Virtuoze synthese tussen dada en melancholie

foto's Sofie Knijff

THEATER/festival OVER HET IJ

Poëten & Bandieten De Warme Winkel *****

Heen, bij een op dat moment koude wind, doet de industriële bebouwing ter weerszijden van het Noordzeekanaal kil en grauw aan. Terug zorgen lichtjes voor een juist betoverende esthetiek. Wonderlijk hoe (onbedoeld?) de tocht per pont naar en vanaf de locatievoorstelling van De Warme Winkel zo als een daarbij horend kader gaat voelen.

Geïnspireerd op de tussen goot en kunst, tussen geweld en hunker zwalkende Russische dichter én bokskampioen Boris Ryzhy (1974-2001) is 'Poëten & Bandieten' een schijnbaar ordeloos opgebouwd schouwspel van uitersten. Nu eens een wonderschone 'still', dan weer chaotisch gedraaf. Het is anarchie en dada, spektakel en drama ineen.

In een met zilverwitte, glinsterende nepsneeuw bezaaide hal op het Hemterrein in Zaandam worden telefonisch gedichten voorgedragen aan willekeurig gebelde mensen, wordt in een sneeuwstorm op wild gejaagd, een Russisch orkestje op een kar de vloer opgetrokken, een eindeloze ladder opgeklommen om een spandoek te ontrollen. Met veel bewust onelegante verkleedpartijen en ander haastig gerommel.

Het bijzondere is dat je ongemerkt, maar wel degelijk zicht krijgt op de mens en kunstenaar Ryzhy. Ook door zogenaamde intermezzo's als over vertaalkwesties, dat in de ene taal maar één en in de andere wel vijf woorden voor hetzelfde begrip bestaan. Of door een reeks anekdotes over één en hetzelfde litteken.

Zuigend wordt naar de relatie tussen kunst en zelfmoord - Ryzhy maakte zelf een einde aan zijn leven - toegewerkt. Eerst met boren en ander dwaas gerei geweld plegenop los neergevlijde 'lichaamsdelen', later de verfomfaaide plunje teder een eigen ligplaats geven. En daar, terwijl het orkestje er zacht zingend tussendoor wandelt, met een groot karton de sneeuw op schuiven.

Het dan ontstane beeld van een witte begraafplaats, waarop een acteur (met bokshandschoenen!) in een iel serafijnen-jurkje binnendanst, is adembenemend. En diep ontroerend.

'Poëten & Bandieten' is een virtuoze verbinding tussen gekte en melancholie, die verder reikt dan leven en werk van Ryzhy. Het gaat over de paradox in elk van ons.

THEATER/festival OVER HET IJ

Er zal iemand komen Ilmer Rozendaal ****

Een man en een vrouw willen samen alleen zijn, helemaal niemand anders om hen heen. Op weg naar het ver afgelegen huis dat ze voor dat doel hebben gekocht, begint er wat twijfel door te sijpelen. Of dat wel kan.

De Noorse schrijver Jon Fosse (1959) schrijft minimalistisch theater, dat dicht tegen mystiek en poëzie aanleunt met zich steeds, in net iets andere vorm, herhalende zinnen. Dat vergt een flinke concentratie. Om de adem van de woorden te kunnen voelen zou je er als het ware bovenop moeten zitten.

De jonge regisseuse Ilmer Rozendaal echter heeft een totaal andere keuze gemaakt. Zij zet het spel in de wijde ruimte, met enkel het geraamte van een huis op een kaal veld. De spelers dragen microfoontjes, het op flinke afstand op een kleine tribune gezeten publiek krijgt koptelefoons op en hoort daarin niet alleen de dialogen, maar ook het geknerp van hun voetstappen in het grind.

Het is een filmische benadering, die de visuele verlatenheid van de omgeving verbazend mooi verbindt met de intimiteit van een close-up. Als het paar heel in de verte aan komt gelopen, te ver om hun gezichten te kunnen onderscheiden, hoor je toch hun stemmen van zeer nabij. Alsof die zich in je hoofd nestelen en je zo laten ervaren hoe eenzaamheid angst oproept. En onberedeneerde jaloezie, als er inderdaad iemand komt.

Met toegevoegde muzikale flarden en grapjes als plots oplichtende portretjes in het huis creëert Rozendaal een subtiele - voor sommigen té - sfeer van in onbestemde dreiging verglijdende onzekerheid. Zomaar op zo'n afgelegen stukje van de noordelijke IJ-oever.

T/m 14-7: www.overhetij.nl

JAZZ

Keith Jarrett, Gary Peacock, Jack DeJohnette ***

De Amerikaanse pianist Keith Jarrett heeft de naam een nukkig genie te zijn. Ter verdediging van 's mans bokkigheid kan worden ingebracht dat het zeldzaam hoge niveau dat zijn improvisaties bereiken, alleen in opperste concentratie kan worden gehaald. Wat eenvoudig lijkt, is ontstellend kwetsbaar. Magie ligt niet voor het grijpen.

Dertig jaar geleden was Jarrett fysiek en mentaal uitgeput na het jarenlang geven van volledig geïmproviseerde soloconcerten. Hij vond hernieuwd houvast in de zogeheten standards; bekende stukken uit 'The Great American Songbook.'

Samen met bassist Gary Peacock en drummer Jack DeJohnette herschiep hij die songs onmiddellijk en bracht ze naar een hoger plan.

Daarom was het in de jazz vrijwel ongekende heldenonthaal dat het drietal in De Doelen ten deel viel, volkomen terecht. Op Facebook waren eerder op de dag al enthousiaste berichten te lezen van bezoekers met vlinders in de buik. Misschien stond er straks iets sensationeels te gebeuren.

Al zijn Jarrett, Peacock en DeJohnette te begaafd om ondermaats te spelen, toen het concert begon, leek de hoop op een sensatie vervlogen. Het geluid was slecht, Jarrett zichtbaar ontevreden. Al na een nummer verdween hij in de coulissen. Hij kwam weliswaar terug en maakte de set af, maar sprankelend werd het niet. Direct bij het begin van de tweede set werd duidelijk dat de kaarten anders waren geschud. Het geluid was aanzienlijk beter, Jarrett meer in zijn element.

Als dit trio in topvorm is, komt de muziek los en stijgt op. Jarrett vindt dan een onwaarschijnlijk muzikale wending die iedereen meesleept. Zelfs vanuit de meest versleten klassieker ontstaat er dan iets nieuws. De omvangrijke cd-catalogus van het trio kent er talloze voorbeelden van.

In De Doelen leek het of pophit 'Fever' dat enerverende breekpunt zou worden. Jarrett slaakte een van zijn beruchte kreten en vond een aantal sublieme harmonische zijwegen. Even gloorde daar het begin van een vamp, van een weergaloze groove die alles en iedereen opzuigt. De aanzet was er, maar de betovering zette niet door. Zo kon een bij vlagen geweldig concert toch ietwat teleurstellend zijn.

OPERA

Belvedère Operaconcours **

Olympische Spelen voor zangers! Met ronkende reclame werd de eerste Amsterdamse editie van het Belvedère Operaconcours aan de man gebracht. Viel dat even tegen.

Het niveau van de dertien 'vocale atleten', die zaterdagavond in de finale stonden, rechtvaardigde die olympische vergelijking hoegenaamd niet.

Het Belvedère Concours is Weens, en wordt daar sinds 1982 gehouden. Wegens geldgebrek in Oostenrijk gaat het nu door Europa reizen, met om het jaar een editie in Amsterdam. Echt grote toppers heeft het concours niet voortgebracht, zeker niet als je het vergelijkt met de ongeveer tegelijkertijd gestarte Singer of the World-wedstrijd in Cardiff. Ook het al veel langer bestaande Vocalistenconcours in Den Bosch heeft aansprekender laureaten opgeleverd.

Het grote verschil met die andere concoursen is dat in de jury van het Belvedère geen beroemde zangers zitten, maar louter intendanten, casting directors en agenten. Zodoende is de relatie van de jonge zangers met de beroepswereld heel direct.

Maar jongens! - de eerste keer in Nederland en dan geen enkele Nederlandse zanger in de finale? Dat is niet alleen publicitair een misser, maar ook anderszins niet zo chique. Naar verluidt presteerde Maartje Rammeloo in de halve finales goed genoeg om die finaleplek te verdienen.

In het Muziektheater werden de finalisten begeleid door Het Gelders Orkest onder leiding van Ed Spanjaard. Eén aria slechts mochten zij zingen - dat is bij andere concoursen ook anders én beter - waarna de 20-koppige jury zich terugtrok om na een uurtje met een totaal ongeloofwaardige winnaar uit de bus te komen: de Zuid-Koreaanse bariton Dong-Whan Lee. Luid en ongenuanceerd had hij Escamillo's aria uit 'Carmen' gezongen, waarbij hij en passant gehakt maakte van het Frans.

Nee, dan was de Zuid-Afrikaanse tenor Rheinhaldt Moagi een betere kandidaat geweest. Hij won wel de derde prijs en die van het publiek. Ook de andere twee Zuid-Afrikaanse kandidaten presteerden veel beter dan die uit Zwitserland (saai) en Rusland (onvolwassen), die nu de tweede prijs deelden. Vreemde avond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden