Villa Varkensrust

Mooie theorie, zeggen boeren en ambtenaren, die ruimte-voor-ruimteregeling van landbouwminister Brinkhorst. Maar nog niemand weet hoe de regeling in de praktijk zal uitpakken. Een villa voor een varkensstal zal het niet worden.

Van varkenshouder naar huisjesmelker. Even, heel even rekende een aantal boeren zich al rijk. Maar zo florissant is de saneringsregeling voor de veehouderij van minister Brinkhorst van landbouw nu ook weer niet. Bovendien weet de boer die zijn bedrijf inruilt voor een woning, of gesubsidieerd een stal sloopt, nog nauwelijks welk lot hem te wachten staat. In Overijssel volgen boeren, besturen en ambtenaren gespannen hoe de regeling uitpakt.

Hoe zit het ook weer? De ambtenaren van de Overijsselse gemeente Haaksbergen piekeren zich suf. ,,We kunnen iedereen met vragen wel doorverwijzen naar het bureau Laser in Diemen, dat de regeling uitvoert, maar we willen de boeren in onze streek toch zelf ook iets kunnen vertellen'', zegt R. ter Horst, medewerker milieu-zaken van de gemeente. Dus ploegt hij zich met collega's door de ambtelijke stukken en circulaires en belt hij stad en land af op zoek naar antwoorden. Of een boer een huis mag bouwen op de grond waar eerst zijn stallen stonden. En of die woning dan in de categorie 'vier' -een bedrijfswoning- of in de categorie 'drie' -een burgerwoning- valt.

Het zijn slechts enkele van de vele moeilijke en nog niet-beantwoorde vragen die maken dat boeren zich nog wat terughoudend opstellen. Het aantal aanmeldingen bij het bureau Laser stemt het ministerie van landbouw echter optimistisch. Afgelopen donderdag, een week na de start van de regeling, hadden zich 1475 boeren gemeld die overwegen met hun bedrijf te stoppen. Van deze varkens-, pluimvee- en rundveehouders wil de helft ook van de sloopregeling gebruik maken. Als al deze boeren hun aankondiging waarmaken, gaat zeventig hectare stal tegen de vlakte -omgerekend een oppervlakte van 140 voetbalvelden. Gezamenlijk hebben de boeren ook 345 hectare grond aan de overheid te koop aangeboden. Tenslotte, en daar komt het doel van de regeling in zicht, halen deze boeren samen 3 miljoen kilogram fosfaat uit de markt. Van de 21 miljoen kilogram die minister Brinkhorst wil wegwerken.

Mooie theorie, zeggen boeren en ambtenaren, maar niemand weet hoe de regeling in de praktijk zal uitpakken. Niet dat ze het plan afwijzen in het gemeentehuis van Haaksbergen. H. Sieverink, beleidsmedewerker voor ruimtelijke ordening, kan op de kaart van de gemeente tal van knelpunten aanwijzen die met deze regeling misschien onverwacht vlot kunnen worden opgelost. Zijn vinger gaat naar het belangrijkste agrarische gebied van Haaksbergen, bij de noordwestelijk van de gemeente gelegen buurtschap Sint Isidorushoeve. ,,Tussen de Hoeve en Haaksbergen ligt een stuk platteland, een echt overloopgebied. Het liefst zouden we daar woningen bouwen of bedrijven neerzetten met een link naar de landbouw, zoals een dierenartsenpraktijk of een manege.''

Een van de boeren die zou moeten wijken om dit plan te laten slagen is de pluimveehouder B. Bauhuis. In vier grote stallen houdt hij in totaal 64000 slachtkuikens. ,,Ik heb al een stankvergunning om te kunnen uitbreiden naar 84000 kippen'', zegt hij, ,,want uiteindelijk heb ik er het liefst zo veel mogelijk.'' Maar 'het geval Bauhuis' is complex, zeggen ze op het gemeentehuis. De boer weet al jaren dat de gemeente hem het liefst ziet stoppen of verhuizen naar een locatie elders bij Haaksbergen. Samen hebben ze al een andere mogelijke vestigingsplaats bekeken en over het aantal kippen dat de boer mag houden is een compromis gesloten.

De pluimveehouder schuift de regionale krant, zijn koffie en zijn beschuit met kaas opzij en spreidt op tafel een bouwtekening uit van de stallen die op de nieuwe locatie zouden moeten verrijzen. Langwerpige gebouwen met een uitgestrekte vloer waar de kippen rondstruinen en met geavanceerde systemen voor ventilatie en beperking van de ammoniakuitstoot. ,,Deze stallen zijn samen goed voor 58000 kippen'', zegt Bauhuis. ,,Die wil ik graag houden naast de 64000 kippen hier.'' Maar zo voortvarend als Bauhuis is in zijn streven om uit te breiden, zo gelaten wacht hij op de voorstellen van de overheid om hem weg te krijgen.

,,Het punt is dat ik zelf best wil stoppen'', zegt Bauhuis. ,,Ik heb lang genoeg gewerkt. Maar mijn zoon Edwin wil het bedrijf graag voortzetten. Dat proberen we dus mogelijk te maken.'' De nieuwe plannen van Brinkhorst werpen een nieuw licht op de zaak, maar brengen de oplossing niet dichterbij. Om aanspraak te maken op een financiële vergoeding voor zijn mestproductierechten moet Bauhuis zijn bedrijf totaal beëindigen. Hij moet alle agrarische activiteiten staken, zijn milieuvergunning inleveren en zich tenminste tien jaar afzijdig houden van de pluimveehouderij. Wil zijn zoon doorgaan, dan moet hij de maatschap waarin hij met zijn vader werkt ontbinden en de huidige locatie verlaten.

Ook niet erg, zegt Bauhuis, want dan bouw ik hier toch een huis? Afgezien van de vraag of hij voor deze ruimte-voor-ruimte-regeling in aanmerking komt, is echter ook nog onduidelijk of hij die woning dan op eigen erf mag bouwen. En wordt het een burgerwoning in plaats van een bedrijfswoning, dan kan dat op termijn grote gevolgen hebben voor de hinderwetvergunningen van de omliggende boerenbedrijven. Het pleidooi van de boerenorganisaties om burgerwoningen te weren in het buitengebied lijkt daarom in elk geval bij de provincie Overijssel gehoor te krijgen.

,,Het moet allemaal nog blijken'', verzucht J. Roemaat, voorzitter van de Gewestelijke land- en tuinbouworganisatie (GLTO) die de belangen behartigt van de boeren en tuinders in Gelderland, Utrecht en Overijssel. ,,Heel veel mensen bellen ons met de vraag of ze nu wel of niet moeten stoppen. Dat is een emotioneel zware overweging en de boer zal van deze regeling zeker niet rijk worden. Ga maar na: Vaak heeft hij nog een schuld bij de bank, hij moet afrekenen met de Belastingdienst, hij mag niet herstarten en hij moet nog maar afwachten wat hij krijgt voor zijn productierechten en stallen en hoe de fiscus met die opbrengst omgaat. Het zal voor veel boeren nog altijd niet gemakkelijk zijn om het bedrijf te beëindigen zonder failliet te gaan.''

Ook de gemeenten op het platteland zijn begaan met het lot van de boeren waarmee ze vaak al generaties lang zaken hebben gedaan, zo blijkt bijvoorbeed in de tussen lommerrijke bossen en een uitgestrekt agrarisch gebied gelegen gemeente Hellendoorn. Brinkhorst is de ruimte-voor-ruimte-regeling overeengekomen met de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg. Van de 6500 woningen die de opkoopregeling 'op papier' oplevert, neemt Overijssel er in principe 900 voor zijn rekening. Daarvan komen er -opnieuw 'op papier'- zeventig uit de sanering van de veehouderij in de gemeente Hellendoorn. VVD-wethouder J. Das, onder meer belast met de zaken op het gebied van ruimtelijke ordening en landbouw, legt dit getal naast een onderzoek dat een gezaghebbend bureau ondanks uitvoerde naar de stand van zaken in de lokale agrarische sector. ,,Van de kleine vijfhonderd bedrijven die we nu hebben, zijn er over tien jaar naar schatting nog maar honderdvijftig over'', zegt Das. ,,Dat betekent dat hier driehonderdvijftig boerenbedrijven verdwijnen. De zeventig woningen uit de opkoopregeling zijn daarvan slechts 20 procent. Het drama voor de boerenfamilies die stoppen is al groot genoeg. Ik vind dat de overheid, niet in de laatste plaats onze gemeente, er alles aan moet doen om ze tegemoet te komen.''

Er zijn ook andere redenen om de huidige bewoners van het buitengebied en de buurtschappen te koesteren. Das maakt zich zorgen over de leegloop van de kleine woongemeenschappen. ,,Onze gemeente omvat Hellendoorn, Nijverdal en de kerkdorpen Haarle, Daarle en Daarlerveen. Deze kerkdorpen hebben zich tot nu toe aardig staande kunnen houden. Ze hebben bijvoorbeeld nog een eigen basisschool en een goed ontwikkeld verenigingsleven, maar dat staat wel onder druk. Wij zouden de woningen die worden gegenereerd door de regeling van Brinkhorst daarom het liefst bouwen op deze plaatsen. Dat zou de dorpen een broodnodige positieve impuls geven. Als we de boeren op een fatsoenlijke manier in staat stellen om te stoppen, is deze regeling een prachtige kans om de leefbaarheid van het platteland te vergroten.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden