Analyse

Vijf tips voor Basjar al-Assad

Beeld Mark Kohn

Het was een kwestie van tijd voor de Syrische president Assad zou vallen, maar hij zit er nog altijd. Als hij de juiste strategie volgt, kan hij de rebellen definitief op de knieën krijgen. (Lees ook de vijf tips voor de Syrische rebellen).

Na tweeënhalf jaar oorlog in Syrië zit president Basjar al-Assad nog altijd stevig in het zadel. Maar hoe kan een leider die zijn bevolking zo veel leed heeft aangedaan aan de macht blijven? En waren de meeste analisten het er niet over eens dat het slechts een kwestie van tijd was voordat Assad zou vallen?

De vooruitzichten van Assad zijn gunstiger dan menig denktankanalist of arabist beschrijft. Ondanks Assads gebrek aan populariteit heeft het repressieapparaat zijn massa en cohesie grotendeels weten te bewaren. De rebellen daarentegen zijn nog altijd versplinterd. Mocht Assad de strijd uiteindelijk winnen, dan zal dat niet liggen aan zijn politieke en militaire vernuft, maar eerder aan het amateurisme van zijn gewapende tegenstanders.

Assad wordt in het Westen vaak afgeschilderd als een barbaarse dictator die enkel de taal van geweld verstaat. Hoewel deze bewering niet ongegrond is, kan hij ook wat van het Westen leren wat betreft de toepassing van geweld bij het neerslaan van opstanden. Bijvoorbeeld van het boek 'Pacification in Algeria 1956-1958' van de Franse militair-strateeg David Galula (1917-1967). De joodse Galula deed gevechtservaring op tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar hij diende in het Franse verzet tegen de Duitse bezetter. Later vocht hij als militair mee in de koloniale oorlog in Frans Indochina (het huidige Vietnam).

Maar de meest waardevolle inzichten deed Galula op als militair-attaché in China, waar hij in 1949 getuige was van Mao's revolutie. Galula bestudeerde aandachtig hoe deze revolutie tot stand kwam. De reden voor zijn belangstelling: als je doorhebt hoe een revolutie verloopt, weet je ook hoe je die moet bestrijden. Frankrijk was verwikkeld in een hevige strijd met de Algerijnse antikolonialistische beweging FLN en het had die expertise hard nodig.

Galula's ervaring kwam Frankrijk goed van pas in Algerije, waarheen hij zich vrijwillig als militair liet uitzenden. Zijn experiment met contrarevolutionaire oorlogsvoering in dat land staat beschreven in zijn in 1963 gepubliceerde boek, dat tot 2005 als 'vertrouwelijk' in de archieven lag. Wat geen geheim is, is dat zowel de Amerikaanse viersterrengeneraal en ex-CIA directeur David Petraeus als zijn collega-generaal Stanley McChrystal Galula beschouwen als hun grote voorbeeld. Zelfs het huidige Amerikaanse handboek voor het marinierskorps (FM 3-24) is grotendeels gebaseerd op het model van de Fransman.

Maar als David Galula nog zou leven, wat zou hij Assad dan adviseren?

1. Snijd de rebellen los van de bevolking

Meer dan de staat dat is, zijn rebellen voor hun overleving afhankelijk van bevolkingssteun. Rebellen hebben rekruten nodig, net als inlichtingen, onderdak en voedsel - middelen die de staat meestal wel tot zijn beschikking heeft. Van de staat zullen de rebellen deze middelen niet krijgen, vandaar dat ze het moeten zoeken bij de bevolking.

Volgens de Franse strateeg is de meerderheid van de bevolking loyaal aan de rebellen noch aan de staat. Dit deel van de bevolking - ook wel de 'stille meerderheid' genoemd - houdt zich uit veiligheidsoverwegingen afzijdig in het conflict. Deze groep is vooral geïnteresseerd in stabiliteit en wil zo snel mogelijk een einde aan al het geweld. Zij kiest daarom meestal de kant van de sterkste partij.

Zolang de meerderheid zich gedeisd houdt, moet de strijd zich richten op de rebellen en hun achterban. Het doel moet zijn om hen van elkaar te scheiden. Lukt dat, dan worden de rebellen beroofd van inkomsten, nieuwe rekruten, informanten en huisvesting.

Assads troepen hebben tot nog toe alle belangrijke bevolkingscentra in het land in handen, maar er zijn genoeg dorpen waar de rebellen openlijk in contact staan met de bevolking, zonder tussenkomst van het leger. Voor Assad is het vooral van belang om de dorpen langs de grenzen met Turkije, Libanon en Jordanië onder controle te krijgen, want via deze landen ontvangen de rebellen hun wapens.

Galula adviseert militairen dan ook om uit hun kazernes te komen. Zij moeten zich op iedere hoek van de straat bevinden. Daarbij geldt: hoe vijandiger het gebied, des te belangrijker de aanwezigheid.

David Galula (1917-1969)

2. Bouw een muur langs de grenzen of rondom de probleemgebieden

Rebellen kunnen op verschillende manieren aan wapens komen: door zelf wapens buit te maken, door ze te krijgen van gedeserteerde militairen, door ze zelf te fabriceren, of door ze te importeren uit het buitenland. Met name het laatste vormt een groot probleem voor regeringen. Voor rebellen is het makkelijker om een vrachtwagen vol raketwerpers te importeren, dan om dezelfde wapens buit te moeten maken op een superieur leger.

Het meest ideale terrein voor het bestrijden van rebellen is daarom een eiland zonder bergen. Zij zijn dan in feite omsingeld, en door de 'stoppende kracht van het water' afgesneden van hulptroepen en goederen. Een door land omsloten staat met veel bergen, waar de rebellen zich met gemak kunnen verplaatsen, is daarentegen de grote nachtmerrie van een in burgeroorlog verwikkeld regime.

Syrië is geen eiland; het land is omgeven door buurlanden die hun grenzen openstellen voor rebellen. Turkije en Jordanië deinzen er bijvoorbeeld niet voor terug om rebellen op hun weg terug wapens mee te geven.

Het advies van Galula: bouw een muur langs de grenzen. De Fransen bouwden een muur langs de Algerijnse grens met buurlanden Marokko en Tunesië; Marokko bouwde een aantal decennia later een muur in de Westelijke Sahara om de rebellen dwars te zitten en de Israëliërs sneden de Palestijnen van elkaar en de buitenwereld af door een barrière neer te zetten op de Westelijke Jordaanoever.

Wie de grenzen in handen heeft, heeft ook de controle over invoer van personen en goederen. Zolang Assad zich niet richt op het afsluiten van de grenzen, blijft het dweilen met de kraan open.

Gebieden waar rebellen actief zijn.Beeld Trouw

3. Dwing de vijandelijke bevolking tot medewerking

In Algerije voerde Galula een identificatieplicht in. Wie geen papieren bij zich had, werd onmiddellijk meegenomen voor verhoor. Het doel van de identidicatieplicht was dat de autoriteiten een beeld kregen van de vijandelijke bevolking en haar bewegingen.

Wie bijvoorbeeld een dorp wilde verlaten - voor werk of familiebezoek - moest toestemming vragen aan de autoriteiten. Dat gold ook voor het ontvangen van bezoek. Maar er werd wel een tegenprestatie geëist: in ruil voor toestemming moesten de inwoners informatie over de vijand verschaffen. Deden zij dat niet, dan bleven zij in isolatie. Deze techniek werd ook toegepast bij ziekenhuisbezoek of bij het verstrekken van een bouwvergunning. De keuze is simpel: slikken of stikken.

Galula is geen voorstander van collectieve straffen bij overtreding van regels, door bijvoorbeeld hele dorpen te vernietigen. Volgens hem zou dat de vijandelijke bevolking alleen maar strijdvaardiger maken. Het treiteren en intimideren van de bevolking levert volgens Galula betere resultaten op, want dan zijn burgers eerder geneigd om mee te werken.

De volgende stap is dat de vijandelijke bevolking gaat meewerken aan overheidsprojecten, zoals het helpen bij het opruimen van een plein of het opzetten van een school. Wie weigert mee te werken of niet komt opdagen (dat is makkelijk na te gaan, omdat de identiteit van elke inwoner bekend is), is verdacht en wordt meegenomen voor verhoor.

Burgers die meewerken, worden beloond, want zij erkennen daarmee impliciet het gezag van de bezetter, een misdaad in de ogen van de rebellen. Eenmaal door de rebellen aangemerkt als collaborateur, kan de staat met de persoon doen en laten wat hij wil. Galula zette middels deze methode een uitgebreid verklikkersnetwerk op in Algerije.

De troepen van Assad gaan niet zo zorgvuldig te werk. Collectieve straffen zijn niet ongebruikelijk en veel burgers, die in de ogen van Galula potentieel veel bruikbare informatie hadden kunnen verschaffen, worden afgeslacht.

4. Richt een burgermilitie op

Als de burgers eenmaal hun medewerking aan de autoriteiten hebben toegezegd, is volgens Galula de volgende stap snel gezet: ze laten strijden tegen de rebellen. Zij hebben weinig keus, want hun leven is niet meer zeker bij een overwinning van de rebellen, die doorgaans genadeloos afrekenen met collaborateurs.

Het opzetten van burgermilities is een veelgebruikt middel door regimes bij het neerslaan van opstanden. De Fransen rekruteerden Algerijnse verklikkers in hun strijd tegen de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging; de Britten richtten in Kenia een inheemse paramilitaire organisatie op om de opstandige Mau Mau te verslaan en de Amerikanen zetten soennitische milities in bij de bestrijding van Al-Kaida in Irak.

Burgermilities kennen, in tegenstelling tot het centrale gezag, het terrein waarvandaan zij opereren goed, zijn bekend met de lokale gebruiken van de bevolking en kunnen zich onopgemerkt mengen met de vijandelijke populatie.

Het is van groot belang dat de milities gerekruteerd worden uit de vijandelijke bevolking. Dit heeft namelijk een vernietigend effect op het moreel van de rebellen, die moeten toezien hoe leden van hun eigen achterban zich bij de vijand aansluiten.

In Syrië bestaat er al een paramilitaire organisatie, genaamd de Nationale Strijdkrachten. Enkele tienduizenden mannen en vrouwen, loyaal aan het regime, ontvingen in het afgelopen jaar wapens van de Syrische machthebbers. Zij vormen momenteel de voorhoede van het Syrische leger.

Een van de problemen is dat de meeste leden van de Nationale Strijdkrachten gerekruteerd worden uit de alawitische en christelijke bevolking. Hierin maakt Assad een fout: in plaats van dat hij de aanhang van de vijand probeert te rekruteren, brengt hij slechts zijn eigen achterban op de been. Om de slagkracht en effectiviteit van de milities te vergroten, zal het Assad-regime daarom soennitische inwoners moeten rekruteren.

Algerijnse collaborateurs (Harki's) in dienst van het Franse koloniale bewind.Beeld afp
Leden van de soennitische burgermilitie in Irak werkten mee met de Amerikaanse troepen in Irak.Beeld afp
Vrouwelijke leden van de Syrische Nationale Strijdkrachten krijgen een training in oorlogsvoering.Beeld afp

5. Zet een amnestieprogramma op

Brute regimes worden meestal niet geassocieerd met vergeving. Toch vinden amnestieprogramma's overal plaats, ongeacht de aard van de regering. Hierachter schuilen zelden oprechte motieven als vergevingsgezindheid, maar kille berekeningen. Galula maakte zich tevens hard voor 'verzoeningsprogramma's'.

De Chinese theoreticus in de krijgskunst Sun Tzu adviseerde al meer dan twee millennia eerder dat een vijand altijd de mogelijkheid moet hebben om zich terug te trekken. Als de vijand geen uitweg ziet, is hij in staat om meer schade aan te richten dan wanneer er nog een ontsnappingsmogelijkheid bestaat.

Het doel van amnestieprogramma's is om de tegenstander te demotiveren. Hoe meer rebellen gebruikmaken van de regeling, hoe harder de klap aankomt bij de achterblijvers. Overlopen wordt aangemoedigd met de belofte dat er geen straffen zullen volgen bij overgave. In Colombia werden de rebellen van de marxistische beweging Farc zelfs verleid met riante afkoopsommen. Met veel succes.

(In het filmpje hieronder is een propagandafilm te zien waarin de Colombiaanse regering probeert om Farc-rebellen te laten overlopen).

Geloofwaardigheid is hierbij de sleutel tot succes. De overgelopen rebellen moeten in goede staat getoond worden aan de staatsmedia, dus zonder blauwe plekken of met doodsangst op het gezicht.

In Syrië is al een begin gemaakt met een amnestieprogramma voor rebellen met de oprichting van het 'ministerie van verzoening'. Er zijn al enkele honderden rebellen overgelopen naar Assad. Maar blijven de massale deserties alsnog uit, dan adviseert Galula machthebbers om bekentenissen van gevangengenomen rebellen af te dwingen en die uit te zenden op radio of televisie. In Irak bestond tot voor kort het programma 'Terrorisme in de handen van Justitie', waarin gevangengenomen Al-Kaidaleden openhartig over hun acties vertelden. De uitkomst: de burgerbevolking gruwelt van de verhalen van rebellen, en de publiekelijke bekentenis van kameraden hakt flink in op het moreel van de rebellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden