Virtuoos spel in lichtgewicht thrillerkomedie ’Levende doden’

Theater

’Levende doden’ van Laura Wade door het Nationale Toneel o.r.v. Ivar van Urk in Nationale Toneel Gebouw te Den Haag t/m 17/11; Bellevue Amsterdam 30-11/2-12. Tel. 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl

„O nee, hè, niet weer.” De ogen van het kamermeisje krijgen een dodelijk vermoeide uitdrukking, als zij twee doodstil onder het dekbed uitpiepende, zwartgesokte voeten ontwaren. Onwillekeurig schiet het publiek in de lach.

De combinatie van dood en zo’n droog zinnetje is komisch. Dat is precies waar de jonge Engelse toneelschrijfster Laura Wade (1977) haar publiek wil hebben. Of liever, waar de regisseur en zijn spelers ons krijgen. Op het bewustzijnsniveau, dat in elke situatie, hoe erg ook, wel iets mals schuilt. Het is dat vleugje humor dat situatie en betrokkenen net dat menselijke geeft, dat je met hen doet meevoelen.

Het is toch ook te zot voor woorden dat je als kamermeisje lijken in hotelbedden vindt. En zij is niet de enige die (zelf)vermoorde doden ontdekt. Wade trekt nog een reeks lijken uit de kast, die wij overigens niet meer te zien krijgen, maar wel de omstandigheden die daartoe leiden ofwel er het gevolg van zijn.

Toen Wade in 2005 met ’Levende Doden’ (’Breathing Corpses’) in Londen debuteerde, werd zij meteen als veelbelovend talent omarmd en met veel prijzen bekroond. Het stuk is technisch inderdaad erg handig geconstrueerd, waarbij Wade zich zeker schatplichtig toont aan komedieschrijver Alan Ayckbourn. Net als bijvoorbeeld diens ’Communicating Doors’, hier ruim twee jaar geleden ook door Ivar van Urk geregisseerd, verspringt ’Levende Doden’ per scène in de tijd. Achteruit, maar ook vooruit. Voor een snufje causaal verband.

’Levende Doden’ is eveneens een thrillerkomedie te noemen. Amusant, maar inhoudelijk een beetje een lichtgewicht. En zonder de ware suspense. Zo spannend als Ayckbourn naar een plot toe kan schrijven, kan Wade (nog) niet.

De puzzel waarmee zij het publiek aan het eind opzadelt is bizar, maar mist de sensatie van een dwingende logica. Wel bedreven is zij in mono- logen en dialogen die acteurs veel ruimte geven om een karakter neer te zetten.

Terecht legt regisseur Van Urk in het beweeglijke bordkartonnen decor van Niek Kortekaas daarop het accent, opdat de spelers kunnen uitpakken. Sommigen heb ik nog nooit zo virtuoos boven typetjes zien uitstijgen. Hartverscheurend grappig is vooral Pauline Greidanus als het wat dommige kamermeisje dat zich gemakkelijk in dagdromen verliest. Met een perfecte timing en intonatie laat zij zien hoe treurigheid onbedoeld een lach kan oproepen.

Wrang in haar obsceniteit is het gestresste zakenvrouwtje van Anniek Pheifer, dat haar lang kalm blijvende man (mooi onderkoelde Tijn Docter) tot moordlust drijft. Voortreffelijk ook de kletsmadam met het o zo kleine hartje van Sabrina van Halderen, en Pieter van der Sman als getraumatiseerd rakende echtgenoot. Met elkaar maken zij de reeks scènes tot parelende minitoneelstukjes.

Het wachten is op een drama met langere adem van Wade, die hen uitdaagt zich tot de inhoud en meer dan één ander personage te verhouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden