Vissen hebben gevoel

De vis zal niet denken: wat een laffe rotstreek om me zo naar boven te lokken

We voeren op de Zuid-Chinese zee, voor de kust van Vietnam, toeristen uit Europa en Australië. Toen het donker was geworden kregen we hengels uitgedeeld, om vissen te vangen die zouden afkomen op het licht dat aan de rand van de boot bevestigd was. Leuk. Tot plezier van de groep sloeg één jongen inderdaad een inktvisje aan de haak, dat nietsvermoedend naar boven was komen zwemmen. Drie haken doorboorden zijn doorzichtige lijfje. Daarbinnen zag ik een zwarte stip, het hartje, wild tekeer gaan. Het lachen verging me.

Typisch een sentimentele reactie dus, van zo iemand die het verschil niet vat tussen visserij en genocide. Of om het filosofischer uit te drukken: die niet beseft dat dieren misschien wel dezelfde uiterlijke reacties vertonen als wij (spartelen, wegrennen, verstijven), maar pijn heel anders ervaren. "Om te lijden moet een dier beschikken over een bewustzijn, waardoor het zich bewust is van dit lijden'' schreef Jelle Reumer vorige week nog in Trouw, als antwoord op het voorstel van Wakker Dier om vissen voordat ze gedood worden te verdoven.

Reumers repliek klinkt aannemelijk. Het inktvisje kan niet naar zichzelf kijken. Het zal niet denken: wat een laffe rotstreek om me eerst met zo'n lamp naar boven te lokken en dan haakjes in mijn weerloze, weke lijfje te slaan en daar dan ook nog om te lachen!

Ook zal het vast niet treuren om de nooit waargemaakte mogelijkheden in zijn leven. Noch zal het zich druk maken over zijn familie. Zulke gedachten zijn typisch menselijk.

Maar laten we het ongemak ook niet te snel wegpraten. Dat wordt trouwens ook steeds lastiger, nu de cameramensen van de BBC het dagelijks leven van ganzen, stokstaartjes en walvissen van zo dichtbij weten te volgen (en daarbij zoveel publiek trekken), dat het hameren op het verschil tussen mens en dier iets sofistisch krijgt - een al te doorzichtige manier om onze ziel te redden. Al die jaloerse apen, kunstzinnige vogels, moederlijke leeuwinnen: je kunt wel blijven beweren dat je zulke 'menselijke' termen niet mag toepassen op dieren, maar waarom lijkt dierlijk gedrag - van knuffelen tot imponeren en vechten - dan zo sprekend op dat van mensen? Het kan haast niet anders of het dempen van zulke gevoelens van broederschap is een primitief verdedigingsmechanisme. Logisch, want wie er wél aan toegeeft, is nog niet jarig. Nooit meer mosselen koken, nooit meer een hengeltje uitwerpen, nooit meer gefrituurde inktvisringen bestellen, daar wordt het leven minder leuk van. Sterker: wie werkelijk een stap buiten deze vorm van collectieve zelfcensuur zet, loopt kans gek te worden, zoals J.M. Coetzee onnavolgbaar knap beschrijft in de essayistische novelle 'Dierenleven'. De hoofdpersoon, een oudere schrijfster, ziet overal bewijzen van menselijke wreedheid.

Zelfs als de voorstellen van Wakker Dier niet altijd haalbaar zijn, uit economische overwegingen bijvoorbeeld, hoeft de gevoeligheid waar ze uit voortkomen niet belachelijk gemaakt te worden. Eigenlijk is het wegdenken van het lijden van dieren veel belachelijker, dat wil zeggen irrationeler. Als u met mij eens bent dat denken niet moet stoppen waar het voert tot verschrikkelijk onhandige conclusies.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden