Vitale alleskunner

De Duitse kunstenaar Markus Lüpertz is schilder, beeldhouwer, schrijver, decorbouwer en kostuummaker. Hij speelt ook nog piano. Duitse media vinden hem arrogant, deze kruising tussen Harry Mulisch en Louis van Gaal.

Het is wat bizar, op zo’n zondagochtend op een industrieterrein langs de A 2 bij ’s Hertogenbosch. Beveiligers patrouilleren in hun auto’s, kijken uit naar vreemde snoeshanen, een rondrijdend busje wordt argwanend bekeken.

Bizar in overtreffende trap is het dat daar, op het lege parkeerterrein bij de Duitse schroevenfirma Würth, de schilder Markus Lüpertz (1941) uit een auto stapt, een van de bekendste hedendaagse schilders en beeldhouwers van Duitsland. Met stevige tred, maar steunend op zijn wandelstok voorzien van een opzichtig doodshoofd, begeeft hij zich naar het bedrijfsmuseum, waar tot in september een tentoonstelling met zo’n 120 werken van hem is te zien.

Het is de eerste kennismaking van Markus Lüpertz met zijn tentoonstelling. Met een klein groepje begeleiders schouwt hij de expositie, blij verrast over het weerzien met zijn eigen werk, maar ook kritisch, met hier en daar een goed- of afkeurende blik.

Hij haalt een grote zakdoek uit zijn zwarte pandjesjas, veegt het stof van het grillige gezicht van een van zijn beelden, hij bekritiseert de lichtval, waardoor een glans verschijnt op een van zijn expressieve schilderijen. Markus Lüpertz neemt de regie, laat dat duidelijk zijn, zoals hij altijd de regie over zijn leven heeft gehad. Niemand maakt hem iets wijs.

Lüpertz werk is al op veel plaatsen te zien geweest in Nederland; in Eindhoven, Utrecht, Rotterdam, in Amsterdam (Stedelijk) en in vele galerieën. Dit jaar dus langs de snelweg en, zo vertelt hij, vanaf 25 juni tot 2 oktober is er ook een expositie van zijn werk in het Haags Gemeentemuseum. Hij zal daar in die tijd optreden als jazzpianist. Ook dit vak beoefent hij op behoorlijk niveau.

Het is verbazend, deze Markus Lüpertz is geen arrogante kwast, zoals hij door de Duitse media wordt afgeschilderd. Integendeel, hier is sprake van een uiterst vriendelijke man, zelfverzekerd, dat wel, maar zeer prettig in de omgang.

In Duitsland ligt hij niet goed bij de media en heeft hij met enige regelmaat conflicten met een of andere plaatselijke overheid. „Ik provoceer niet en ik wil ook niet provoceren”, zegt Lüpertz, „maar op een of andere manier leidt mijn werk vaak tot problemen.” De pers kan het volgens Markus Lüpertz niet hebben dat hij zichzelf een genie noemt. „Ik vind mezelf nou eenmaal een genie, ik zeg wat ik denk, daar kunnen ze niet tegen, dan word je afgemaakt.” Een leeftijd heeft de bijna zeventigjarige ook niet: „Als kunstenaar maakt leeftijd niet uit.”

Markus Lüpertz is van zichzelf overtuigd, is in al zijn eigenheid een Duitse kruising van de leeftijdloze, altijd zeventienjarige en even zelfverzekerde schrijver Harry Mulisch en de eigenwijze voetbaltrainer Louis van Gaal, die zo vaak met de pers overhoop ligt. Als voetbalkenner en voormalig (verdienstelijk) semiprofvoetballer heeft Lüpertz bewondering voor de Nederlandse trainer van Bayern München.

Lüpertz heeft zich net als zijn Duitse tijdgenoten Baselitz, Immendorf en Kiefer weinig aangetrokken van de kritische buitenwereld. Met zijn neo-expressionistische werk wordt hij gezien als een van de Neue Wilden. Maar Lüpertz ziet zichzelf niet graag gerangschikt in een stroming.

Zijn werk is ook moeilijk onder een begrip te vangen. Steeds weer weet het te verrassen. Lüpertz is nog altijd bezig zijn eigen vorm te vinden. Hij toont een stapel foto’s van een van zijn meest recente werken, de achttien meter hoge sculptuur van Hercules met één arm, blauw haar en rode lippen die in Gelsenkirchen, met uitzicht op het voetbalstadion van Schalke 04, is geplaatst op een tachtig meter hoog mijngebouw.

Hij vindt zichzelf geen beeldhouwer, maar een schilder die beeldhouwt. Van iedere kant is zijn werk als een schilderij, als een vlak te zien. Een beeldhouwer, als bijvoorbeeld Rodin, maakt een werk vanuit een geheel. Lüpertz vergelijkt het bekijken van zijn sculpturen als het bekijken van een briljant. Vanuit ieder gezichtspunt ziet het er anders uit. Wellicht verklaart dit waarom Lüpertz zo gek is op zijn kostbare met diamantjes belegde armbanden en zijn opvallend grote diamanten ring. De suggestie wuift hij weg. „Ja, misschien.”

Lüpertz geeft toe dat het hem niet is gelukt zijn eigen stijl te vinden. „Ik heb nooit mijn eigen brand gevonden, ik probeer steeds nieuwe dingen, mijn motieven veranderen.”

Lüpertz is een duizendpoot. Hij liep als zeventienjarige in Marseille weg uit het Vreemdelingenlegioen, toen bleek dat hij in Algerije moest gaan vechten, hij voetbalde, (zelfs tot 2006 toen hij wegens een auto-ongeluk moest stoppen), hij schrijft gedichten en proza, maakt decors en kostuums voor opera en theater en speelt piano in jazzclubs. Met zijn vitaliteit wekt hij niet de indruk dat hij van plan is het kalmer aan te gaan doen.

„Ik blijf altijd schilderen”, zegt hij. „Ik kan gewoonweg niet stoppen, en wil ook niet stoppen.” Zo’n 25 jaar lang was hij rector van de Kunstakademie van Düsseldorf en gaf hij daar les. Ook nadat hij daar moest ophouden vanwege zijn leeftijd ging hij door. Hij heeft een Meisterschule voor schildertalent opgericht in Potsdam (bij Berlijn).

Volgens Lüpertz is de schilderkunst op de terugtocht. „Ze kan niet meer winnen van kunstvormen als fotografie en videokunst. Op de academie leer je niet meer schilderen. De fotografie met al haar technische mogelijkheden is in ontwikkeling, de schilderkunst blijft stilstaan. Laten we eerlijk wezen, de mensen kopen liever een foto van Marilyn Monroe voor aan de muur.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden