Vleermuizen springen tien meter verder

COURCHEVEL - "Als de vogels mij zien vliegen, gaan zij te voet" . Schansspringer Ernst Vettori pochte al in die trant toen hij in de klassieke stijl als de stilist gold. Maar de sprong als kikker is effectiever, zo weet de Oostenrijker na zijn Olympische triomf van deze week op de 90 meterschans.

Wie in Chourchevel de helden op latten frontaal naar zich toe ziet komen, ontwaart weinig verschil. Ze maken snelheid op de schans en duikelen vervolgens als dode vogeltjes het dal in. Pas van de zijkant bezien, is waarneembaar hoe een goed in de lucht liggend lichaam met op de juiste wijze gespreide ski's evenwijdig dalend met de bergglooiing lang het contact met de aarde kan vermijden.

Op het uiteenwijken van de punten der latten komt het tegenwoordig aan bij het schansspringen. Zoals de Fosbury-flop (ruggelings over de lat) tijdens de legendarische Olympische Spelen van 1968 in Mexico de revolutie bij het hoogspringen vormde, zo is de V-stijl een keerpunt bij de achtergebleven wintersport. Want goed beschouwd is het natuurlijk verbazingwekkend dat een zo voor de hand liggend aspect als vergroting van het zweefvlak, niet eerder dan dit jaar serieus de aandacht heeft gekregen. Waar Greg Fosbury destijds met zijn opmerkelijke methode bewust een greep deed naar goud, daar werd de Vsprong bovendien bij toeval ontdekt.

De Zweed Jan Boklov kreeg drie jaar geleden eens niet de gewenste controle over de normaal parallel onder het lichaam gehouden ski's. Om in evenwicht te blijven en een vrije val te voorkomen, spreidde hij de toppen van de latten, waarna hij verder dan ooit neerkwam. Boklov besloot zijn vinding in wedstrijden te blijven toepassen, maar dat was tegen het zere been van de conservatieve jury-leden, die naast afstanden ook de esthetische uitvoering van de sprong in hun beoordeling meenemen. Boklov, spottend de kikkerkoning of vleermuis genoemd, sprong een aantal malen veel verder dan de concurrentie, maar kreeg in de klassementen een douw door de gegarandeerde vier strafpunten. Onder druk van springers, trainers en industrie, is de internationale skifederatie (FIS) overstag gegaan, alhoewel de V-sprong nog altijd een geringe korting op het puntentotaal oplevert. Die is echter verwaarloosbaar op de meters winst die wordt geboekt.

Inmiddels heeft wetenschappelijk onderzoek bevestigd wat iedereen bij de ontdekking al wist: wie het draagvlak van zijn vleugel vergroot, zal langer zweven. In Duitsland en Zwitserland uitgevoerde computersimulaties en testen in windtunnels hebben uitgewezen dat het draagvlak kan worden uitgebreid van 0.5 vierkante meter bij de klassieke stijl tot 0.8 vierkante meter bij de Vsprong. Onder ideale omstandigheden kan een winst worden geboekt van tien meter. Die marge is volgens sommige experts nog te vergroten. De V-stijl werkt slechts in de tweede helft van de vluchtcurve voordelig. Indien de ski's te vroeg worden gespreid gaat na de afsprong te veel snelheid verloren. Anderen beweren dat ook weer moet worden gesprongen in een soort duikvlucht met de armen naar voren gestrekt, zoals voor de jaren vijftig praktijk was. Overigens zijn de moderne capriolen niet zonder risico. Wie de ski's te ver uiteen duwt, loop de kans tussen de latten door tegen de grond te slaan.

Vertwijfeling

Het geluk dat Greg Fosbury ten deel viel, is collega-uitvinder Jan Boklov niet beschoren. Voor hem staat de V voor vertwijfeling, nu hij na autorisatie van zijn grensoverschrijdende techniek gemiddeld tien meter bij de beste springers achter blijft. Ondanks de Olympische triomf van Vettori geldt de pas zestienjarige Toni Nieminen (afgelopen zondag derde in Courchevel) als de meester van de spreidstand. Vorig jaar was zijn triomf in de eerste wedstrijd van de vierschansentoernee in Thunder Bay (Canada) een daverende verrassing, niet in het minst voor hemzelf. Toen hij enige maanden later het totaal klassement winnend afsloot met drie zeges en een tweede plaats, was het niet meer dan een logisch gevolg van zijn natuurlijke aanleg. Van de 14 wedstrijden om de Wereldbeker won hij er zeven en werd hij drie maal tweede.

Toen zijn ouders Toni Nieminen als tweejarige baby meedroegen naar de top van de springberg in Lathi, was zijn lot beschoren. Het springen zit in zijn bloed, zoals dat ook geldt voor zijn jongere broers Sami (14, Fins kampioen in zijn leeftijdsgroep) en Henri (11). Toni Nieminen kreeg springlatten toen hij acht was, omdat zijn vader zich de kosten van de vele kapot gesprongen langlaufski's voortaan wilde besparen. Drie jaar later gleed hij in het geheim van de schans in de Finse industriestad, waarop hij al als dertienjarige opzien baarde. Als voorspringer tijdens de wereldkampioenschappen overbrugde hij 114 meter, een meter voorbij wat het kritische landingspunt wordt genoemd. De latere winnaar Puikkonen overbrugde met zijn beste sprong exact dezelfde afstand.

Dat speelde zich af in de nadagen van het Finse fenomeen Matti Nykanen, de viervoudig Olympisch kampioen die ten onder ging aan de oude 'Ajax-kwalen' drank en vrouwen. Matti Pulli, de Finse teamcoordinator die in het verleden ook Nykanen onder zijn hoede had, is als de dood dat de jeugdige onbevangenheid van zijn nieuwe parel plaats zal maken voor voor psychische onevenwichtigheid. Angstvallig wordt Nieminen van de buitenwereld afgeschermd; sociale begeleiding vormt prioriteit nummer een bij de ontwikkeling van de springer. Een psychologe staat ter plekke paraat voor geestelijke bijstand en om te voorkomen dat de sporter zich eenzijdig ontwikkelt, betaalt de Finse bond een prive-leraar die op afstand Nieminen tijdens zijn reizen bij zijn gymnasium-studie begeleidt. Maar zijn eigen coach Jarkko Laine moest op eigen kosten naar Frankrijk komen om zijn pupil in actie te kunnen zien.

Briljant

Volgens Kari Yjiantilla, de Finse springtrainer, is er niemand die de V-sprong zo briljant beheerst als Nieminen. Met zijn tengere gestalte (1.73 meter, 59 kilogram) heeft hij bovendien de ideale bouw die hem in staat stelt zijn landing langer uit te stellen dan wie ook. De omschakeling van klassiek naar modern kostte hoegenaamd geen moeite. Al na vier weken was de jongeling vorig jaar gewend aan de verhoogde luchtdruk op het lichaam en de directe blik in de afgrond onder zich. "Ik probeerde een paar sprongen en ik wist het: dit is het" .

Voor de Spelen zei Nieminen: "Tot nu toe ben ik nooit zenuwachtig geweest" . Nadat hij vorige week zondag in Courchevel voor 20 000 toeschouwers derde werd op de 90 meterschans, gaf hij toe enige druk te hebben gevoeld. "Maar zo slecht was mijn prestatie niet. Vanaf nu zal ik proberen op de grote schans te winnen" . Dat die kans groot is, bewees de Fin gisteren door zijn nationale ploeg met sprongen van 123 en 122 meter het goud bij het teamspringen te brengen. Slechts de Oostenrijker Martin Hollwarth streefde hem in een poging een halve meter voorbij, maar over twee sprongen was Nieminen soeverein.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden