Vijf jaar na de ramp in Bangladesh: 'Ik kan mijn moeder niet beloven dat ik veilig thuiskom'

Beelden van vlak na het instorten van de textielfabriek 24 april 2013. Beeld AP

Vijf jaar nadat in Bangladesh een textielfabriek instortte, is de veiligheid verbeterd. Vijftig rampen zijn sindsdien voorkomen. Desondanks is er  nog veel te doen, zegt vakbondsactiviste Kalpona Akter (41). Zij zat in de gevangenis, haar collega werd vermoord.

Noem het geen ongeluk of een tragedie, zegt Kalpona Akter, want dan klinkt het instorten van de textielfabriek Rana Plaza als iets onvermijdelijks. En dat was het niet. Zelf spreekt ze van een ramp door menselijk toedoen. Die meer dan 1100 doden op 24 april 2013 waren dus te voorkomen geweest, zegt de Bengaalse vakbondsactiviste, die twee jaar terug werd onderscheiden door Human Rights Watch en nu in Nederland te gast is bij Schone Kleren Campagne.

Tijdens de ramp vijf jaar geleden was ze in de VS om actie te voeren tegen kledingmerken. Het journaal meldde dat in Dhaka een gebouw was ingestort. Drie dagen later zag Akter de puinhopen met eigen ogen. "Ik voelde de pijn in de lucht. Geschreeuw, gehuil. Familie zocht naar geliefden. Je kunt dat vreselijke gevoel niet delen met wie er niet bij was."

De ramp maakte haar boos. "Plotseling ondertekenden vele bedrijven het Bangladesh Veiligheidsakkoord. Vóór de ramp waren dat er maar twee geweest, ook al wisten de merken hoe onveilig onze fabrieken waren. Blijkbaar moesten eerst elfhonderd mensen dood."

De tekst loopt door onder de afbeelding

Kalpona Akter Beeld Shariful Islam Sourav

Akter werkte op haar twaalfde al in zo'n textielfabriek. "We hadden een middenklassegezin, maar mijn vader werd ziek en het geld ging op aan medicijnen. Die eerste ochtend was indrukwekkend. Ik had nog nooit zoveel mensen bij elkaar gezien: achthonderd werknemers op vier verdiepingen. En dan dat lawaai van machines en bazen die schreeuwden dat het sneller moest."

Die bazen vond ze eerst geweldig: aan hen had ze haar werk te danken. Maar al snel leerde ze dankzij een ngo over arbeidsrecht. "Die cursus van vier uur veranderde mijn leven. Ik leerde dat een werkdag acht uur telt. Dat overwerk vrijwillig is en niet slechter maar beter betaald hoort te worden. Blijkbaar was er een minimumloon en moet een fabriek nooduitgangen hebben. En het belangrijkste: ik heb het recht om een vakbond te organiseren. De volgende dag vertelde ik alles aan mijn collega's."

Gevangenissstraf

Akter was nog geen zestien toen ze in de fabriek vakbondsvoorzitter werd. In Bangladesh is dat gevaarlijk werk. Dat komt volgens Akter doordat politici zakelijke belangen hebben in de textielindustrie en niet zitten te wachten op mondige werknemers. De overheid heeft Akters organisatie Bangladesh Centre for Worker Solidarity flink onder druk gezet. "Het escaleerde in 2010 na demonstraties voor hoger loon. We verloren onze registratie, de bankrekening werd bevroren en ik belandde met mijn collega een maand in de gevangenis." Aanklachten zoals poging tot moord en bezit van explosieven werden later ongegrond verklaard.

In 2012 werd haar collega Aminul Islam ontvoerd, doodgeslagen en na twee dagen gevonden. De moord kreeg wereldwijd aandacht, zo stelde Hillary Clinton de zaak aan de orde als Amerikaanse minister van buitenlandse zaken. Vorige week is een dader veroordeeld. Akter neemt daarmee geen genoegen. "Veel betrokkenen gaan nog vrijuit."

Was het in die tijd moeilijk om door te gaan? "Toen ik tiener was, zei mijn moeder: 'Als er onrecht is, moet iemand opstaan en zich uitspreken. Waarom kan jij die persoon niet zijn?' Dat geweldige antwoord inspireert me nog altijd. We weten dat het werk onveilig is. Ik kan mijn moeder nu niet beloven dat ik 's avonds veilig thuiskom."

Geen herdenking

De overheid van Bangladesh organiseert geen herdenking voor Rana Plaza, zegt Akter. Werknemers van textielfabrieken willen dinsdag stilstaan bij de ramp, maar krijgen geen toestemming van hun bazen om de werkplek te verlaten. Akter: "Sommigen zullen op het werk een gebed uitspreken voor de slachtoffers."

Het Bangladesh-akkoord heeft flink bijgedragen aan de veiligheid, zegt ze. Maar er zijn meer problemen. "Laat een bedrijf als H&M ook een eerlijk loon betalen. En dan zijn er nog het vakbondsrecht en de vrouwenrechten."

De tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld REUTERS

Akter herinnert aan de slechte omstandigheden in Britse en Amerikaanse textielfabrieken, twee eeuwen geleden. Die zouden vandaag niet meer geaccepteerd worden. "Ook wij eisen werk met waardigheid. En elk merk en elke consument kan daaraan bijdragen.

Constructiefouten, ondeugdelijke nooduitgangen en brandgevaar 

Dat in Bangladesh niet opnieuw een textielfabriek is ingestort, is vijf jaar na de ramp van Rana Plaza het belangrijkste succes van het Bangladesh Veiligheidsakkoord. Daarin besloten internationale modemerken in 2013 hun Bengaalse fabrieken op veiligheid te laten controleren. Sindsdien zijn er vijftig kledingfabrieken tijdelijk gesloten omdat de constructie van het gebouw niet deugde. Er was acuut instortingsgevaar en de werknemers werden geevacueerd. Zo zijn nieuwe rampen voorkomen.

Het Center for Global Workers' Rights (CGWR) schrijft dat op basis van gegevens van het Bangladesh Akkoord voor Brand en Bouwveiligheid, zoals de overeenkomst volledig heet. Daarin werden internationale modemerken medeverantwoordelijk gehouden voor het herstel van de gebreken. Belangrijk was dat vakbonden, kledingmerken en leveranciers die afspraken samen maakten. Van de 200 modemerken die meedoen zijn er 26 Nederlands.

Op 24 april 2013 kwamen meer dan 1100 mensen om het leven toen Rana Plaza instortte. Sindsdien zijn zo'n 2000 fabrieken gecontroleerd en 150.000 problemen geconstateerd. Daarvan is nu 84 procent opgelost. Het ging om constructiefouten, ondeugdelijke nooduitgangen, brandgevaar en de elektrische veiligheid. Veel fabrieken lopen nog achter wat betreft branddetectie en -preventie.

Loon nog verder verlaagd

Merken die de voortgang vertragen, krijgen te maken met arbitrage. Eerder dit jaar schikte een niet bij naam genoemd modemerk voor 2,3 miljoen dollar na arbitrage in Den Haag. Het bedrijf was te langzaam bij het verhelpen van problemen in 150 fabrieken, zoals afgesloten vluchtdeuren of gebrek aan een sprinklerinstallatie. Het meeste geld gaat naar die fabrieken, de overige drie ton is voor vakbondswerk.

Op de geïnspecteerde productielocaties werken 2,5 miljoen mensen. Veel fabrieken blijven nog buiten beeld, want er zijn er wel 5000 in Bangladesh. Het akkoord loopt dit jaar af en wordt verlengd tot 2022. Dat omdat de Bengaalse overheid de organisatie nog niet op zich kan nemen. Niet alle deelnemende bedrijven hebben opnieuw hun handtekening gezet. Actiegroep Schone Kleren Campagne dringt er bij Abercrombie & Fitch, Hudson's Bay en Ikea op aan om te tekenen.

De positie van de vakbonden is de afgelopen jaren maar iets verbeterd. En het superlage loon is nog verder verlaagd. Dat komt doordat modemerken sinds Rana Plaza 13 procent minder zijn gaan betalen voor hun producten, zo blijkt uit onderzoek van CGWR, verbonden aan de universiteit van Pennsylvania. Dat is een gevolg van globalisering en de machtige onderhandelingspositie van de opkoper, schrijven de onderzoekers. Dat leveranciers onder druk worden gezet om almaar sneller te leveren, vergroot de kans op slechtere werkomstandigheden.

Lees ook: Kledingmerken, weet wie je kleding maakt

Kledingbedrijven hebben de plicht te zorgen dat hun producten onder goede omstandigheden worden gemaakt, vindt Erica van Doorn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden