Vlaming heeft nog steeds baksteen in zijn maag

bouwwoede | Vlaanderen dreigt te worden volgebouwd en dat heeft vooral ecologische gevolgen. Daarom wil de regering vanaf 2040 een 'betonstop' invoeren. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot.

Het is nu nog een lapje bevroren landbouwgrond onder de rook van Brussel, maar als het een beetje meezit staat er over een paar maanden het droomhuis van Stephanie Cambron (34) en Quentin Stinglhamber (34). Hier, aan een rustige, smalle straat met huizen en tuinen die uitkijken op lichtglooiende akkers, moet hun nieuwe, halfvrijstaande woning van bijna 300 vierkante meter verrijzen.

Het was even zoeken, vertelt Cambron. "Betaalbare bouwgrond is steeds schaarser." Maar uiteindelijk vonden zij en haar man wat ze zochten: 1000 vierkante meter, landelijk gelegen in een gemeente in de groene rand rond Brussel. In de buurt van openbaar vervoer, vanwege zijn werk in de stad als bodemexpert bij de milieudienst. En in de buurt van de snelweg, voor haar werk als veiligheidsadviseur bij een supermarktketen.

Met een derde kind op komst werd hun huis in Brussel te klein, zegt Cambron. Binnenkort verruilen ze met hun dochters die charmante, maar verouderde jarentwintigwoning met drie kleine slaapkamers voor een huis dat dubbel zo groot is en vier slaapkamers telt, twee badkamers en een kantoor voor wanneer ze thuiswerken.

Het stel koos voor nieuwbouw. "Bij de minste of geringste aanpassingen in ons huidige huis kwamen we voor verrassingen te staan. Daar hadden we wel genoeg van. Daarbij wilden we graag 'ons ding' doen. Eindelijk eens alles zelf kiezen: de kleur van de stenen, de plaats van de stopcontacten."

Het is de Vlaamse woondroom in een notendop: een ruim, zo mogelijk vrijstaand huis 'op den buiten', met een flinke tuin, vrij zicht en dichtbij een snelwegoprit. Een droom die de afgelopen decennia voor zoveel Vlamingen in vervulling is gegaan dat het land in hoog tempo dichtgroeit.

En daarom moet die droom sneuvelen. De Vlaamse regering heeft besloten dat er vanaf 2040 geen extra grond in buitengebieden meer mag worden bebouwd.

Nu al is 33 procent van het totale oppervlak van Vlaanderen bebouwd. In Nederland is dat 14 procent. Als Vlaanderen even efficiënt bebouwd zou zijn als Nederland, zou je op het huidige ingenomen oppervlak niet zes miljoen Vlamingen kunnen onderbrengen, maar alle elf miljoen Belgen.

De zogenaamde 'betonstop' is geen bouwstop, maar een expansiestop, benadrukt de regering. Er mogen straks nog wel woningen, scholen en kantoren gebouwd worden, maar alleen op plekken die nu al bebouwd zijn, en binnen dorpen en steden, waar nu op veel plaatsen nog braakliggende terreinen te vinden zijn.

'Kapot verkaveld'

"Nederland is veel planmatiger bebouwd", zegt hoogleraar architectuur en stedenbouw Hilde Heynen. "Vanwege de waterproblematiek moesten jullie altijd al geconcentreerder wonen. In je eentje bouw je immers geen dijk." In Vlaanderen werd decennialang tegen de klippen op verkaveld. Wie met Google Earth op België inzoomt ziet dat huizen er als hagelslag zijn uitgestrooid over het land.

Vlaanderen is berucht om zijn steenwegen met eindeloze lintbebouwing met daarachter lange smalle tuinen waarin de aangebouwde 'koterijen' (schuurtjes en aanbouwen) welig tieren. Het platteland is 'kapot verkaveld', aldus bouwmeester Leo Van Broeck, die de Vlaamse overheid adviseert over ruimtelijke ordening.

Toch komt de betonstop er niet vanwege esthetische redenen, maar om ecologische, zegt hoogleraar Heynen. "Er blijft te weinig oppervlak over voor natuur en landbouw en daar hebben we nu al last van. Het grondwaterpeil zakt, ons drinkwater wordt niet meer voldoende aangevuld. Doordat zoveel grond bebouwd en verhard is, trekt veel regenwater niet meer in de grond, maar komt via putjes en afvoeren terecht in het riool waarna het recht naar zee stroomt. Tegelijkertijd kampen we met steeds meer overstromingen."

Intussen sneuvelen er dagelijks bijna tien voetbalvelden aan open ruimte (5 à 6 hectare). Het gezegde wil dat Belgen, vooral Vlamingen, worden geboren met een baksteen in hun maag. Driekwart bezit een eigen huis, en dat is bij voorkeur zelfontworpen en -gebouwd, zodat het niet op dat van de buurman lijkt. Wie zijn huis niet zelf bouwt, verbouwt. Soms elke paar jaar.

Die bouwwoede is ontstaan vlak na de Tweede Wereldoorlog onder christen-democraat Alfred De Taeye, die het bezit van een eigen woning stimuleerde door flinke subsidies te geven en een hypotheeksysteem opzette voor de 'gewone man'. "De christen-democraten zagen steden als verderfelijke plaatsen, waar de verleidingen van het moderne leven aan de mensen trokken. Men probeerde hen daarom in de dorpen te houden", legt Heynen uit. "Dat werd een enorm succes".

En dat is het nog steeds, ondanks stijgende prijzen voor kavels en huizenbouw. Nog altijd woont minder dan 30 procent van de Vlamingen in stedelijk gebied. Wereldwijd is dat meer dan de helft.

Dat beleid heeft funeste gevolgen, zegt Heynen. Niet alleen voor de sociale huurmarkt die in Vlaanderen onderontwikkeld is, maar ook voor de openbare ruimte, die steeds verder moet wijken voor nieuwe kavels. "Hier is nooit de politieke keuze gemaakt om de open ruimte te beschermen, wij hebben niet zoiets als het Groene Hart. Ons bosbestand is bedroevend."

Maatschappelijke kosten

Ondertussen beginnen ook de maatschappelijke kosten een rol te spelen. Er zijn dorpen waar het aantal inwoners in het centrum krimpt, terwijl de verkaveling een paar kilometer verderop groeit. Doordat woningen zo verspreid liggen, rijzen de kosten voor het aanleggen van wegen, riolering en elektriciteit de pan uit, en is het openbaar vervoer inefficiënt en moeilijk in stand te houden. "Mensen hebben voor bijna alles de auto nodig. We creëren onze eigen files." En die worden almaar langer, terwijl Vlaanderen het dichtste wegennet van Europa bezit.

Ook de vergrijzing is een probleem. Net als in Nederland willen Vlaamse politici en zorginstellingen dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Maar dat is niet praktisch als verzorgenden dagelijks tientallen kilometers moeten afleggen langs hun cliënten, die op locaties wonen waar je de fiets of auto moet nemen om een brood te kopen. "Dat is ingewikkeld en duur. En als we wachten worden de problemen alleen maar groter", zegt Heynen.

Veel stadsbewoners, deskundigen en commentatoren zien de betonstop wel zitten, maar voor de bouwende Vlaming is het een enorme omslag ondanks dat het huidige bouwtempo pas in 2025 wordt gehalveerd. Dan mag er tot 2040 nog 3 hectare per dag worden bebouwd.

Investeren in stenen

Volgens Heynen hebben de Belgen het gevoel dat daarmee hun vrijheid wordt afgenomen. De 'baksteen in de maag' wordt volgens haar bovendien nog steeds gestimuleerd. Want hoewel de 'Wet-De Taeye' al lang niet meer bestaat, kan een Vlaming die dertig wordt en nog geen eigen huis heeft, er donder op zeggen dat de bank op een dag belt of je niet eens moet gaan bouwen of kopen. Ook veel ouders zien graag dat hun kind investeert in stenen, liefst in de buurt van het geboortedorp. "Die duwtjes komen van alle kanten. En wanneer mensen kinderen krijgen hebben zij ook zelf het idee: we moeten de stad uit en een eigen tuin."

Ook gemeenten spelen graag in op dat sentiment. "Voor burgemeesters is het aantrekkelijk wanneer hun gemeente groeit", zegt Heynen. "Hoe meer inwoners, hoe meer belastinginkomsten. Bij voldoende groei wordt het burgemeesterschap bovendien een fulltimebaan." Dus probeert men in allerlei regio's twintigers en dertigers na hun studie terug te lokken met mooie, betaalbare bouwgronden.

Al sinds de jaren negentig probeert de Vlaamse overheid haar burgers te stimuleren kleiner en dichter op elkaar te gaan wonen, maar dat is maar ten dele gelukt, zegt Heynen. Doordat veel burgemeesters ook als Kamerlid in het parlement zetelen werd het ruimtelijke beleid door hen regelmatig afgezwakt. "De verwikkeling van lokale en nationale belangen in de politiek is hier nog altijd heel sterk." Dat er in het parlement nu brede overeenstemming is over een bouwstop in 2040 is daarom hoopgevend, meent ze.

Vastgoedondernemer Louis Convents is sceptischer. "De politici die nu het besluit tot een betonstop nemen, voeren een goed-nieuwsshow met hun oneliners over betonboeren." Over twintig jaar zijn zij al lang en breed met pensioen. Ze schuiven de hete aardappel door naar hun opvolgers. "Er zijn wetswijzigingen nodig, aangepaste bestemmingsplannen. En hoe compenseer je eigenaars die nog een kavel hebben op een plek waar straks niet meer gebouwd mag worden? Ik denk dat er in de praktijk nog wel gesleuteld en uitgesteld zal worden."

Ach, het zal zijn tijd wel duren, zegt Convents. Dat hoort hij ook van collega's. "Het houdt vooral de mensen bezig." Die lijken volgens hem langzaam maar zeker bereid te zijn om kleiner en bescheidener te gaan wonen - deels gedwongen door de hoge prijzen. Ook kopen ze vaker een kavel en sparen ze vervolgens een paar jaar voor ze er een woning opzetten. "Tot vijf jaar geleden zette men er meteen een huis op. Maar bouwen is verschrikkelijk duur geworden door steeds striktere normen rond isolatie, ventilatie en veiligheid."

Dat is terug te zien in de statistieken. Met een gemiddeld woonoppervlak van bijna 125 vierkante meter zijn Belgen nog altijd verwend - de Nederlandse woningbezitter moet het met 20 vierkante meter minder doen -, tien jaar geleden lag dat gemiddelde nog rond de 175 vierkante meter. De gemiddelde bouwkavel is tegenwoordig een derde kleiner dan twintig jaar geleden, en sinds 2008 worden er meer bouwvergunningen voor renovatie dan voor nieuwbouw afgegeven.

Meer appartementen

Convents, die verschillende vastgoedkantoren heeft in de regio rond Antwerpen, bouwde tien jaar geleden nog evenveel vrijstaande huizen als appartementen. Nu gaat het in 80 procent van de gevallen om appartementen, die bovendien steeds hoger worden opgestapeld. "Voor steeds meer mensen is een mooi terras een aanvaardbaar alternatief voor een tuin. Dat geldt zowel voor jonge gezinnen als senioren. Ze zien ook de voordelen: ze kunnen in het weekend uit, in plaats van dat ze hun gazon moeten maaien."

Maar dat geldt niet voor Stephanie Cambron en Quentin Stinglhamber. Efficiënter en compacter wonen, vooruit. Dat ze geen vrijstaand huis konden bouwen, daarbij konden ze zich wel neerleggen. En dat er een betonstop moet komen, begrijpen ze ook. Was die al van kracht geweest, dan hadden ze wellicht een bouwval op een mooie plek afgebroken om er iets nieuws op te zetten. Maar een appartement? Dat was prima toen ze nog geen kinderen hadden, maar nu absoluut geen optie. "Een landelijk gelegen huis is en blijft voor ons criterium nummer één."

undefined

Verdichting en compensatie

Door te 'verdichten' zouden er in de toekomst meer dan genoeg woningen bij moeten kunnen komen, zonder dat het Vlaamse platteland verder versplinterd raakt. Dat betekent in de praktijk: meer hoogbouw en bestaande gebouwen afbreken of ombouwen tot woonruimte. Ook zullen grote woningen gesplitst moeten worden; huizen van 200 vierkante meter zijn, ook in de stad, bepaald geen uitzondering.

In Vlaanderen is nu nog 72.000 hectare aan open ruimte aangemerkt als bouwgrond, daarvan moet bijna 50.000 hectare open blijven, vindt de Vlaamse regering. De bedoeling is dat eigenaars van een lapje bouwgrond in die gebieden hun grond kunnen ruilen voor een kavel elders, of een vergoeding krijgen. Dat geldt ook voor wie na 2040 nog onbebouwde grond in zijn bezit heeft. De kosten daarvan voor de belastingbetaler zouden volgens berekeningen kunnen oplopen tot 1,5 miljard euro.

De Vlaamse koepelorganisatie van milieu- en natuurvereniging is vooralsnog kritisch over de betonstop. Zij vinden de plannen te vaag en vrezen dat de komende jaren nog tienduizenden hectare volgebouwd worden. Bovendien betwijfelen ze hoe hard lokale overheden aan de slag zullen gaan met hun ruimtelijke ordening.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden