Vilten is keihard werken

Sarah-Mie Luyckx wilde iets met textiel doen voordat de handwerkhype definitief over zijn hoogtepunt heen is. Maar van gepriegel met draden zou ze vast de zenuwen krijgen. Daarom werd het - heel oer - vilten.

Kind ga toch toch lekker breien roept mijn moeder al tijden. "Het is hartstikke leuk om iets zelf te maken en van het regelmatige getik van breipennen word je heerlijk rustig." Ik weet het zo net nog niet. Voor gepriegel met draden heb ik vast en zeker niet het geduld. Bovendien ben ik lang niet zo vaardig als de vrouw die mij heeft voortgebracht. Het eenvoudige dasje dat ik ooit in de jaren tachtig vervaardigde van destijds heel hippe fluoroze pluizige wol werd een misbaksel van te losse en te strakke averechte steken waaraan precies mijn wisselende stemmingen waren af te lezen.

Toch blijft het idee rondzingen dat ik me in mijn vrije tijd ook maar eens moet overgeven aan de handwerkhype voordat die definitief over zijn hoogtepunt heen is; ter afwisseling van het wandelen, fietsen en lezen.

En dan krijg ik een flyer in handen die uitnodigt om mee te doen aan een workshop vilten. Ik krijg een licht eureka-gevoel. Vilten is een oeroude techniek waarbij je met wol in de weer gaat zonder te hoeven breien, haken of weven. Enkel door het schapenhaar te bevochtigen en er vervolgens veel druk op uit te oefenen, krijg je een stevige lap stof. Easy does it! Daar kwamen holbewoners 'spontaan' achter toen ze in de winter de vloeren van hun grotten isoleerden met plukken wol.

Ook de insteek van de workshop bij 'Viltkunst aan de Lek' spreekt me aan: het is de bedoeling dat we een schapenwollen vachtje gaan vilten; zo'n stoer kleedje dat tegenwoordig in geen trendy huiskamer ontbreekt. Dat stond allang hoog op mijn verlanglijstje voor over de vintage (lees: sleetse) Artifort-fauteuil die wel wat camouflage kan gebruiken. Voor kleding of accessoires van vilt zou ik heel wat minder te porren zijn geweest, omdat je er daarmee al snel als een Anneke Artistiek uitziet.

Dus gaan we zeer gemotiveerd een hele zondag in Culemborg aan de slag bij Roos Vlasblom en Margot van der Woude. Zij blijken nota bene in de leer te zijn geweest bij de internationaal vermaarde viltkunstenares Claudy Jongstra, die met haar prestigieuze interieurobjecten het vilten van zijn oubollige imago heeft verlost.

Het viltproces begint lekker 'oer'. Eerst moet de afgeschoren vacht - dus zonder velletje - met de hand worden ontdaan van de takjes, strootjes en klontjes aarde die erin verstrikt zijn geraakt. Het sterk vervuilde haar dat rond het achterste van het schaap heeft gezeten is niet bruikbaar en daarom gelukkig al eerder verwijderd.

Poepresten treffen we dus niet aan in het donkerbruine jasje dat tot vorig jaar zomer toebehoorde aan een Texelaar, die in Nederland het meest voorkomt. Zijn krulletjes voelen zacht aan, waarmee de vacht heel geschikt is om mee te werken. Wol die erg stug is, leent zich niet voor vilten omdat de wolvezels dan te moeilijk met elkaar 'versmelten'. Volgens Roos Vlasblom telt Europa veertig 'viltbare schapenrassen'. Naast de Texelaar mogen onder meer ook het Drents heideschaap en het van origine Franse Ouessantschaap zich tot deze categorie rekenen.

Onderlaag aanbrengen

Omdat de vacht van de Texelaar voor huiselijk gebruik is, moet die wat steviger worden gemaakt. Daarvoor krijgt hij een achterkant van vilt. Die gaan we maken van pluizige strengen gekamde (niet gesponnen) wol, zogeheten lontwol, afkomstig van het uiterst aaibare Merino-schaap.

Masseren

Het echte werk kan beginnen! De slierten lontwol, die zowel horizontaal als verticaal op de achterkant van de vacht zijn gelegd, worden besproeid met warm water met zeepsop, dat gelijkmatig moet worden verdeeld. Vervolgens wordt met de hand het water er flink ingeduwd en -gewreven, waarbij de zeep als glijmiddel dient. Door het proces gaan de schubben van de wolvezels open staan en grijpen ze in elkaar. Zo ontstaat een compacte lap vilt (velen wel bekend van een helaas te heet gewassen trui) die zich hecht aan de schapenvacht.

Rollen

We zijn er nog lang niet. Om stevige vilt te krijgen, is nog veel meer beweging ofwel druk vereist. In Mongolië, waar vilt wordt gebruikt voor de yurts (tenten), vouwen ze een lap om een boomstam en hangen die vervolgens aan een paard dat er mee over de steppes draaft. In de Culemborgse binnenstad zullen we het helemaal zelf moeten doen. De opgerolde vilt moet in drie fysiek intensieve sessies van elk een kwartier over een tafel worden bewogen. Om voldoende kracht te zetten, worden ook de onderarmen gebruikt. Vilten blijkt hard werken; geen activiteit voor tijdens een theekransje.

Spoelen

Het vuile zeepwater moet er twee keer worden uitgespoeld. Vervolgens gaat de vacht in de centrifuge. Daarna worden stukjes wol die te los zitten geprikt met een naaldviltpen, waardoor de vezels zich nog aan elkaar vastzetten. Nog even drogen en het pronkstuk is klaar voor gebruik.

Ik ben een tikje duizelig van de noeste arbeid, maar blij met het resultaat. De vilten onderlaag is mooi glad geworden en heeft zich goed gehecht aan de schapenvacht. De wolk van bruine krulletjes met blonde highlights wordt vast een behaaglijk pronkstuk in mijn huiskamer. En ook een dankbaar gespreksonderwerp, want vertellen dat je iets zelf hebt gemaakt, doet het altijd goed.

Zelf aan de slag

'Viltkunst aan de Lek' organiseert in het najaar weer workshops vilten op: 21 september, 19 oktober en 23 november. Op het internet zijn nog veel meer van dergelijke workshops te vinden. Bij het Tilburgs Textielmuseum bijvoorbeeld. Thuis aan de slag kan natuurlijk ook. Webwinkel Meervilt.nl verkoopt de lontwol. Voor een vachtje zou je kunnen aankloppen bij hobbyschaaphouders. Omdat het voor hen niet loont de wol te verkopen, gooien ze die vaak toch weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden