Vissen krijgen een zetje

Door vistrappen in het binnenwater kunnen vissen toegang krijgen tot het achterland. Met een beetje geluk zie je ze daar springen.

Het Nederlandse binnenwater ligt vol met dijken, dammen, stuwen en sluizen en dat maakt het voor de vissen niet makkelijk om zich te verplaatsen. Dus zijn er op tal van plaatsen vistrappen of vispassages aangelegd, waterbouwkundige kunstwerkjes die vissen toegang moeten geven tot het achterland. Ze zijn er voor verschillende soorten vis; zalm en forel springen of zwemmen naar een steeds hoger niveau en hun vistrap bestaat vaak uit een cascade van kleine bakken met stromend water.

De grootste van die vistrappen zijn bij Iffezheim, in de Bovenrijn in Zuid-Duitsland. Over een afstand van 200 meter liggen hier 37 bassins op een rij. Maar ook in Nederland zijn, op kleine schaal, vistrappen te vinden, onder meer in de Regge en de daarop uitkomende Linderbeek bij het Overijsselse Nijverdal. Ze zijn opgenomen in een van de fietstochten rond het dorp in het grensgebied van Salland en Twente.

Nauwelijks zijn we vanaf station Nijverdal het spoor overgestoken of we steken voor de eerste keer de Regge over. Even daarvoor kun je het kunstwerk aan je rechterkant niet missen: paarden die uit het gras omhoog komen en weer neerdalen. Hier is het waterschap Regge en Dinkel ook bezig in fasen een deel van het Reggedal opnieuw in te richten. Na 200 meter is het linksaf bij paddestoel 24095 en het is zaak niet de doodlopende weg in te slaan. Via de Overwaterweg komen we op het fietspad langs de Regge, dat ons naar de eerste vistrap moet voeren. Het is onverhard, maar voorzien van stenen en grind en is dus niets voor andere voertuigen dan een stevige fiets met stevige banden.

De vistrap bij de stuw Overwater heeft de vorm van een betonnen goot, die van hoog naar laag is verdeeld in kamers. Daartussen zijn openingen waar het water door stroomt. Het hoogteverschil wordt stapsgewijs overbrugd en de vis kan via de kamers stroomopwaarts en -afwaarts zwemmen.

Even verderop stuiten we, na weer de Regge te zijn overgestoken, aan de Hellendoornseweg op de restanten van kasteel Schuilenburg, dat in de 12de eeuw werd gebouwd. Schuilenburg was net als het beroemde Muiderslot en het even befaamde slot Loevestein een versterkt kasteel dat door water werd omgeven. Nog in 1998 is het hele terrein opgeknapt en zijn er opgravingen gedaan. In de grond vond men onder meer oude munten, wapens en potscherven. Oude stukken steen die werden opgedolven zijn in de opnieuw geconstrueerde muur gezet.

Om naar de volgende vistrap te rijden zijn er twee mogelijkheden: een mooi stuk weg, waarvan een deel half verhard is en volgens de ontwerpers van de route ’meestal goed fietsbaar’ en een iets korter stuk dat geheel verhard is. Een goede raad: neem de laatste optie, want op een droge dag gaat het net met die half verharde weg, maar na wat regen is het ploegwerk. De tweede vistrap ligt bij Hancate; hier kruisen de Regge en het Overijssels kanaal elkaar, maar vanwege het hoogteverschil tussen beide waterwegen wordt het kanaal eerst onder de vistrap door ’geweven’ en daarna gaat het over de rest van de rivier heen. Per dag wordt hier 49.000 liter water verstuwd en daarvan gaan er duizend via de vistrap, die uit een reeks betonnen blokken bestaat waar de vissen tussendoor kunnen zwemmen.

Aan de Meersendijk kun je kamperen bij de boer, maar het opvallende is dat een deel van de boerderij voorzien is van appartementen. We rijden een stuk op met de Linderbeek, die verderop gaat uitmonden in de Regge. Waar de Archemerbrug over de Linderbeek ligt is een stuw en daar is ook de laatste vistrap te vinden. Het is de oudste in Twente en stamt uit 1989. Hij heeft ook echt de vorm van een trap.

Door een landschap van mooie boerderijen in de omgeving van Lemele voert de route ons naar de Eelerberg. Onderweg treffen we het fenomeen Boksloot, zowel de nieuwe als de oude. De nieuwe Boksloot voert water hogerop naar droge gebieden bij Haarle. De oude Boksloot stamt uit het midden van de 19de eeuw. De sloot, die van Zwolle naar de Eelerberg liep, werd toen gegraven om stadsdrek uit de Overijsselse hoofdstad af te voeren voor het vruchtbaar maken van de grond bij de Eelerberg. Dat vervoer gebeurde met kleine platte schuitjes, die ’bokken’ werden genoemd.

De routebeschrijving is hier niet altijd even duidelijk. Het beloofde gemaal vinden we niet en de Nieuwe Twentseweg, waarlangs de postkoets tussen Zwolle en Twente reed, vinden we ook maar met moeite. Let op, waarschuwt het IVN, dat de route heeft uitgestippeld: hier zijn gerestaureerde grafheuvels uit de bronstijd, ver voor onze jaartelling. We zien ze niet. En de fietssluis, die verkeer naar het dorp Hellendoorn moet reguleren is niet meer dan een verkeersbord op de Noord Esweg. Voor alle gezoek belonen we onszelf met heerlijke warme drank en taart in de schaduw van de Oale Griezen, de oude protestantse kerk in het centrum van Hellendoorn. Dat gebeurt bij restaurant De Kroon, waar de bediening perfect is. Met deze warme gevoelens voor Hellendoorn is het daarna linea recta terug naar station Nijverdal.

iDe grootste verzameling wandel- en fietstochten op www.trouw.nl/natuurtochten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden