Review

VITALE GULZIGHEID BIJ HRABAL

Bohumil Hrabal: Trouwpartijen. Een damesroman. Vert. Kees Mercks. Bert Bakker, Amsterdam; 224 blz. - ¿ 39,90.

Mercks is niet de eerste die werk van Hrabal in het Nederlands heeft vertaald. In 1967 verscheen bij Polak & Van Gennep de novelle 'Zwaarbewaakte treinen' in de vertaling van Hans Krijt. Het boek is mij destijds volstrekt ontgaan en dat zal wel meer mensen zijn overkomen. De vertaling kreeg geen vervolg, hoewel er op de flap nog gerept wordt over het succes van Hrabal in Duitsland, waar Suhrkamp Verlag zijn boek 'Danslessen voor ouderen en gevorderden' en de verhalenbundel 'De 'fantasiërs' had uitgebracht. Beide titels zijn tot dusver niet in het Nederlands verschenen.

Ruim twintig jaar moest het duren vooraleer er weer een Hrabal in vertaling uitkwam. Uitgeverij Bert Bakker nam in 1988 het initiatief en begon met 'Al te luide eenzaamheid', natuurlijk door Kees Mercks vertaald. Het bleek het begin van een hele reeks vertalingen, waarvan de zesde zojuist is verschenen: 'Trouwpartijen'. Wie één Hrabal heeft gelezen, ik kan het me niet anders voorstellen, is verkocht en zal ze allemaal willen lezen, en op zoek gaan naar 'Zwaarbewaakte treinen' en naar sommige helaas alweer verramsjte titels.

Hrabal is een schrijver die volstrekt verslavend werkt. Ik hoop maar dat de uitgeverij en Mercks zich niet laten ontmoedigen door de al met al bescheiden interesse die uit de verkoopresultaten blijkt (alleen 'Ik heb de koning van Engeland bediend' werd herdrukt in pocketvorm) en dat ze doorgaan met Hrabal. Uit zijn bibliografie is op te maken dat er nog werk genoeg voorhanden is, boeken met intrigerende titels als 'Advertentie voor het huis waarin ik al niet meer wil wonen', 'Feesten van sneeuwklokjes', 'Elke dag een wonder' en 'Schoonschreien'.

In eigen land is Hrabal enorm populair en staat zijn kwaliteit al decennia lang buiten kijf. Hij werd geboren in Brno in 1914 en debuteerde pas heel laat, in 1956, met 'Gesprekken van mensen' - een voor zijn 'pratende' literatuur wel heel kenmerkende titel. Pas met 'Pareltje op de bodem' uit 1963 werd hij bij een breed publiek bekend, waarna er in korte tijd veel van hem verscheen. In 1968 bereikte zijn faam een hoogtepunt.

In de jaren daarna kreeg hij, evenals hem eerder was overkomen, te maken met de censuur en kon hij zijn werk niet via de officiële kanalen gepubliceerd krijgen. In 1975 uitte hij in het openbaar zelfkritiek en werd officiële uitgave wel mogelijk. Deze enigszins bedenkelijke houding is hem evenwel niet nagedragen en heeft aan zijn literaire positie en populariteit geen afbreuk gedaan.

Hrabal heeft in de eerste helft van zijn leven allerlei baantjes gehad, die in zijn boeken dan ook dikwijls terugkomen. Hij heeft in een bierbrouwerij gewerkt, is stationschef geweest, verzekeringsagent, arbeider in een staalfabriek en in het staatsbedrijf voor oud papier.

De stijl en ook de compositie van Hrabals boeken geven de indruk van spontaneïteit, een werkwijze die hij zelf met het surrealisme in verband brengt. In het woord vooraf van 'Ik heb de koning van Engeland bediend' beweert hij dat het boek is “geschreven in felle zomerzon, een die de schrijfmachine zo verhitte dat ze verschillende keren per minuut haperde en stotterde. Niet bij machte de verblindende velletjes onder ogen te zien had ik geen controle over wat ik schreef, ik schreef dus verdoofd door het licht volgens de automatische methode”.

Ook de kunstenaarsroman 'De tedere barbaar', waarin zijn vrienden de schilder Vladimír Boudnik en de dichter Egon Bondy optreden, is moedwillig chaotisch: “Ik laat de tekst er gewoon maar bij liggen als een opgebroken straat en het is aan de lezer om over die goten vol kolkende en weggeworpen zinnen en woorden, waar het hem ook maar goeddunkt, een balk of een snel in elkaar geflanst plankier te leggen, waarover hij de andere kant kan bereiken. . .”

Wie zich gewonnen geeft aan dit onstuimig stromende, zich veelal associatief ontwikkelende proza - en dat kost geen enkele moeite - komt in het pure vertellen terecht. Ook trouwens in het pure fabuleren, want Hrabal houdt ervan, in de Tsjechische traditie van de brave soldaat Svejk, om de gebeurtenissen te overdrijven en ze groteske proporties te geven. De vertelwijze is niet alleen boeiend, maar vaak ook uitermate humoristisch, met echte slapstick-effecten. Hrabal speelt met het vertellen, hij dolt ermee, hij geeft het zoveel vaart dat niemand zich nog om consistentie bekommert. In dat opzicht vertoont hij overeenkomst met Beat-schrijvers, zoals Jack Kerouac, of bij ons met Louis Paul Boon, van 'De Kapellekensbaan' en 'Zomer te Ter-Muren'.

Een proeve van zijn vertelwijze levert de geschiedenis van de onverkochte knakworstjes (regen, en weinig publiek bij een vliegshow): “Zodoende moesten we weer tien kuub knakworstjes mee terug nemen, en de directie had die al afgeschreven, maar chefkok Bauman was er en die droeg de kellners op twintig lege haringvaatjes te kopen, die hij hen liet uitspoelen, en daarna droeg hij de hele keuken op uien te snijden, de hele keuken was in tranen eer een kuub uien in ringen was gesneden, maar meneer de chefkok was niet te vermurwen en belegde hoogstpersoonlijk de bodems van die haringvaatjes met laurierblaadjes, en daarna één laag gesneden ui, en dat alles bestrooide hij met peperkorrels en piment, en hij droeg de koks op een hectoliter wijn te koken, en daarna verdeelde hij tien kuub knakworstjes over twintig haringvaatjes, vervolgens overgoot hij alles met pekel en sloeg de deksels er weer vast op en liet die vaatjes in de koelcel zetten, en daar kwamen later de knakworstjes vandaan die bij de huarensalade werden geserveerd. Maar kellner Borek nam toen een keer een bordje om zijn eigen lekkere trek te stillen, en hij liet ook de anderen ervan proeven, en sinds die tijd werden de knakworstjes nooit meer bij de huzarensalade geserveerd, maar kreeg al het personeel, wanneer dat zijn eigen lekkere trek wilde stillen, porties met huiskorting, en zo waren die knakworstjes binnen een jaar opgesoupeerd. . .”

Eten, voedsel en de daarmee gepaard gaande (huis)slacht spelen in Hrabals boeken een opmerkelijke rol, evenals het bier. Dat laatste wordt in ongelooflijke hoeveelheden genuttigd en naar verluidt is de schrijver zelf er ook niet afkerig van. 'Trouwpartijen', dat het eerste deel is van een autobiografische trilogie, betekent in eerste instantie ook zoveel als 'slemppartijen'. Doctor Hrabal, zoals hij wordt genoemd (hij is in de rechten gepromoveerd), zakt geregeld met zijn vrienden nachtjes door, ze halen dan in de nabije kroeg letterlijk 'emmers bier'. De roman heeft als ondertitel 'Een damesroman', waarschijnlijk omdat Hrabal en zijn geliefde Pipsi - vanuit wiens gezichtspunt de geschiedenis wordt verteld - op het eind in het huwelijk treden.

Het boek speelt in de jaren vijftig, Hrabal werkt dan in het oud-papierdepot, maar typt ook al op zijn binnenplaatsje geïnspireerd aan zijn verhalen. Allerlei herinneringen aan zijn jeugd komen erin voor, die in een andere vorm al bekend zijn uit 'Gekortwiekt', de roman over zijn ouders en oom Pepin, en 'Het stadje waar de tijd stil is blijven staan', over zijn jeugd op de bierbrouwerij van het stadje Nymburk. Vooral de figuur van Pepin, een komische en markante man, die vol verhalen zit, staat in deze herinneringen centraal, maar ook de mooie moeder en de almaar sleutelende vader worden fenomenaal getypeerd. 'Al te luide eenzaamheid' staat enigszins buiten deze autobiografische reeks, al is de spreker van deze bewustzijnsstroom iemand die papier en boeken plet.

Nu ik naar aanleiding van 'Trouwpartijen' al het vertaalde werk van Hrabal heb gelezen of herlezen, is me vooral de vitale gulzigheid opgevallen waarmee hier de wereld en de mensen worden waargenomen. Hoewel er de verschrikkelijkste dingen in dit werk gebeuren, ook in politieke en maatschappelijke zin, en bij voorbeeld in oorlogstijd, blijft de toon altijd levenslustig en humaan.

'Trouwpartijen' is daarenboven dan nog een ware liefdesgeschiedenis. Hrabal heeft zich voor het schrijven ervan ingeleefd in zijn (vroegere) vrouw, wier foto aan het begin van haar verhaal staat en “aan wie de grillige zinsbouw en interpunctie in de komende vertelling mogen worden toegeschreven”. Hrabal moet veel van haar gehouden hebben, want op een zeker ogenblik, als ze samen in een overvolle trein gelukzalig in het open w.c.hokje staan, lees ik:

“Ik voel me altijd zo prima bij u, fluisterde de doctor in mijn oor.

Ik ook, zei ik.

Als ik namelijk samen met u ben, dan is 't net alsof u er niet eens bent, mompelde hij.

Begrijpen doe ik 't niet, zei ik, maar ik snap u wel.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden