bruine vliegen, die van afval leven, om de lantaarn. Op mijn vraag of hier nog andere dieren dan vliegen, vlinders en vleermuizen voorkomen, zegt De Bree: “Een paar jaar geleden hadden we een muizenplaag. Die was meteen afgelopen toen een steenmarter de groeve binnendrong.”

We hebben al honderden meters gelopen en nog geen levende vleermuis gezien. Dan schijnt Rob met zijn lantaarn omhoog. In de hoek tussen plafond en wand hangt stil iets zwarts. “Dat is de vale vleermuis,” zegt Rob. “De grootste soort, die hier voorkomt. Niet zo gewoon.”

Het duurt wel tien minuten voordat we weer een vleermuis vinden, halverwege een wand. Zo treffen we nog vijf watervleermuizen aan, ongeveer de helft kleiner dan de vale. Ze hangen aan de klauwtjes van hun voeten, de dichtgevouwen vleugels samengedrukt tegen de zijden. Het valt wat tegen: tussen elke vleermuis, die we tegenkomen, zitten tientallen meters gang. We hadden verwacht groepjes te vinden, zoals je vaak op foto's ziet.

Een enkele vleermuis strekt traag de lange bovenarmen, maar de vleugels blijven opgevouwen. Overwinterende vleermuizen zijn erg gevoelig voor warmte. Je adem is al voldoende om ze wakker te maken. Met een lichaamstemperatuur van 37' C in hun actieve uren zijn ze net zo warmbloedig als wij. Maar zodra ze gaan slapen, daalt hun temperatuur, ook tijdens hun dagelijkse slaap in de zomer. Die stijgt binnen een kwartier, als ze wakker worden om op jacht te gaan. Maar als ze in winterslaap gaan, zakt hun lichaamstemperatuur tot dicht bij de temperatuur van de omgeving, dus tot ongeveer tien graden in de groeven. Ademhaling en hartslag worden dan heel traag en daarmee ook de stofwisseling en de behoefte aan voedsel. Maar goed ook, want er valt in de winter haast geen insekt te vangen.

De vleermuizen hangen hier nog niet zo lang. In de loop van de winter raken ze bedekt met een condenskleed van waterdruppeltjes, waar je nu bij de staart al iets van ziet glinsteren. Maar bij het vleermuizenonderzoek, dat al tientallen jaren gedaan wordt, is gebleken dat de dieren hun winterslaap toch wel een keer of vier onderbreken om te verkassen.

Er is door onderzoek heel veel bekend geworden over de ecologie van de in grotten overwinterende vleermuizen. Het microklimaat is vastgesteld van diverse favoriete overwinteringsplekken en ook van plaatsen waar zich geen vleermuis laat zien. Elke vleermuissoort blijkt zijn eigen voorkeuren te hebben.

Vleermuizen blijven geheimzinnige dieren. Over hun vrije leven in de zomer is nauwelijks iets bekend. Met behulp van elektronische apparatuur ('bat-detectors'), die de supersone geluiden van vleermuizen hoorbaar maken, proberen de onderzoekers (vooral veel amateurs) achter hun verspreiding, jachtmethoden en voorkeuren voor jachtterrein, landschap en vliegroutes te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden