Vijf kraamkamers voor vis

De natuur in de Noordzee wordt vooral beschadigd door de visserij, zegt Han Lindeboom van het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra. ,,Als je het in procenten moet aangeven: 99 procent van de directe schade wordt veroorzaakt door de visserij.” Net als de kokkelvissers in de Waddenzee schrapen treilers de bodem van de Noordzee af, op zoek naar schol en tong. Achter zo'n schip hangen twee korren van elk twaalf meter breed, die over de bodem worden getrokken. Kettingen jagen de platvissen uit het zand naar boven, en vervolgens zwemmen ze in het net.

Volgens Han Lindeboom van Alterra wordt elke vierkante meter Noordzeebodem één tot anderhalve keer per jaar op deze manier 'bewerkt'. ,,Het komt erop neer dat één schip in één week een strook bodem beroert ter grootte van een zesbaans autoweg van Groningen naar Maastricht en weer terug.”

Deze typisch Nederlandse vorm van visserij brengt het zeeleven veel schade toe, aldus Lindeboom. Allerlei beschermde schelpdieren leggen het loodje en zeegras sterft af.

Bovendien is er veel onbruikbare bijvangst. De tong is in staat zich klein op te rollen en door mazen te ontsnappen. Daarom worden er fijnmazige netten gebruikt, waarmee ook veel ander zeeleven wordt opgevist. Lindeboom: ,,We hebben uitgerekend dat tot twintig procent van de dieren waarop niet wordt gevist, door deze vismethode wordt gedood.” Daarnaast speelt nog het probleem van de overbevissing. Grote, oudere tong of schol is er niet meer, waardoor de populaties kwetsbaarder worden. Roggen zijn nagenoeg geheel uit de Noordzee verdwenen.

De zogeheten 'bodemberoerende visserij' wordt gezien als het meest schadelijk voor de natuur in de Noordzee, maar ook andere vormen van visserij zijn een bedreiging. Zo werken Denen met netten die als een enorme muur in het water staan, waarin bruinvissen en dolfijnen verstrikt raken en verdrinken. De Europese Commissie heeft nu verordonneerd dat deze netten moeten wordenuitgerust met piepers, die geluidssignalen afgeven die de walvisachtigen verdrijven. Longlining, een methode waarbij kilometerslange vislijnen worden gebruikt waaraan vishaken met aas zitten, vissen selectief op de vis die de visser boven water wil halen. Maar deze zijn weer bedreigend voor het zeeleven boven water: vogels die van vis leven, zoals jan-vangenten, slikken de haken door en verdrinken.

Terugkerend thema bij alle vormen van visserij is de schade door de overbevissing. De kabeljauw, toch ooit volksvoedsel, is bijvoorbeeld schaars geworden in de Noordzee.

Al rond 1990 ontstond op het ministerie van LNV het idee om delen van de Noordzee te sluiten voor visserij en er zeereservaten van te maken. Op die manier zou bijzondere bodemflora en fauna kunnen worden behouden en zouden voedselrijke delen, die fungeren als kraamkamers voor vis, kunnen worden beschermd. Het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (Nioz) kreeg opdracht uit te zoeken hoeveel gebieden er moesten komen en waar. Ze wezen een stuk Noordzee aan ten noorden van de Wadden en de Klaverbank, een grindbank.

Tot besluitvorming kwam het echter niet. Lindeboom, die in die tijd bij het Nioz werkte: ,,In 1992 had het departement ineens de handen vol aan de boeren, die zich tegen mestregelgeving verzetten. De natuurtaak van het departement raakte op de achtergrond.” Volgens Lindeboom is het voor de natuur niet best als landbouw, visserij en natuur in één departement zijn ondergebracht. ,,De tegengestelde belangen tussen natuur en visserij worden dan op een laag ambtelijk niveau uitgevochten. In Engeland zijn het gescheiden departementen, waardoor dit soort strijd op ministerieel niveau wordt beslist.”

Jaren later, rond 1997, ontstond er in het Europees Parlement belangstelling voor beschermde zeegebieden, omdat de overbevissing een probleem begon te vormen. Het aantal treilers werd aan banden gelegd. Voor het midenisterie van LNV was dit het teken om het idee van de zeereservaten weer op te pakken. Er werd opnieuw onderzoek uitgezet om vast te stellen waar sprake is van bijzondere natuurwaarden in de Noordzee, een procedure die aansluit bij de Europese Vogel-en habitatrichtlijn.

Wetenschappers uit heel Nederland waren bij het project betrokken. Van elke beschermde diersoort in de Noordzee werd de hoeveelheid vastgesteld en beschreven waar ze voorkwamen. Die kennis hoefde niet helemaal opnieuw te worden vergaard, omdat diverse instituten al onderzoek naar de Noordzee doen. Zo houdt het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek de visbestanden in de gaten in verband met het vaststellen van visquota; Rijkswaterstaat telt de vogels en de bruinvissen en het Nioz neemt bodemmonsters en brengt bodemdieren in kaart.

Vervolg op pagina 13 Vijf kraamkamers voor vis Vervolg van pagina 11

Al die gegevens werden in een Noordzeekaart getekend en vervolgens trokken de onderzoekers een lijn om de gebieden die het meest soortenrijk zijn en/of kraamkamers zijn voor vis. Zo ontstond de keuze voor vijf zeereservaten: De Kustzone, de Doggersbank, de Klaverbank, de Centrale Oestergronden en het Friese Front. Het rapport 'Natuurwaardenkaart Noordzee' verscheen in 2002. In de zojuist gepresenteerde Nota Ruimte zijn de vijf voorgestelde reservaten overgenomen. Lindeboom is blij dat het kabinet nu definitief voor de instelling van de vijf zeereservaten heeft gekozen. Daarmee kan heel wat zeeleven worden beschermd: twee soorten bedreigde bodemdieren, veertien soorten beschermde vissen, vier soorten zeeschildpadden, 48 vogelsoorten en zeven soorten zeezoogdieren.

Maar veel minder mooi is dat er in diezelfde Nota Ruimte staat dat de visserij in de zeereservaten moet doorgaan, vindt Lindeboom. Want onder welke condities dan? ,,Niet dat ik vind dat ze volledig afgesloten moeten worden; er is onder voorwaarden weinig tegen gewone visserij. Maar de bodemberoerende visserij moet wel worden beperkt. Misschien kan er voor dezelfde aanpak worden gekozen als de commissie-Meijer voorstelt voor de Waddenzee: eerst de natuurgrenzen vaststellen zodat duidelijk is in welke staat de natuur moet blijven, en dan pas economische activiteiten toestaan. Wie niet in staat is te vissen zonder de natuur aan te tasten, krijgt geen vergunning.” Lindeboom prijst daarmee zichzelf aan: hij was lid van de begeleidingsgroep van de commissie-Meijer.

Er is meer onduidelijk in de Nota Ruimte, zegt Lindeboom. Zo zijn de grenzen rondom de zeereservaten niet precies beschreven. In de Natuurwaardenkaart Noordzee hebben de wetenschappers die ook niet getekend. Er zijn alleen contouren aangebracht. Het gaat immers om biologische eenheden, de grenzen zijn lastig aan te geven.

Door die onduidelijkheid stagneert de verdere besluitvorming, vreest Henk Offringa van De Noordzee, een stichting die al jaren ijvert voor het instellen van zeereservaten. Want als de grenzen niet duidelijk zijn, kan er ook niet worden gepraat over de consequenties van bescherming, over het bestuur of over monitoring.

Daarom heeft De Noordzee onlangs een brochure 'Begrenzing natuurgebieden op de Noordzee' uitgebracht waarin voorstellen worden gedaan voor begrenzing. Die zijn gebaseerd op ecologische argumenten, maar ook op praktische, zoals de mogelijkheid om de grenzen te handhaven. Er is gezocht naar aansluiting op dieptelijnen, en op bestaande begrenzing en zonering, zoals de 12-mijlszone. Ook stelt De Noordzee voor om rond elk zeereservaat een bufferzone aan te brengen. Dat is een strook die hoort bij het reservaat waar niet mag worden gevist, maar waar het voor de natuur niet zo erg is als een visser een keertje over de schreef gaat. Omdat er in de kern van het reservaat dan toch nog genoeg beschermd zeegebied overblijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden