Vincent van Gogh had nóg een passie

Het schilderij ‿De Zaaier‿ (Trouw)

Vijftien jaar lang is uitgebreid onderzoek gedaan naar de brieven van Vincent van Gogh (1853-1890). Elke letter, elk woord werd onder de loep genomen. Het heeft geleid tot andere, meer genuanceerde inzichten over de bevlogen schilder.

Vincent van Gogh was een geniale gek die een stukje van zijn oor afsneed. Hij leefde in armoede en vond geen erkenning tijdens zijn leven. Zo is ongeveer het beeld van de beroemde Nederlandse schilder, zoals we dat via boeken, film en anekdotes over hem hebben leren kennen. Een vrijwel niet uit te wissen geromantiseerde mythevorming heeft zich voltrokken rond de schilder.

Uitvoerige bestudering van de volledige briefwisseling van Vincent van Gogh (1853-1890) met vooral zijn broer Theo en met anderen geeft een veel genuanceerder beeld. Van Gogh was niet zo arm, was zo gek nog niet en vond tijdens zijn leven wel degelijk erkenning, al was het nog niet bij het grote publiek. Hij was geen warhoofd maar een krachtige persoonlijkheid, die in zijn brieven meeslepend en op prachtige wijze kon vertellen wat hem bezighield, waarom hij iets op een bepaalde manier schilderde.

De verschillende uitgaven van de brieven, die in het Nederlands en later Frans waren geschreven, lieten nog veel te interpreteren over. Het Van Gogh Museum in Amsterdam en het Huygens Instituut-KNAW in Den Haag hebben vijftien jaar lang de brieven van Van Gogh (819 van hem en 83 aan hem) onderzocht, woord voor woord, letter voor letter, met als resultaat een kloek boekwerk in zes delen van meer dan 2000 pagina’s, dat tegelijkertijd in het Nederlands, Frans en Engels verschijnt: ’Vincent van Gogh. De volledige, geïllustreerde en geannoteerde uitgave’.

En niet minder belangrijk. Uit het onderzoek is een internationale wetenschappelijke website ontstaan (zie kader) waarin een ieder, van Japanner tot Amerikaan in de boeken kan grasduinen, elk woord kan opzoeken en wegen, elke illustratie, elke brief kan bekijken en op elk origineel kan inzoomen. Ter gelegenheid van deze uitzonderlijke uitgave toont het Amsterdamse Van Gogh Museum vanaf 9 oktober drie maanden lang 120 zelden getoonde originele brieven in nabijheid van de werken waar hij over schreef. De documenten worden wegens hun kwetsbaarheid en wegens lichtgevoeligheid vrijwel nooit in het openbaar tentoongesteld.

Vincent van Gogh was een man van het woord. Naast het schilderen las hij enorm veel boeken en schreef hij dat het een lieve lust was. „Er zijn zoveel mensen, vooral onder onze vrienden, die denken dat woorden niets voorstellen. Integendeel, nietwaar, het is even interessant en even moeilijk om iets goed te zeggen als om iets te schilderen”, schreef Van Gogh op 19 april 1888 aan zijn vriend de schilder Emile Bernard.

Hans Luijten, conservator onderzoek van het Van Gogh Museum, en een van de redacteuren van de zesdelige nieuwe brievenuitgave van Van Goghs brieven, is laaiend enthousiast over het resultaat van het onderzoek dat hij met vele anderen de laatste vijftien jaar heeft uitgevoerd.

Luijten: „Nog nooit zijn we zo dicht bij Van Gogh gekomen. Ons doel was om Van Gogh zijn brieven terug te geven, zoals hij ze werkelijk heeft geschreven. We willen hem weer terugbrengen naar zijn oorsprong. Daardoor komt er een veel genuanceerder en completer beeld naar voren. Hij is niet alleen maar die geniale gek, zoals alom wordt gedacht.”

Woord voor woord zijn de brieven onderzocht, gekeken werd wanneer en in welke omstandigheden de brief werd geschreven. Als Van Gogh naar de kerk ging – er waren tijden (van 1876 tot 1880) dat hij vier keer per dag een verschillende kerk opzocht – werd bijvoorbeeld via de rubriek predikbeurten uit die tijd uitgezocht wie de predikant was. Als er in een brief stond dat het hard waaide of dat het sneeuwde werd contact opgenomen met het weerinstituut KNMI of de Franse of Belgische evenknie daarvan, om uit te zoeken op welke dag het dit type weer was. Elk detail werd uitgelicht. „Als voyeurs zijn we te werk gegaan”, zegt Hans Luijten.

Roger uit Brussel ’digt bij ’t Hôtel de ville’ bleek niet Roger te zijn maar Royer. Het handschrift van Vincent was niet altijd zo gemakkelijk te ontcijferen, de g werd hetzelfde geschreven als de y. Andere bronnen, archieven in Brussel en Arles bijvoorbeeld, werden aangeboord om te achterhalen om wie het ging. „Kijken in de archieven van Arles leerde dat Joseph Ginoux, die Vincent ’mijn vriend Ginoux’ noemde, ook een petitie had ondertekend waarin de buurt zijn angst uitsprak over Van Goghs verstandsverbijstering, nadat hij een stukje van zijn oor had afgesneden.”

Het onderzoek kende drie pijlers: allereerst de transcriptie van de brieven, daarna de vertaling en vervolgens de toelichtingen. De brieven moesten opnieuw in het Engels worden vertaald. De bestaande vertalingen voldeden niet. Daarvoor werd een prijsvraag uitgeschreven waarin werd gevraagd een brief van de schilder te vertalen. Luijten: „Er waren zestig inzendingen. Daar hebben we er vijf uitgehaald, drie voor de vertaling van Nederlandse teksten en twee voor de Franse teksten. Het ging om consequent vertalen wat Van Gogh letterlijk schreef. Een redacteur beoordeelde de vertalingen en wij discussieerden er weer over.”

Het was zorgvuldigheid troef. Per periode werden ook alle beschikbare brieven van de familie bestudeerd om na te gaan wat Van Gogh in werkelijkheid bedoelde. „vader Van Gogh, een dominee, was een vormelijke man en gaf bijvoorbeeld een heel ander oordeel over een zelfde situatie. Daardoor kan je de brief van Vincent van Gogh beter plaatsen en begrijpen”, zegt Luijten.

Nagegaan werd welke afbeeldingen hij op zijn kamer had hangen, welke boeken hij las, met wie hij contact had. Luijten: „Veel teksten hebben een bijbelse betekenis. De tale Kanaüns zat bij domineeszoon Vincent in het bloed. Dat vind je voortdurend terug in de brieven. Van elke zin moet je de context kunnen bepalen, of het nu bijbels is, of slaat op literatuur die hij op dat moment las.”

„Van Gogh las Nederlandse, Engelse, Franse en Duitse literatuur. Je ziet dat in de brieven. Er zijn veel verwijzingen naar de Nederlandse dichter en predikant P.A. de Génestet bijvoorbeeld. Op een gegeven ogenblik gebruikt hij de woorden la puissance des ténèbres d’un assommoir in een brief uit het Franse Arles. Dan kom je er achter dat dit toespelingen zijn op twee boektitels van Tolstoj en van Zola, boeken die hij had gelezen.”

De brieven van Vincent, – de meeste zijn gericht aan broer Theo – zijn juweeltjes, van literaire kwaliteit. Van Gogh is volgens Hans Luijten een oprecht schrijver die duidelijke en onopgesmukte taal gebruikte. „Hij was recht voor zijn raap, een ruwe ongepolijste man, streefde naar waarachtigheid. Hij moest niks hebben van Salonkunst.”

Door het onderzoek is een genuanceerder beeld ontstaan van Vincent van Gogh. Hij was volgens Hans Luijten niet manisch, zoals zo vaak wordt gezegd. „Hij was erg gedreven, gepassioneerd, borrelde van energie, was niet te stuiten. Hij werd slechts 37 jaar maar heeft bij wijze van spreken 75 jaar geleefd. Hij wist wat hij wilde, maakte studies voor schilderijen, werkte bewust naar het eindresultaat toe. Op de zonnebloemen bijvoorbeeld heeft hij voortdurend geoefend, kleur op kleur, bewust om op dat ene schilderij uit te komen. Kunst moest volgens Van Gogh de mens uittillen boven de alledaagsheid. Hij wilde met zijn kunst troost bieden. Je moet in de natuur ’in’ zijn, zei hij. Hij wees op de schoonheid van de schepping.” ’Ik voor mij weet geen anderen weg dan zoolang worstelen met de natuur tot zij haar geheim zegt’, schreef Van Gogh zelf.

Ook was Van Gogh beslist niet arm, ook al had hij vaak geldtekort. Hij kreeg van zijn broer Theo voldoende geld. Luijten wijst op de bebaarde postbode Joseph Roulin uit Arles, van het fameuze schilderij. „De man had vijf kinderen en verdiende 135 franc per maand. Vincent kreeg van zijn broer Theo in die periode 200 franc per maand, in zijn eentje.”

Een andere mythe is volgens Luijten dat Van Gogh miskend zou zijn, een schilder die pas na zijn leven gewaardeerd zou worden. „Dat is niet waar. Hij is niet de onbegrepen schilder. De markt was nog niet rijp voor zijn werk. Werken van zijn vriend Gauguin werden ook nauwelijks verkocht. In de kringen van kenners werd hij wel degelijk gewaardeerd.”

Een deel van de brief die Vincent van Gogh op 21 november 1888 aan zijn broer Theo schreef, en waarin hij een schets maakte van wat uiteindelijk het schilderij ‿De Zaaier‿ zou worden. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden