Vijf vragen over belastingconstructies

1.

Wat is er aan de hand?

Honderden adviezen van accountants- en advieskantoor PricewaterhouseCoopers (PwC) aan de Luxemburgse belastingdienst liggen op straat. In de documenten staat beschreven hoe multinationals Luxemburg gebruiken om minder belasting te betalen. Het Groothertogdom kent tal van belastingvoordelen voor internationale bedrijven - de kunst is daarvan zo goed mogelijk gebruik te maken. PwC legt in de documenten stap voor stap uit hoe internationale structuren zijn opgezet zodat hun klanten, de multinationals, zo weinig mogelijk belasting betalen.

2.

Hoe werkt dat precies?

Neem een willekeurig bedrijf dat in meerdere landen actief is. Al die landen hebben verschillende belastingwetten- en tarieven. Het kan dus lucratief zijn voor bedrijven om winst van het ene land (met een hoog tarief), te verplaatsen naar een ander land (waar het tarief lager is).

Bovendien zijn er tal van regelingen waarmee bedrijven hun belastingafdracht kunnen verminderen. Zo worden in Luxemburg rente-inkomsten van bedrijven niet belast. En dus zetten de multinationals massaal constructies op waarin een Luxemburgse vestiging als een soort interne bank gaat opereren, die leningen verstrekt aan andere onderdelen van het concern. Omdat die daarover rente betalen, wordt de winst in andere landen afgeroomd. Ook kent Luxemburg een belastingkorting van 80 procent op inkomsten uit zogeheten intellectueel eigendom - zaken als merknamen of patenten. Bedrijven kunnen een Luxemburgse vestiging openen, waaraan de buitenlandse vestigingen gaan betalen voor dit intellectueel eigendom. Daarmee wordt de winst in andere landen opnieuw lager, terwijl het bedrijf in Luxemburg nog geen 6 procent belasting betaalt.

3.

Mag dat zomaar?

Ja. Ieder land mag zijn eigen belastingwetten maken, en dat gebeurt volop. Landen concurreren met elkaar om bedrijven te lokken, door lagere tarieven te bieden of uitzonderingsregimes in het leven te roepen. Want hoe meer bedrijven zich in jouw land vestigen, en hoe meer winst daar neerslaat, des te meer belasting kun je als land heffen. Zolang de bedrijven zich aan de wet houden, is het volstrekt legaal.

Dit is waar internationale belastingadvieskantoren als PwC in beeld komen. Experts van PwC ontwerpen voor bedrijven structuren die optimaal profiteren van alle voordelen die verschillende landen hen bieden. Het gaat vaak niet alleen over Luxemburg - sommige constructies kennen enorm veel vertakkingen in andere landen om van alle voordeeltjes te kunnen profiteren. De adviseurs van PwC leggen de structuren voor aan de nationale belastingdiensten met de vraag: staan jullie dit toe? Zodra er overeenstemming is, kan het bedrijf gebruik maken van de nieuwe winstroute.

Gevolg hiervan is dat multinationale bedrijven gezamenlijk steeds minder belasting gaan betalen. De concurrentie tussen landen zorgt voor een race to the bottom. Zodra het ene land met een nog lager tarief, of een nog breder uitzonderingsregime is gekomen, zullen de overige landen daar weer overheen willen gaan door nóg meer voordeel te bieden.

4.

Wie profiteert hiervan?

Allereerst de multinationals en hun aandeelhouders. Hoe lager het belastingtarief, hoe hoger de winst uitpakt en dus hoe meer het bedrijf kan uitkeren aan zijn eigenaren.

Daarnaast zijn er de landen die erin slagen op grote schaal bedrijven te bewegen zich bij hen te vestigen. In Luxemburg - een land van ongeveer 550.000 inwoners - zijn ruim 50.000 buitenlandse bedrijven gevestigd. Dat zorgt ervoor dat er enorm veel bedrijfswinsten vanuit het buitenland naar Luxemburg stromen. Ook al heft Luxemburg maar een heel laag percentage over die winsten, het levert al snel veel geld op.

Maar het gaat landen als Luxemburg niet alleen om de belasting die zij kunnen heffen. Al die buitenlandse bedrijven moeten gevestigd zijn in het land, zijn verplicht bestuursvergaderingen daar te houden, hebben juridische ondersteuning nodig - het levert enorm veel hoogwaardige en goedbetaalde werkgelegenheid op. Banken, trustkantoren, advocatenfirma's, belastingadvieskantoren, Luxemburg staat er vol mee. Maar ook Nederland kent bovengemiddeld veel van dergelijke banen omdat ook hier aantrekkelijke belastingvoorwaarden voor bedrijven zijn om zich te vestigen.

5.

Ten koste van wie gaat dit?

Landen die niet succesvol aan de belastingrace meedoen, zullen steeds meer bedrijven zien verdwijnen. Althans, de bedrijven zijn er nog wel, maar zij boeken hun winst voortaan in landen met gunstiger belastingwetten. Daarmee daalt de opbrengst voor de belastingdienst in het thuisland. Dit raakt met name ontwikkelingslanden hard, zo stellen ngo's al jaren, omdat zij vaak sterk afhankelijk zijn van buitenlandse bedrijven. Als die hun winst verplaatsen, blijft er weinig over om wel belasting op te heffen.

Maar ook in westerse landen dringt het besef door dat het zo niet langer kan. Overheden zien zich sinds het uitbreken van de financiële crisis genoodzaakt flink te bezuinigen, of de belastingen te verhogen op bijvoorbeeld arbeid of consumptie. Werknemers kunnen niet zomaar belasting gaan betalen in een ander land omdat het tarief lager is. Kleinere bedrijven kunnen niet even een nieuw hoofdkantoor in Luxemburg vestigen, of de forse bedragen opbrengen die nodig zijn om belastingadviseurs op dat niveau in te huren.

Internationaal wordt daarom gewerkt aan nieuwe afspraken. Al sinds 2009 is de Oeso, de organisatie van 34 rijke landen, bezig met internationale spelregels waaraan alle landen zich zouden moeten houden. Dat moet excessief schuiven met winst tegengaan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden