Vijftienjarig zwemfenomeen is niet bang voor Ranomi

interview | Nederlands talent wil niet de nieuwe Kromowidjojo worden, maar de eerste Marrit Steenbergen zijn

Ze wordt gezien als de grootste zwembelofte die Nederland ooit heeft gekend. Ze verpulverde talloze jeugdrecords en wordt de nieuwe Ranomi Kromowidjojo genoemd. Wie Marrit Steenbergen confronteert met die vergelijking, krijgt een broodnuchter antwoord.

Het 15-jarige zwemtalent haalt haar schouders op. Ze noemt de gelijkenis met Kromowidjojo 'op zich wel leuk'. "Ze is natuurlijk de olympisch kampioen. Maar verder interesseert het me niet zoveel", aldus Steenbergen. Deze week doet het jonge talent mee aan de Europese kampioenschappen kortebaan, die vandaag beginnen in Israël.

Naast haar enorme snelheid op jonge leeftijd is het ook haar karakter dat haar op Kromowidjojo doet lijken. Steenbergen is nuchter en eigenwijs. En, net als de regerend olympisch kampioen op de 50 en 100 vrij, komt ze uit een klein dorp in het noorden van het land.

Steenbergen woont in het Friese Oosterwolde, Kromowidjojo groeide op in Sauwerd, een dorp boven Groningen. Ver weg van zwemmekka Eindhoven ontpopt Steenbergen zich tot een zwemfenomeen in de dop.

Ze is lang, heeft grote handen en smalle heupen. Het ideale zwemlichaam, waardoor ze volgens trainer Frank Bosma een natuurlijke hoge ligging op het water heeft. Met haar smalle postuur en blonde haren houdt de gelijkenis met Kromowidjojo in uiterlijk opzicht op.

Bosma wil niet dat zijn pupil er net zo uit gaat zien als de beste zwemster van Nederland. Daarom is hij met krachttraining voorzichtig. "Ik wil niet dat ze een Ranomi wordt. Ze moet wel sterker worden, maar niet breder. Haar kracht zit in de souplesse van het pure zwemmen."

Met haar vlakke, lange slag zwom Steenbergen dit jaar op de Europese Spelen in Bakoe een onwaarschijnlijk snelle tijd van 53.97 seconden op de 100 vrij. De elfde tijd van de wereld. Steenbergen wist niet wat ze op de klok zag toen ze had aangetikt.

Ter vergelijking: Inge de Bruijn won in Sydney in 2000 olympisch goud met 53,83, toen Steenbergen nog in de luiers zat. "Mijn tijden blijven me verbazen. Ik onderschat mezelf soms nog een beetje."

Toen de Nederlandse estafettevrouwen van start gingen op de Olympische Spelen in Londen in 2012, had Steenbergen een logeerpartij bij een vriendin. Ze ging naar huis om de wedstrijd te kijken met haar ouders, om daarna weer terug te gaan naar het feestje. Toen ze de vrouwen op het podium zag staan, wist de tiener voor het eerst dat ze daar ook bij wilde horen. Eerder dan verwacht was het zover: op de WK in Kazan afgelopen augustus won ze zilver met de 4x100 vrij.

In 2013 zat Steenbergen nog met Pieter van den Hoogenband bij het televisieprogramma 'Knevel en Van den Brink' ter promotie van het European Youth Olympic Festival, dat in Utrecht werd georganiseerd. Met de haren los langs het gezicht en een beugel in de mond vertelde Steenbergen daar bescheiden dat de Spelen van Rio - in de zomer van 2016 - voor haar echt nog te vroeg kwamen. Twee jaar later - de slotjes zijn eruit en de blonde lokken nu vastgebonden in een strakke knot - lijkt Rio al bijna zeker. Dat noemt ze grinnikend 'best wel heel raar'.

Doel is om met de estafetteploeg mee te gaan. Maar misschien zit er zelfs al een individuele startplek bij, fantaseert trainer Bosma. "Ranomi en Femke (Heemskerk -red.) mogen geen steken laten vallen. Anders zit Marrit er tussen. En er misschien wel voor."

Zelf durft Steenbergen zich niet aan zulke uitspraken te wagen. Daar is ze te bescheiden voor. De Spelen van Tokio in 2020 was lang haar doel. "Het zou mooi zijn als ik daar individueel zou mogen starten", zegt ze voorzichtig.

Met haar techniek zit het al goed. Nu alleen nog leren starten en keren. Voor die kneepjes van het vak gaat ze af en toe naar Eindhoven, waar ze met onderwatercamera's werkt. Dat er nog veel te verbeteren valt op dat vlak, merkt Steenbergen als ze naast Kromowidjojo zwemt, die de snelste start ter wereld heeft.

Soms jut haar coach zijn pupil op. 'Versla haar maar', zegt hij dan terloops als ze bij een wedstrijd naast de zwemvedette op het startblok staat. Dat vindt Steenbergen wel leuk. "Ik probeer dan gewoon te doen wat ik altijd doe. Ik ben niet bang voor Ranomi."

Na de start is Kromowidjojo echter al direct uit zicht. Bosma: "Met de start verliest ze het nu nog. Maar zwemmend is ze misschien wel even goed."

Na Rio verwacht Steenbergen, die haar vwo-diploma op een speciale school afrondt, de overstap te maken naar het nationale trainingscentrum. Dan verlaat ze het bad waar in haar jeugd een olympische droom ontstond.

Op vijfjarige leeftijd had Steenbergen al haar A-, B- en C-diploma op zak. De dochter van een zwemjuf ging daarna voor de lol op zwemmen. In huize Steenbergen ging de wekker jarenlang iedere weekdag om half vijf 's ochtends. Dan werden zoon Jorn - een talent op de lange afstand - en zijn drie jaar jongere zusje Marrit naar Drachten gereden voor de ochtendtraining van half zes tot half acht bij zwemclub DZ&PC.

Steenbergen komt nu iedere dag om half zeven aan bij De Welle, het zwembad van haar oude club. Ze traint daar nu met een groep talenten bij Bosma onder de vlag van de zwembond. "In het begin voelde het als uitslapen", lacht Steenbergen. "Ik werd nog een tijd lang om kwart over vier wakker."

Ze is altijd als eerste in het bad. Fris en fruitig, want uitgaan interesseert haar niet. De meeste vriendinnen zitten toch in de zwemsport.

In het water wil ze het beste uit zichzelf halen. Ze wil niet de nieuwe Ranomi Kromowidjojo worden, maar de eerste Marrit Steenbergen zijn. Een idool heeft ze nooit gehad. Daar ziet ze het nut niet van in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden