Vlaamse Acteurs met inbreng. Dat maakt het Nederlands toneel waardevol, vindt ex-festivaldirecteur Arthur Sonnen.

Wat eenmaal in de krant komt, is kennelijk waar.

door AREND EVENHUIS

Als geschreven staat dat theatervoorstellingen bol van dialect staan en niet te verstaan zijn, gaan Nederlandse toeschouwers er niet of minder heen. Waardoor de belangstelling voor Vlaams theater in Nederland aantoonbaar zakt. Maar of daarmee ook de waardering voor Vlaams theater binnenslands daalt?

Zie daar een van de vele kwesties die Arthur Sonnen als oprichter en directeur van het VlaamsNederlandse Theaterfestival keer op keer moet zien te ontrafelen.

Een andere keer is er binnenshuis turbulentie als Nederlandse en Vlaamse juryleden van het theaterfestival tegenover elkaar komen te staan, of er eenvoudigweg voortijdig de brui aan geven. Sonnen: ,,Als er geen onenigheid tussen de juryleden zou bestaan, zou het geen goede jury zijn. Dat kwam de oordeelsvorming alleen maar ten goede. En die jurering vergt enorme inspanning. Je moet echt van de ratten besnuffeld zijn om 150 tot 200 voorstellingen in 360 dagen te willen en kunnen zien.”

Heeft het theaterfestival - waarin de tien opmerkelijkste theaterproducties van het seizoen aan het eind van elke zomer als eenmalige reprise te zien zijn - eigenlijk nog wel zin? Er valt het hele jaar door al zo onnoemlijk veel theater te zien, dat er allerminst een man overboord is als je eens een voorstelling of twee mist.

Sonnen: ,,Het festival is er niet uitsluitend om voorstellingen in te halen. Het gaat mij niet om jaarlijks tien of twaalf individuele voorstellingen, maar om het bijeen brengen van de collectie. Beeldende kunst onttrok zich op een gegeven moment aan het publiek. Totdat er een wending kwam: de discussie over het kunstwerk ging bij het kunstwerk zelf hóren. Zo moet dat in het theater ook, en daar is onder meer het theaterfestival voor. Ik ben niet geïnteresseerd in de belangrijkste voorstellingen van het seizoen, maar in de belangwekkendste. Het podium voor reflectie dat het theaterfestival was, is natuurlijk verdwenen, maar praten over inhoud blijf ik natuurlijk gewoon doen, al is de huidige maatschappij eigenlijk alleen nog maar geïnteresseerd in aantallen. Met die elitaire aangelegenheid kan ik me nu gelukkig frank en vrij bezighouden, zonder daarvoor meewarig toegesproken te worden of beticht te worden van subsidieverslaving.”

Vanaf de vijfde klas op de lagere school wist Sonnen al dat theater zijn passie en liefst ook beroep zou zijn. Hij doorliep een stoet aan kostscholen waar hij in het schooltoneel speelde. Een blauwe maandag volgde hij de regieopleiding op de toneelschool Amsterdam, en belandde als producent, later programmeur in de leiding van het Holland Festival. Aanvankelijk werkte hij op de muziekafdeling bij Jo Elsendoorn, waar hij leerde waarnemen, luisteren en wachten.

'Komt Callas?', luidde de weerkerende toverformule, want elke Holland Festival-voorstelling moest destijds niets minder dan top zijn. Hij haalde Von Karajan van Schiphol, struinde met componist Kagel het oude Waterlooplein af om ijzer-en roestmachines te kopen benodigd voor de 'piep-en kreunmuziek' van zijn 'Zwei Man Orchester', deed de eerste tournee van Philip Glass, reed met het instrumentarium van Steve Reich naar Frankrijk op en neer, en versleepte vleugels voor Reinbert de Leeuw en Peter Schat.

Naderhand zocht hij als theaterprogrammeur niet naar 'barre avant-garde die zich nog niet genesteld had', maar naar 'geaccepteerde avant-garde', zoals Claus Peymann en Heiner Müller, en de Parijse theatermaakster Arianne Mnouchkine met haar 'Théâtre du soleil' en hun epos 'De verschrikkelijke maar onvoltooide geschiedenis van Norodom Sihanouk, koning van Cambodja'.

Na achttien jaar neemt hij opgeruimd afscheid van zijn functie en van het festival, al is hij allerminst zorgeloos. ,,De samenwerking Nederland-Vlaanderen is belangrijker dan ooit. Nederland is verworden tot een derivaat van de Amerikaanse cultuur en Vlaanderen hoort bij de Europese. Wij moeten ons meer op Europa richten en dus is de Vlaamse connectie van levensbelang voor onze aanwezigheid in Europa.”

,,Door de beeldcultuur wordt het verbeeldingsvermogen steeds meer afgevlakt. Enige duiding, een vorm van educatie, helpt enorm om onze creatieve vermogens te ontwikkelen. Nee, het publiek dóet dat niet op eigen houtje. Dat is door ons economiserende schoolsysteem niet meer gewend naar samenhang te zoeken. Je moet scholieren nu al uitleggen dat er een onmiddellijk verband tussen geschiedenis en aardrijkskunde is.”

Sonnen probeerde belang en uniciteit van het Nederlandstalig toneel onder de aandacht van het Nederlandse en internationale publiek te brengen. ,,Een principieel andere speelstijl maakt het Nederlands toneel baanbrekend in Europa. Theatermaker Jan Joris Lamers legde daarvoor de basis. In zijn geest spelen gelukkig de gezelschappen ZTHollandia, Toneelgroep Amsterdam, Dood Paard, 't Barre Land, Het Syndicaat, Oostpool. Zelfs bij Het Toneel Speelt en het Nationale Toneel weerklinkt zijn invloed. Anders dan in onze omringende landen, waar een acteur in dienst is van de auteur en van de voorstelling, is in Nederland de persoonlijke inbreng van de acteur van belang. Dat maakt Nederlands toneel zo waardevol. En waarom wij toeschouwers naar het toneel gaan? Om naar onze eigen twijfels te kijken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden